zondag 26 mei 2024

Amiens

Ik heb zalig geslapen maar volgens Ann was het hier vannacht verschrikkelijk veel lawaai. Het hotel is sowieso niet wat we gewend zijn van de voorbije dagen. Save the best for last gaat hier dus niet op. Een aftandse achterkamer waar je amper kan draaien, wel met 2 bedden. Levensgevaarlijk bovendien, want overal liggen verlengdraden. Gelukkig moest ik deze nacht niet naar het toilet.


We ontbijten niet in het hotel maar halen zoals de voorbije dagen een croissant en stokbrood bij de bakker en wat hesp bij de slager. Eten doen we onderweg. Onze laatste etappe is Rouen - Amiens - Antwerpen. Het weer is ondertussen aangepast naar Belgische normen want het druppelt en de lucht ziet grijs. Van zodra we vertrokken zijn, schijnt de zon alweer. Ann rijdt niet graag langs de autostrade dus nemen we de secundaire wegen dwars door de dorpjes en de velden. We verliezen heel wat tijd wanneer we in één of ander gehucht worden tegengehouden vanwege een plaatselijke koers. 


Amiens is een van de belangrijkste middeleeuwse steden aan de rivier de Somme. De bloeiende textielindustrie zorgde voor een ongekende welvaart in de regio. Het silhouet van Amiens is herkenbaar aan de torenspits van de kathedraal en de Tour Perret. De bekende Franse schrijver Jules Verne heeft hier 18 jaar gewoond met zijn vrouw Honorine, een weduwe uit Amiens. Het is een echte wandelstad en dus ideaal om te voet te verkennen. 


De grootste Notre Dame van Frankrijk ligt niet in Parijs maar wel in Amiens en is meer dan 800 jaar oud. Buiten vallen vooral de drie bijzondere portalen op, net als de grote roos met een doorsnede van 13 meter. Deze domkerk is beroemd om zijn gotische beeldhouwkunst. Ze heeft maar liefst 765 beelden die de gevel sieren.


Uiteraard ga ik even binnen terwijl Ann in het zonnetje blijft zitten. Binnen trekken de liggende bronzen beelden van overleden bisschoppen mijn aandacht. Uniek in deze kathedraal zijn de 110 eiken kerkbanken waarin 4000 Bijbelse figuren zijn uitgesneden. Wat een prachtige kerk!


Wat een leuke buurt is Saint-Leu. Volgens de Fransen is dit het Venetië van het noorden. Deze wijk is gesticht in de Middeleeuwen waar wevers, ververs en leerlooiers hun spullen produceerden. De huisjes aan het water zijn allemaal geschilderd in vrolijke pastelkleurtjes en we hoppen van de ene kant van het water naar de andere kant via kleine blauwe bruggetjes. Jammer dat de auto’s hier gewoon mogen parkeren. 


‘Bien boère, bien matcher, pis ne rien foaire’, luidt een Picardisch gezegde, oftewel ‘goed drinken, goed eten en verder niks doen’. Dit is ook het motto van Lafleur, de landelijk bekende held van het poppentheater Chés Cabotans wiens naam of beeltenis op bruggen, straatlantaarns en in steegjes terug te vinden is. 


Ondertussen kijkt ‘De man op zijn boei’, een beeld van Stephan Balkenhol, onverstoorbaar hoe de Somme aan zijn voeten voorbij stroomt.


De Quai Bélu heette vroeger Rue de la Queue de Vache, oftewel straat van de koeienstaart, want lang geleden was dit de drinkplaats voor de dieren. Nu is het dé plek om iets te drinken of te eten want in elk huisje huist wel een restaurantje. Allemaal hebben ze een prachtig terras aan de waterkant. Deze zitten allemaal vol, iedereen geniet van de zon.


We wandelen verder naar de Hortillonnages, honderden moestuintjes op het water, midden in de stad. De 300 hectare aan watertuinen hebben Amiens de bijnaam 'Klein Venetië van het Noorden' opgeleverd. Deze eilandjes van groen worden geïrrigeerd door zo’n 60 kilometer aan sloten en kanalen, de zogeheten ‘rieux’. We gaan eerst te voet op verkenning maar lopen telkens vast want dit is allemaal privé domein. Ik moet zo dringend naar het toilet maar er is geen enkel openbaar toilet in de buurt, dan maar in de struiken. Gelukkig schijnt de zon want blijkbaar kan ik toch niet zo goed mikken … of komt het doordat ik iets te snel moet zijn? Ann komt weer niet bij van het lachen.


We besluiten dan maar een boottochtje te maken door deze groene oase in de hoop wat meer te zien. Met een elektrisch bootje varen we door dit drijvende paradijs, een patchwork van lapjes grond waar groenten worden verbouwd en waar kleurige huisjes staan. Plots wordt de hemel donker en valt de regen met bakken uit de lucht. Gelukkig heb ik, als enige in de boot, een regenscherm bij. Niet dat dit veel helpt want nat worden we sowieso. .Af en toe komen we een nest van meerkoeten tegen. We zien hoe loopbruggetjes en poortjes toegang geven tot de moestuinen. We hadden er wel wat meer van verwacht. De gids spreekt een Frans waar ik niet veel van begrijp, het lijkt wel een dialect. Bovendien is groen hier de hoofdkleur terwijl we veel bloemen hadden verwacht. Rustig is het wel zo met een fluisterboot over het water dobberen. Wanneer we uitstappen, schijnt de zon terug. Deze keer was de timing niet top.


Amiens is beroemd voor de overheerlijke macarons. Deze zachte koekjes met amandeldeeg zijn typisch voor de streek Picardië. Al in de 16e eeuw deden de inwoners zich tegoed aan deze lekkernij. Bakker Jean Trogneux maakt volgens kenners de lekkerste. Je kan ze niet vergelijken met de Parijse macaron maar ze zijn ook heel erg lekker. Ik koop van beide een exemplaar kwestie van te kunnen vergelijken.


De fraaie Dewailly klok valt ons gelijk op bij het pleintje tussen de Rue Dussevel en Rue des Sergents. Het is een klok in rococostijl. Onder de klok een bijzonder Mariabeeld. Ze is afgebeeld met ontbloot bovenlijf. De onthulling van het beeld eind 19e eeuw zorgde voor een enorme rel in de stad. 


Rond vier  uur verlaten we Amiens en rijden we terug huiswaarts. Het was een ontspannen rondreis vol charme, sfeer en couleur locale. We hebben genoten van de adembenemende kusten, de middeleeuwse dorpjes en de prachtige natuur. Onze batterijtjes zijn weer helemaal opgeladen. Het was een TOP vakantie! Tien dagen en 2350 kilometer later staan we terug in Antwerpen.  

 

zaterdag 25 mei 2024

Rennes - Honfleur

Het was alles behalve een rustige nacht want ik ben een serieuze totter gegaan. Om half 3 vannacht moet ik naar het toilet maar ik struikel over de mat en daar lig ik. Ann wordt er wakker van. Nadat ik ben recht geraakt, heb ik het gevoel in dat scheve huis van fantasialand te staan. Even denk ik dat ik hallucineer maar dit huis staat ook effectief scheef en geen enkele muur of vloer is dus recht. Gelukkig is er niks gebroken en hou ik er slechts een pijnlijke kin en pols aan over. 


Ik word weer wakker van de krijsende meeuwen en lig nog wat te snoezen op het monotone geluid van het ronken van Ann vermengd met het koeren van de duiven. Rond 8 uur staan we op en maken we ons klaar voor een ochtendwandeling door Rennes. De straten liggen er verlaten bij want het is blijkbaar nog wat te vroeg voor de Fransen tot we op de Place des Lices komen. Daar komen alle inwoners van Rennes al vier eeuwen lang elke week samen op de zaterdagmarkt. Er zijn verschillende secties. Bij ons wordt er ook best wat verkocht maar toch verschilt de koopwaard hier enigszins. Zo zien we hier heel veel artisjokken liggen, iets wat bij ons toch iets zeldzamer is.


Ook in de vis sectie schrikken we even wanneer we een heuse haaienkop in het kraam zien liggen. Krab is hier geen delicatesse zoals bij ons maar gewoon dagelijkse kost. Zo liggen er wel honderden en ze worden verkocht aan slechts 5€/kilo. 


In de twee prachtige hallen die de markt omringen staan er ook heel wat kraampjes met vooral artisanale producten. Landbouwers die hun eigen kaas, honing, patisserie aan de man willen brengen. Het is de oudste en grootste markt van de stad, Le Marché des Lices.


De oude stad ligt bezaaid met vakwerkherenhuizen in de typisch 17e-eeuwse stijl die in Rennes populair is. Ze werden hier neergepoot tussen 1658 en 1680 en zien er voor onze moderne ogen misschien onstabiel en ongelijk uit maar toen ze gebouwd werden, was het tegendeel waar. In die tijd waren het de stevigste bouwwerken die bestonden. In de Rue du Chapitre, waar ons appartement ligt, stoppen we even bij nummer 5. Ook deze kleurrijke gevel dateert uit de 17e eeuw en werd opgetrokken met rode en okerkleurige mortel om een origineel geometrisch effect te creëren.


We wandelen naar de Place de la République waar de zuidkant wordt begrensd door het Palais du Commerce, een voormalige beurs uit het begin van de 20e eeuw. Het gebouw heeft onderdak geboden aan de bibliotheek, de Regionale School voor Schone Kunsten en het Nationaal Muziekconservatorium en al sinds de begindagen vind je hier een postkantoor en het Café de la Paix. 


La Tour Duchesne is een 15e-eeuwse toren die bij de stadspoort Porte Mordelaise staat. De toren dankt haar naam aan Jehan du Chesne, de eerste bewoner van de toren. Hij moest de poorten van de stad openen en sluiten. Tegenwoordig is de toren geïntegreerd in het Hôtel d'Artillerie en sinds 1944 prijkt het bouwwerk op de lijst van historische monumenten. Hij staat op de eerste ommuring van de stadswallen van Rennes, die uit de 3e eeuw dateert.


Op de Place de la Marie staat de opera van Rennes. Deze werd ingehuldigd in 1836 en in de beginjaren werd het ronde, Italiaanse ontwerp van dit theater zwaar bekritiseerd door de lokale inwoners. Tegenwoordig wordt de opera van Rennes echter gewaardeerd door zowel de plaatselijke bevolking als toeristen. 


Tegenover de opera bevindt zich het stadhuis, een indrukwekkend gebouw. Beide monumenten stralen grandeur uit. We wandelen nog even een bakkerij binnen voor ons ontbijt want we hebben een lange rit voor de boeg. We checken uit en rijden naar Honfleur.


Wanneer we in Honfleur arriveren, schijnt de zon volop en we besluiten eerst iets te drinken in een gezellige strandbar. We vernemen dat het in België regent dus genieten we nog extra hard. Het strand is heel erg groot en het uitzicht doet ons een beetje denken aan Sint-Anna strand omdat aan de overkant van het water heel wat industrie is. We eten hier snel nog een pannenkoek zodat we toch nog iets extra in de maag hebben alvorens we met onze wandeling in Honfleur beginnen. Net achter de strandbar staat er een kraampje met ijsjes en ze hebben onze favoriet, de magnum double caramel. Ach ja, dat past gewoon bij het weer en dat stappen we er vandaag wel weer af.


We wandelen verder langst het strand en daarna via een prachtige boulevard langst het water naar Le Jardin des Personnalités, een uitgestrekt park van 10 ha met mooie uitnodigende wandelpaden en een vijver. Wanneer we door de tuin wandelen, komen we de bustes van beroemde mensen tegen die in de kleine haven van Normandië hebben gewoond. Onder hen zijn de schilders Claude Monet en Eugène Boudin.


Honfleur heeft de eeuwen goed doorstaan, daardoor is hier veel moois bewaard gebleven. Het is niet voor niets een van de meest bezochte steden van Frankrijk. De stad is om allerlei redenen internationaal bekend: de charme van de smalle geplaveide straatjes, de prachtige gevels van de oude woningen, de vele monumenten en de rijkdom van het historische, culturele en artistieke erfgoed. Het is bovendien de stad van de kunstschilders en het impressionisme. Hier bij de monding van de Seine, heeft het ‘mooie licht’ vele kunstenaars geïnspireerd. Het is hier heerlijk flaneren door pittoreske straatjes, langs eeuwenoude huizen. In Honfleur is de sfeer warm en gezellig, typisch voor een kleine stad met grote allure.


Le Vieux Bassin is de schilderachtige naam voor de typische Normandische haven van Honfleur. Het werd gebouwd in 1681 en vereiste de vernietiging van een deel van de stadsmuren om de oude haven uit te breiden. Het poëtische schouwspel van de huizen die in het water worden weerspiegeld, is prachtig. De 17e en 18e-eeuwse huizen die de haven omringen zijn geklasseerd als historische monumenten. De smalle gevels en de leistenen daken zijn erg mooi. We zetten ons op een zonnig terrasje voor een lekker visje. Dit is echt genieten! Ik krijg eindelijk mijn langverwachte dorade en Ann gaat voor het enige wat ze lust op de kaart, haar geliefde fish and chips. Dat het haar nog niet de oren uitkomt, kan ik niet begrijpen maar ik ben al lang blij dat het op de kaart staat. Allebei tevreden en ondanks de drukte hier is het heel betaalbaar.


We hebben zicht op de haven en de Honfleur-carrousel die sinds 1995 elk jaar tussen mei en oktober voor het stadhuis staat. De mooie houten paarden zijn een plezier voor zowel kinderen als volwassenen, die zich traditioneel rond deze draaimolen verzamelen. Het is een beetje nostalgie. 


We vervolgen onze weg door de kleine straten met kasseistenen die door de omliggende heuvels meanderen. Honfleur is met reden het meest geschilderde havenstadje van Normandië. Het is hier heerlijk flaneren door die pittoreske straatjes. Vooral de vele kunstgalerijen kunnen mij wel bekoren. Er zijn ook heel wat leuke winkeltjes maar gelukkig rijdt Ann met een camion en is er plaats genoeg om al onze aankoopjes te stockeren. Even verduidelijken: Ann heeft een beetje een probleem met afmetingen … ze denkt iedere keer weer dat haar auto te hoog of te breed is om een parking  binnen te rijden. Grootheidswaanzin noem ik dat!


De kerk van Saint Catherine is het belangrijkste monument van Honfleur. Ze werd in de 15e eeuw gebouwd ter vervanging van een stenen kerk die in de Honderdjarige Oorlog werd verwoest en is volledig gemaakt van hout. De kerk Honfleur Saint-Leonard, gebouwd in 1186, werd tijdens de Honderdjarige Oorlog ook verwoest. Dit religieuze gebouw, werd in het begin van de 16e eeuw herbouwd. Een van de meest interessante details van deze kerk is het hoofdportaal, een prachtige getuigenis van de rijke en extravagante gotische architectuur van die tijd. 


De wandeling door Honfleur was er eentje van 5 km maar omdat we op de één of andere manier weer verloren gelopen zijn, werden dat er heel wat meer. We zijn pas na zeven uur terug aan de parking en moeten nog een uurtje rijden naar Rouen waar we de nacht zullen doorbrengen. Voor alle zekerheid bel ik toch maar even met het hotel want het is niet de eerste keer dat de gps ons verkeerd doet rijden. Gelukkig maar want wanneer we toekomen in Rouen is het hotel al gesloten. We kregen de code en vinden moeiteloos onze kamer. 

vrijdag 24 mei 2024

Carnac - Rochefort-en-Terre - Rennes

Vannacht heeft Anneke eens goed kunnen doorslapen want we hadden een suite met twee aparte slaapkamers en elk een king size bed. Geen storend gesnurk van mijnentwege dus. Althans daar ging ik van uit maar ze blijkt toch niet zo goed geslapen te hebben. Wanneer we de gordijnen openen, worden we verwelkomd door een stralend schijnende zon. Heel leuk om zo wakker te worden. Vandaag rijden we naar dé attractie van deze streek. Wat Stonehenge is voor Groot-Brittannië, is Carnac voor Frankrijk - het symbool van de prehistorie op Franse bodem. De megalieten liggen verspreid over 8 kilometer in drie gehuchten: Le Menec, Kermario, en Kerlescan. Ze dateren uit het neolithicum en zijn zo'n 4500 jaar oud. In Carnac aangekomen, besluiten we écht de toerist uit te hangen. Er rijdt een treintje langs alle sites. Vroeger kon je gewoon tussen de stenen wandelen maar die tijd is voorbij. Sinds 1991 staan er hekken rond de megalieten. We zitten met 6 in een busje en krijgen een Nederlandstalige uitleg. De tumuli en dolmen waren begraafplaatsen, maar over de menhirs is minder geweten. De term is ontleend aan het Bretons, maen betekent steen en hir betekent hoog.


De stenen staan in rijen van acht tot elf, bijna evenwijdig aan elkaar. Ze variëren in grootte. Welk doel ze dienden blijft een kwestie van giswerk, hoewel ze meestal in verband gebracht worden met rituelen rond zon en maan. De stenen vormen een soort kalender die duizenden jaren geleden gebruikt werd. Of waren ze louter bedoeld als markeringen? Ook dat kan. Ze werden later door de Kelten gebruikt bij ceremonies. Ann denkt bij zichzelf ‘hoeveel stenen kan je fotograferen’ en is niet onder de indruk. Op sommige plekken staan er schaapjes, de enige bewoners die toegelaten worden achter de hekken. We zien ook dolmen. Dat zijn verzamelingen stenen, waarvan sommige rechtop staan en andere er plat op gelegd werden, als een dak. Ik vind het heel mysterieus hoe de neolithische mensen er in die tijd in slaagden de massieve, zware stenen te verplaatsen.


Na de rondleiding maken we nog een mooie wandeling naar le Géant du Manio, die 6 meter hoog is. We zijn blij dat we dit deze ochtend gedaan hebben want nu is het licht heel erg mooi. Het bos ligt er vredig bij en de vogeltjes fluiten dat het een lieve lust is. Hier in de schaduw onder de bomen hebben we het wel wat frisjes en we zijn blij wanneer we aan de grote reus komen, want deze ligt in een open vlakte waar de zon wel bij kan. Er zijn net twee dames die een foto willen nemen van ons. 


We verlaten Carnac en rijden naar Rochefort-en-Terre, dat hoog boven de rivier de Arz uittorent. Het is uitgeroepen tot een van de mooiste dorpen van Frankrijk. Op twintig minuten van het dorp houdt Ann halt bij een bakker want ze heeft honger. We hebben dan ook niet ontbeten deze ochtend. Wat ik daaruit heb geleerd? Stuur ze nooit naar een bakker wanneer ze honger heeft. Ze komt buiten met een reuze stokbrood, een croissant en een citroentaartje (voor haar alleen hé). Ik hou het bij een croissant en een éclairke. Dat scheelt ons alvast een gezoek naar een geschikt restaurant en het kost ons ook een pak minder.


Rochefort-en-Terre ligt te midden van heidevelden en bossen. We parkeren de auto en gaan te voet het autovrije dorp in. Hier is aan elk detail aandacht besteed. In de smalle straatjes komen klimop en wilde bloemen gewoon uit de stenen gegroeid. Daar hou ik wel van. We bewonderen de versierde huizen, de vele ateliers en werkplaatsen. Met haar geplaveide straten en stijlvolle uithangborden lijkt de stad op een juweeltje uit de middeleeuwen. Alles is hier kleurrijk en verzorgd. Overal kunnen we ook dingen proeven: nougat uit de streek die lekker zacht is, cashewnoten, koekjes …. Er wordt dan ook weer wat lekkers meegenomen voor thuis.


We zien echt prachtige gebouwen in Rochefort-en-Terre, waaronder het 16e eeuwse, vakwerkhuis Café de la Pente en het renaissancistische postkantoor. Place des Halles is het hoofdplein van de stad en dateert van de 17e eeuw. Het vormde destijds het economische en sociale hart van Rochefort-en-Terre, een plaats van ontmoeting, delen en uitwisseling. Er zijn veel steegjes met trappen en onze kuiten moeten weer hard werken. Ondertussen zijn we het wel gewoon om te dalen en te klimmen. We lopen binnen en buiten bij kleine galerijen en er zijn ook extreem veel juweliers in het dorp. 


De Notre-Dame-de-la-Tronchaye is tijdloos en mysterieus. De flamboyante gevel in gotische stijl en de romaanse klokkentoren zijn majestueus. Ik ga binnen even een kijkje nemen terwijl Ann zich in het zonnetje zet. Twee glas-in-loodramen uit 1926 en 1927 zijn bijzonder kleurrijk en helder. Verder is de kerk wat donker en kaal en kan ze me niet echt bekoren.


Een geweldig en onmisbaar monument van Rochefort-en-Terre is het kasteel uit de 12e eeuw waarvan de wallen en poorten ook nog steeds aanwezig zijn. Het werd in de 17e eeuw herbouwd maar pas in de 20e eeuw wordt het kasteel op initiatief van de Amerikaanse schilder Alfred Klots nieuw leven ingeblazen. Hij koopt de communes, verandert ze in landhuizen en het duurt niet lang of het dorp wordt een ontmoetingsplaats voor kunstenaars. Er zijn leuke plekjes hier binnen de muren en het is er ook lekker rustig. 


Rond vier uur rijden we verder Frankrijk in naar onze laatste bestemming voor vandaag, Rennes. Onderweg passeren we nog enkele mooie dorpjes, waaronder eentje dat bezaaid is met prachtige, reuze grote foto’s op de gevels. Ann kent me ondertussen al goed en weet dan al dat ze even moet stoppen. Gelukkig is dat hier in die verlaten dorpjes nooit moeilijk om even aan de kant te gaan staan.


Onze eerste indruk van Rennes is dat dit een hele mooie stad is, ontspannen en toch bruisend. De beste manier om de hartslag van de stad te voelen, is om er rustig in rond te slenteren. We gaan op zoek naar ons appartement en dat blijkt midden in een gezellige wijk te liggen in een aangenaam, mooi straatje. Het bevindt zich in een traditioneel huisje uit de 18de eeuw en we moeten twee etages omhoog. Eenmaal binnen zijn we aangenaam verrast. Het is gezellig ingericht maar wel niet voor grote mensen. Ik heb Ann beloofd dat ze vandaag kip krijgt en ik heb op voorhand even opgezocht waar we die best halen. We trekken dus de stad in op zoek naar La Criée Marché Central. Wanneer de man onze gebraden kip op de weegschaal legt, zie ik een prijs verschijnen van 25€. Dat kan niet, is mijn eerste gedacht, maar ja hoor …. het is een luxe kieken! Eenmaal terug in het appartement bereidt Ann een feestmaal in ons eigen sterrenrestaurant. Het grote beest wordt helemaal verorberd en er verschijnt zowaar een mega glimlach op haar gezicht. Voldaan kruipen we onder de wol in ons kleine bedje. Hopelijk wroet ik vannacht niet te veel.




donderdag 23 mei 2024

Pont-Aven - Quiberon

Na het uitchecken rijden we naar Pont Aven, niet wetend dat we vandaag vier seizoenen op één dag gaan meemaken. Het lijkt wel herfst wanneer we vertrekken. Het regent en er staat veel wind. Onderweg gaan alle sluizen open en belanden we in een zwaar onweer. Het anders zo mooie Franse landschap ligt er maar somber bij en de oranje klaprozen  die  langs de bermen staan, laten hun kopjes hangen. Na een rit van twee uur in de regen komen we aan in Port Aven, een kleine stadje gelegen in de groene riviermonding van de Aven. Plots is het lente. Een waterig zonnetje komt tevoorschijn en ook de lucht kleurt langzaam blauw. Oh wat is het leven mooi als de zon schijnt!


Pont-Aven is een echt kunstenaarsdorp met heel wat kunstgalerijen in het centrum. De één al wat mooier dan de andere. De schilder Paul Gauguin verbleef hier lange tijd en vereeuwigde heel wat moois in deze omgeving op zijn doeken. Het dorpje dankt haar bekendheid aan de ‘School van Pont-Aven’, een groep schilders waarvan Gauguin de voorman was. Hier wandelen we dus letterlijk in de voetsporen van beroemde impressionistische schilders. Nu de zon terug schijnt, kunnen we ons wel voorstellen dat kunstenaars gefascineerd waren door de schoonheid en het licht hier. 


We wandelen naar het kleine haventje dat niet erg veel gebruikt wordt omdat het te ver van de zee ligt. Ook nu staat er weinig water in. De bootjes liggen bijna zo goed als allemaal op het droge. Desondanks oogt het hier toch nog heel idyllisch.


Vroeger waren er best veel molens in het dorp voor het malen van graan maar echt welvarend was Pont-Aven niet, tot de komst van Parijse schilders in de jaren 1860. Aangetrokken door de kosten van het levensonderhoud en de schoonheid van het landschap, schilderden ze de natuur en maakten ze Pont-Aven wereldberoemd.


Via kleine steegjes en houten bruggen komen we langs de restanten van enkele molens. Al sinds de 17de eeuw werden deze gebruikt voor het maken van meel en zo werd Pont-Aven ook bekend om zijn galettes. Er zijn nog steeds een paar winkels in het centrum die deze traditie in ere houden. Deze lekkernijen met gezouten boter hebben Pont-Aven de onderscheiding ‘Opmerkelijke Smaakplek’ opgeleverd. Ann vindt het geweldig om elk winkeltje binnen te gaan om te proeven van al dat lekkers zonder een cent uit te geven. Het moet wel gezegd dat zij de economie al wel gesteund heeft want er zitten al lekkere galetten in haar koffer voor thuis.


Aan het einde van het dorp begint een mooie wandeling in de natuur door het Bois d'Amour. Dit liefdesbos is niet alleen voor verliefde stelletjes, ook schilders trekken er vaak heen om inspiratie op te doen. De route loopt langs een rivier waar enorme granieten keien de loop van het water verstoren. Plots wordt het weer heel erg donker en lijkt het wel winter wanneer er zowaar hagelbollen uit de hemel vallen. Gelukkig zijn we niet ver meer van de auto, maar wel ver genoeg om doorweekt verder te rijden naar Quiberon. Ann is zich al helemaal aan het verlekkeren maar ze verwart Quiberon met cuberdon en ziet zichzelf in gedachte al een neuzeke verorberen. 


Quiberon is een schiereiland met een heel mooie en gevarieerde kuststrook. Het was vroeger een eiland, maar rivierafzettingen zorgden voor een verbinding met het vasteland. Omdat er maar één toegangsweg is, is het best druk hier. Ons hotel La Petite Sirene ligt aan het einde van een lange boulevard waar het uitzicht bijzonder mooi is. Plots is het weer zomer! 


We checken in en zetten ons nadien even op de rotsen om een sandwich te eten. ‘Hier zitten geen meeuwen’, zegt Ann. Haar woorden zijn nog niet koud of er landt zo een rotbeest voor ons op de rotsen. Ik bescherm mijn sandwich met mijn handen want dat wat eergisteren gebeurd is, gaat me niet nog eens gebeuren. Die beesten hebben echt geen scrupules en zijn ook niet bang. Ze komt bijna tot voor onze neus wanneer Ann een stukje brood gooit. Na onze late lunch, wandelen we verder de dijk af in de richting van het dorp. Onderweg passeren we een mooie vuurtoren  aan een groot strand waar zonnekloppers languit op het zand liggen. 


Aan het eind van de dijk begint het duingebied van Gâvres-Quiberon, dat omringd lijkt door de Atlantische Oceaan. Het is het grootste duingebied van Bretagne.  We zuigen onze longen vol lucht en laten onze blik dwalen naar de verre horizon. Daar draaien we terug en trekken het oude Bretonse dorp in. In de smalle straatjes met witte huizen zijn er veel mooie winkeltjes. Ze verkopen wel bijna allemaal hetzelfde. Koekjes uiteraard en ook visconserven van het merk La Belle-Iloise vind je hier overal. Onderweg komen we ook nog wel wat kunstwerken tegen. 


Er is een leuke strandbar die er heel hip uitziet en even twijfelen we of de prijzen daar niet extreem hoog gaan zijn maar dat blijkt mee te vallen. We zetten ons dus neer in de zon met een lekker fris drankje. Dit is waarschijnlijk wat ze bedoelen met ‘leven als god in Frankrijk’. We nemen er onze tijd voor en genieten. Uiteindelijk stappen we weer op en vatten we de terugweg aan. Aan de andere kant van ons hotel is de kust veel ruwer. De zee raast en beukt naar believen tegen de grillige rotsen. We maken nog een prachtige wandeling langst het water alvorens echt naar onze kamer gaan. Straks gaat de zon weer onder maar morgen is ze er hopelijk weer.




woensdag 22 mei 2024

Saint-Brieuc - Le Sentier des douaniers

We checken uit zonder ontbijt te nemen en stoppen eerst even bij de plaatselijke bakker voor een stokbrood en bij de slager voor wat ham. Onderweg houden we halt op een picknick  plek voor het ontbijt. Dit is wat ze fijn vindt en ik kan er best mee leven. Ik heb nu tenminste iets in mijn maag dat me al een heel stuk door de dag zal brengen. Daarna rijden we verder naar Saint-Brieuc, een kleurrijke stad met veel Street Art. 


Veel steden in Frankrijk hebben oude gebouwen en huizen, en Saint Brieuc is ook zo'n stad. Rondom de kathedraal liggen straten met allemaal charmante vakwerkhuizen. De huizen dateren uit de 15e en 16e eeuw.


De graffiti wandeling die we vandaag doen, start in de oude stad. De graffiti artiesten van het festival Just Do Paint zagen de stad als hun schilderdoek en hebben tientallen muurschilderingen gemaakt. Ann loodst ons door de straten op zoek naar de muren die als canvas gebruikt werden. Halverwege komen we ook nog een marktje tegen en dat vinden we altijd leuk. Alleen kost dat ons altijd geld. 


Voor de lunch rijden we door Binic, in de Middeleeuwen een klein dorp dat uitgegroeid is  tot een van de grootste vissershavens van Frankrijk. De schepen liggen veilig achter de 350 m lange pier, die door de inwoners van Binic ‘la grande muraille’ (de grote muur) genoemd wordt. We vinden een klein restaurantje weg van het water waar niemand zit maar hier hebben ze kip zo staat vermeld op het uithangbord. Ik informeer even of die zonder saus kan maar dat kan niet want die is gemarineerd op voorhand. De lieve kok wil echter voor Ann wel gewoon een kalkoenfilet bakken. Opgelucht installeren we ons aan een tafeltje en het duurt niet lang of er komen nog mensen binnen. Blij voor die lieve man want bijna iedereen zit aan de haven. Het is super lekker bovendien.


Rond twee uur rijden we verder naar Ploumanac’h. We parkeren de auto bij La Chapelle de Notre Dame de la Clarté en wandelen gedurende 15 minuten naar het startpunt van Le Sentier du Douaniers, het douanepad. Hier zijn geschiedenis, zee en zout de sleutelwoorden! Twee eeuwen terug patrouilleerden hier douaniers, die op last van Napoleon het handelsverbod met Engeland handhaafden en jacht maakten op smokkelaars. De prachtige lupinen aan de zijkant van de weg staan allemaal in bloei, het zonnetje schijnt en het is bloedheet.


Van zodra we aan de kust komen kunnen we genieten van een fris briesje. We volgen de rood-witte markeringen. Onderweg genieten we van de grillige, roze gekleurde rotsen. De relatief zachte roze steensoort langs deze kust is in de loop van miljoenen jaren uitgesleten tot spectaculaire vormen. Het landschap hier is één grote ansichtkaart! Ik ben zo onder de indruk dat ik al na vijf minuten de grond op ga. Rondkijken en wandelen gaan duidelijk niet samen. Gelukkig zijn het enkel mijn handpalmen die de klap opvangen en hou ik er, buiten een kleine schaafwonde niets aan over.



De rotsen zitten vol glitters van roze graniet. Dezelfde kleur zie je ook terug in alle bouwwerken. Je herkent deze kust uit duizenden. Het is een klein vogelparadijs. Vogelaars en liefhebbers van natuurgebieden zijn hier de koning te rijk. Wind en golven domineren in de prachtige turquoise baaitjes. Hier is de indrukwekkende Granietkust écht op haar mooist. Sommige rotsen zijn meer dan 20 m hoog! Met hun respectabele leeftijd van 300 miljoen jaar vormen ze een schitterend decor, over een gebied van meer dan 25 ha.


Het heeft iets unieks, iets ruigs, zo’n plek die je wegblaast. Een plek waar tijd geen rol meer speelt.  De enorme roze rotsen, uitgesleten door wind en zee, geven het plaatsje een haast onwerkelijke aanblik. De hoed van Napoleon, de schuilplek van een verliefd stelletje, de paddenstoel… Dat zijn zo maar een paar namen die gegeven zijn aan de enorme roze granietrotsen van Ploumanac’h.


Op de noordpunt passeren we de met roze steen gebouwde vuurtoren, die fraai opgaat in zijn omgeving. Langs het kustpad verbranden we de nodige calorieën en vergapen wij ons aan de enorme blokken graniet die op elkaar gestapeld, balancerend de wet van de zwaartekracht overwinnen.


Bij het strand van Saint-Guirec besluiten we een ijsje te eten. Er is nog een tafeltje in de zon maar het waait hier harder dan gedacht. De karamel van mijn coupe mokka vliegt alle kanten op. Hoe voorzichtig ik het ook wil eten, het lukt me niet. Lekker is het wel! We wandelen verder zuidwaarts. Vanaf hier kijken we uit op het eilandje Costaérès, met het uit roze graniet opgetrokken kasteel. Het woord idyllisch lijkt haast te zijn uitgevonden voor deze plek.


Wanneer we terug aan de auto komen, hebben we maar liefst 9 kilometer gestapt. We hebben optimaal geprofiteerd van het ‘gouden’ namiddaglicht. Een explosie van groen, blauw en roze zorgde voor een onuitwisbare indruk. Romantiek ten top. Ja als we het hebben over onze ervaring op het Bretons Douanepad, komen we superlatieven te kort.


Logeren doen we vannacht bij Le Citotel Les Sternes in Perros-Guirec dat aan een prachtige baai ligt. Achter het blauw van de zee schitteren op het vasteland de pijnbomen en kleurrijke bloemen. Het is nog redelijk vroeg in de avond en de zon schijnt volop. Ann wil best nog een wandeling maken maar ik kies ervoor om haar alleen te laten gaan. Ik wil even op adem komen. Wanneer ze terugkomt, is het bijna tijd om te gaan slapen.