‘It is said that no one truly knows a nation until one has been inside its jail’ - Nelson Mandela
Na ons, alweer vroege ontbijt om half 8, reserveren we een Uber die ons om 08u15 aan de Clock Tower van het Waterfront afzet. Om 09:00 uur is de afvaart gepland naar Robbeneiland dus we zijn 3 kwartier te vroeg. Het is een voordeel dat ik niet meer moet zoeken waar we exact moeten zijn. We staan zo goed als vooraan in de rij wanneer het inschepen begint. We hebben onze tickets online gekocht bij Get your guide en onze tickets staan mooi in de app. Wanneer ze deze scannen, krijgen we echter te horen dat die code niet geldig is. We vliegen zonder pardon naar de infobalie boven. Daar bevestigen ze wat de dame beneden gezegd heeft. Gelukkig heb ik deze ochtend nog een bevestigingsmail ontvangen en heb ik gezien dat daar een telefoon nummer opstaat. Het moet gezegd, iedereen is hier super vriendelijk en behulpzaam. We mogen even plaatsnemen terwijl zij proberen om ons toch nog op de boot van 9 uur te krijgen. Om 2 minuten voor 9 krijgen we onze tickets en zetten we het op een lopen. We hebben nog maar 1 voet aan boord gezet van de grote catamaran, of de trossen worden al losgegooid. Niet goed hoor, al die stress zo vroeg op de ochtend. De grote motoren maken veel herrie en veroorzaken flink wat golfslag achter de boot. De zee is wild en er zijn sowieso al heel veel golven dus ik hou mijn hart vast. Ik heb wel tijdig een pilletjes genomen tegen de reisziekte maar of die echt helpen, daar twijfel ik een beetje aan. Deze keer mogen we ook niet aan dek want de boot zwiept van links naar rechts en het is dan ook moeilijk om me te fixeren op de horizon. Na een goede 35 minuutjes varen, arriveren we op Robbeneiland, één van de beruchtste gevangenissen ter wereld en ik ben blij dat ik eindelijk terug vaste grond onder mijn voeten heb. Ik voel me een beetje woezie.
Op het eiland aangekomen, staan er een hoop aftandse oude bussen klaar om ons rond te leiden. We wachten strategisch op de eerstvolgende bus zodat we vooraan kunnen zitten. Een jonge zwarte dame, een jeugdigere versie van Woopi Goldberg, leidt ons met veel overtuiging rond en vertelt alles over het eiland en de apartheid. Gedurende 400 jaar werden er mensen verbannen of gevangengehouden. Begin 17de eeuw was het een strafkolonie. Later kwam er een leprakolonie en begin jaren 60 werd het eiland ingericht als zwaarbeveiligde gevangenis van het Zuid Afrikaanse apartheidsregime.
Het verhaal over Robert Subukwe, de enige door de regering erkende politieke gevangene, die heel veel jaren in eenzaamheid werd opgesloten en toen hij ongeneeslijk ziek werd, werd overgebracht naar het vaste land om op een plaats ver van zijn hometown Graaff-Reinet te sterven, maakt veel indruk. De regering wilde hiermee voorkomen dat een politieke gevangene op Robbeneiland zou overlijden. Halverwege de bustour mogen we even uitstappen voor een toiletstop en wat frisse lucht. Ook al is dit een sombere omgeving, mijn hart maakt toch een sprongetje wanneer ik op de rotsen enkele pinguïns zie. Toch een lichtpuntje tijdens deze beklijvende uitstap.
Vanaf het begin van de apartheid werden op Robbeneiland mannelijke, zwarte politieke gevangenen vastgehouden. Ze kregen het minimale te eten en moesten hard werken in de steengroeven. Aan het begin was er nog wel echt kalksteen nodig, onder andere om hun eigen gevangenissen te bouwen, maar toen de vraag afnam, moesten de gevangenen de stenen gewoon van de ene kant van de groeve naar de andere kant verplaatsen. Velen kregen last van hoornvliesontsteking als gevolg van het felle licht en het stof. Als je niet hard genoeg werkte kreeg je straf, zoals de isoleercel, geen eten of 6 stokslagen. Veel gevangen zijn bezweken onder het zware werk, vervolgens zijn ze ergens begraven, maar hun nabestaanden zijn tot op de dag van vandaag vaak niet op de hoogte gesteld van de locatie van hun graf.
Na de busrit worden we in de gevangenis rondgeleid door een voormalige gevangene, die ons dus over zijn eigen geschiedenis en herinneringen vertelt. Indrukwekkend en ontroerend zijn de woorden die hierbij passen. Ik blijf het gek vinden dat dit alles echt nog maar kortgeleden heeft plaatsgevonden. Hij vertelt in een grote cel, waar wel 120 gevangenen moesten leven, zijn verhaal. Dat in de eerste jaren de gevangenen geen bedden hadden, maar slechts een matje en dat ze in twee rijen van 60 man strak naast elkaar op de grond sliepen. Later toen de toestanden ook in de rest van de wereld bekend werden, zijn onder druk van het Rode kruis, bedden geplaatst. Wat ook heel veel indruk maakt is het onderscheid wat er gemaakt werd tussen zwarten en kleurlingen. Zwarten kregen geen ondergoed en minder kleding, volgens de blanken hadden zij dat ook niet nodig.
Tussen al deze gruwelijkheden gebeurde soms ook iets moois. Veel ongeschoolde gevangenen hebben hier leren lezen en schrijven van de paar mensen die dat wel konden. Dat gebeurde vooral in de badkamer, omdat daar 's nachts licht was. Het studeren moest in ploegen gebeuren vanwege ruimtegebrek en omdat er te weinig boeken waren. Iedereen deed moeite om ook een ander te onderwijzen. De leus was: ‘Each one teach one’. Dit heeft hen veel gebracht nadat ze de gevangenis mochten verlaten.
Dit is natuurlijk ook de gevangenis waar Nelson Mandela 18 jaar in een cel heeft gezeten. De meeste gevangenen zaten op een zaal, maar sommige zoals Nelson Mandela zaten 24/7 in een cel. Ze hadden een deken om op te slapen en een emmer om hun behoefte in te doen. Er waren geen ramen dus wanneer het regende, werd de cel ook gewoon nat. Onvoorstelbaar wat Mandela betekent voor de zwarte bevolking. ‘Forget the past, let's build a new future’. Dat is voor de zwarte bevolking niet zomaar een slogan, maar iets waar heilig in geloofd wordt. Wanneer onze gids afscheid van ons neemt zegt hij: ‘you can walk to the habour now to take the ferry - it is a short walk to freedom’.
Om 11:30 brullen de motoren van de ferry opnieuw en varen we terug naar Waterfront. Deze keer zitten we wel boven op het dek, maar we moeten wel blijven zitten want de boot zwiept nog steeds van links naar rechts. Eenmaal terug aan wal wandelen we naar de Anker want we willen die lekkere gemarineerde zalm nog een keertje eten. Jammer genoeg is die op dus moeten we iets anders kiezen. Ik ga voor stoofvlees en Tania voor vol au vent. We zitten tenslotte bij een Belg. Beide smaken dan ook hoe het hoort te smaken en de frietjes zijn hemels.
Na de lunch besluiten we wat musea en galerijen te bezoeken. Het Zeitz MOCAA, zoals de volledige naam luidt, is de nieuwste trekpleister van Kaapstad. Het is het grootste museum voor Afrikaanse kunst op het continent, met schilderijen, foto’s en stellages van beroemde Afrikaanse kunstenaars. Het prachtige gebouw is een architecturale parel en staat in het hart van het Waterfront. Het lijkt alsof er een mes door boterzachte klei is gegaan. De opengelegde graancilinders geven een futuristisch effect: sommige doen dienst als liftschachten, andere hangen als stalactieten aan het plafond. Weer andere zijn over hun hele lengte verticaal doorgesneden, waardoor ovale gaten zijn ontstaan. Het zijn zachte ronde vormen, terwijl het beton zelf juist onafgewerkt en ruw is gelaten. Het museum wordt vanwege zijn architectuur ook wel het Zuid-Afrikaanse Guggenheim genoemd. Over de kunst kunnen we kort zijn: trekt op niks! Ja, ik versta die moderne kunst niet denk ik. Buiten beschouwing gelaten dat we 2 à 3 werken mooi vinden, is de rest in onze ogen gewoon lachwekkend. Dat mensen daar geld voor geven, vinden wij onbegrijpelijk.
We sluiten de dag af met iets lekkers van Bakkerij Paul, ja ook hier in Zuid Afrika hebben ze heerlijke pistache macarons!