Alle bomen van Tanger heb ik blijkbaar omgezaagd vannacht, dus echt goed heeft Dee Dee niet geslapen. Gelukkig heeft ze iets minder slaap nodig dan ik, want vandaag begint de grote uitdaging: rijden in Marokko. Net als gisteren word ik al om 6 uur wakker van de geur van eten. Jammer dat het niet ruikt naar lekker brood. We krijgen nog een ontbijtje in ons hotel en halen nadien onze huurauto op. Blijkbaar is het computersysteem van de autoverhuur niet zo geavanceerd, want het duurt toch zo’n 20 minuutjes tot alle papierwerk is afgehandeld en we de sleutel van onze flink bekraste Peugeot 301 meekrijgen. Buiten moeten we ook nog minstens een kwartier wachten voor alle kruisjes op het formulier van de al aanwezige schade aangebracht zijn. Gelukkig weten we hoe het in dit soort landen gaat en we maken ons dan ook niet te druk dat we wat moeten wachten. Vandaag verlaten we Tanger, de stad met een eigen identiteit, iets ongrijpbaars, intens en tegelijkertijd zacht, met een vleugje melancholie.
We moeten de Belgische verkeersetiquette tijdelijk aan de kant gooien en meegaan in het georganiseerde gekrioel dat hier ‘verkeer’ heet. In de stad zijn rijstroken even nutteloos als een verrekijker voor een blinde, want iedereen rijdt toch zo’n beetje waar hij of zij wil. Het is niet zo’n chaos als in Zuidoost-Azië, maar je moet toch sterk in je chauffeursschoenen staan om hier te rijden. Gelukkig heb ik een prima chauffeur en dat, samen met een alerte copiloot, zorgt ervoor dat dit helemaal goed komt. We kunnen iedereen geruststellen: de wegen zijn geen stoffige zandpaden vol krakkemikkig asfalt en loslopende geiten. Marokko heeft de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in infrastructuur. In plaats van strikte verkeersregels gelden vooral ongeschreven afspraken. Wie voorrang heeft? Degene die het beste oogcontact maakt of het meest zelfverzekerd doorrijdt. Een vorm van verkeersdiplomatie waar je snel aan went. Autorijden in Marokko is best veilig, zolang je bereid bent mee te bewegen met het ritme van het land.
Voor we de stad definitief achter ons laten, rijden we nog eerst even naar Cap Spartel waar de Middellandse zee en de Atlantische oceaan elkaar ontmoeten. Dit is uiteraard een top locatie voor alle toeristen die Tanger bezoeken, zo ook voor de Chinezen. Ik hoef jullie niet te vertellen dat het even duurt alvorens we een foto kunnen nemen. Daarna zetten we koers naar Asilah. Eens we Tanger buiten rijden, voel ik het al: de rust die zachtjes over me heen daalt. De torenhoge appartementsblokken verdwijnen langzaam uit het zicht en al snel rijden we door groene vruchtbare velden met aan onze rechterkant het blauw van de oceaan. We hebben de kustweg bijna voor ons alleen. Onderweg af en toe wat kamelen, hier en daar een koe en een kudde schapen komen we ook tegen.
Wanneer we Asilah binnen rijden, zien we een prachtige promenade die volledig verlaten is. Aan het eind bevindt zich een kleine parking waar we de auto parkeren. We moeten op zoek naar onze Riad Assilah maar die ligt midden in de medina. We besluiten de koffers nog even in de auto te laten en te voet op ontdekking te gaan. We betalen 80 dirham voor twee nachten. Zodra we de oude medina binnenstappen, komen we op een groot plein terecht, het Place Abdallah Guennoun en worden we begroet door prachtige blauw-witte gebouwen die lijken te dansen in de zeebries.
Google maps wijst ons andermaal de weg maar wanneer we het smalle steegje gevonden hebben waar onze riad gevestigd is, staan we voor een gesloten deur. We bellen de eigenaar en die verzekert ons dat hij er binnen de 5 minuten is. Het worden er 15 maar hij ontvangt ons wel met een brede glimlach. De mooie riad ligt net binnen de muren van de medina en is ingericht in Marokkaanse stijl. We zijn de enige gasten en kunnen onze kamer dus kiezen. Graag op het gelijkvloers want er is geen lift. De kamer is ruim en de vloer bestaat uit blauw gele mozaïek tegeltjes. Na het inchecken, gaan we op ontdekking in de stad. Buiten blauw en wit zien we hier en daar ook wel wat kleurrijke gevels.
Het verhaal van de medina van Asilah is fascinerend. In de 15e eeuw veroverden de Portugezen dit kuststadje en bouwden ze de vestingmuren die er nu nog steeds staan. Wandelend door de oude straatjes horen we bijna de echo's van de geschiedenis – van Portugese soldaten tot Marokkaanse vissers die hier al eeuwenlang wonen. De medina zelf is opmerkelijk goed bewaard gebleven, en wat ons het meest opvalt, is hoe het aanvoelt als een echte, levende gemeenschap in plaats van een toeristische attractie. Van buitenaf geeft de medina niets prijs, verborgen achter een dikke muur en bekroond door een imposante Portugese donjon. Binnen de vestingmuren is het een heel ander verhaal: smalle steegjes met betoverende kleuren, katten die tussen bloempotten door slalommen, een paar ambachtswinkels, kunstgaleries en af en toe een voorbijganger op een fiets. Het pittoreske, blauwe dorpje is vooral beroemd om haar historische medina met Moorse, Spaanse en Portugese architectuur en het jaarlijkse culturele kunstfestival. Elk jaar verandert de medina in een openlucht kunstgalerie tijdens het Internationale Culturele Moussem van Asilah. De sporen daarvan blijven het hele jaar zichtbaar, waardoor Asilah een onverwachte street art-bestemming is. Het is voor mij zonder twijfel nu al een van de mooiste plekken in Noord-Marokko. Het stadje is zo fotogeniek en heel gemoedelijk. Het straalt een zekere rust uit. Totaal niet vergelijkbaar met andere medina’s. Hier is iedereen super vriendelijk, ze laten ons rustig kijken naar hun koopwaar. Echt een nog onontdekt pareltje en er zijn ook nauwelijks toeristen.
Het voelt voor mij een beetje Spaans aan. Witte muren, blauwe accenten en overal prachtige muurschilderingen die de straatjes kleur en karakter geven. De prachtige tekeningen, afgezet tegen de felblauwe boogvormige deuropeningen zorgen ervoor dat ik helemaal euforisch word. Hier rondwandelen is dus echt geen straf. Asilah is een plek om op adem te komen, te genieten en inspiratie op te doen, altijd met de zee op de achtergrond. Eén op de twee straatverkopers verkoopt pinda's, de lokale specialiteit. Ze groeien rond Asilah en Larache, zo'n veertig kilometer zuidelijker. De beroemde Larache-pinda! Ook de plaatselijke nougat wordt hier verkocht en laat dat nu iets zijn waar Dee Dee verzot op is. Niet goed voor de lijn! We wandelen op een rustig tempo en ontdekken smalle doorgangen en een paar pittoreske deuren en poorten.
Een van de meest indrukwekkende kenmerken van Asilah is hoe de muren van de medina direct aan de oceaan grenzen. Wandelend langs het kustpad naar het Caraquia uitzichtpunt in de medina, horen we de golven beneden breken en voelen we de heerlijke zeebries. Het uitzicht op de wit ommuurde medina tegen de blauwe Atlantische Oceaan is werkelijk adembenemend. Het is de plek om even uit te waaien. Deze wallen werden dus gebouwd tijdens de Portugese bezetting in de 15e eeuw. Bij dit uitkijkpunt zien we de koepel van de Sidi Mansour begraafplaats. In deze koepel ligt Sidi Ahmed Ibn Moussa begraven, het is een mausoleum. We hebben er nog nooit van gehoord, maar het schijnt een moslimgeleerde te zijn uit de 16e eeuw. Voor de koepel zien we de graven die bedekt zijn met mozaïek scherven.
Net buiten de poorten van de medina vind je een lange straat vol cafés en restaurants. We kregen een tip van een kunsthandelaar, waar Dee Dee een schilderijtje kocht om te gaan eten bij Yalla. Ook al zitten we aan zee, we hebben zin in tajine met pruimen maar al snel moeten we van gedacht veranderen. De tajine is uitverkocht! Dan gaan we maar voor vis, die moet hier toch goed zijn, denken we. Eerst wordt er een kleine appetizer en heerlijk brood op tafel gezet. Wanneer de vis komt, zijn we een klein beetje teleurgesteld want hij is zo hard gebakken dat er van de vis niet veel overblijft. Slecht is het niet, maar we hebben al beter gegeten. Wanneer er ook nog eens vijf katten bij onze tafel komen bivakkeren, houden we het voor bekeken. Gelukkig betalen we ook nu weer een habbekrats - 10 euro per persoon.
Er zijn heel wat straatverkopers die zelf armbandjes en schilderijtjes maken, die ze ter plekke aan de man (of vrouw) proberen te brengen. We houden halt aan de meest prominente toren van Asilah, de beroemde Borj Al Kasbah. Deze oude toren, omringd door wuivende palmbomen, kijkt uit over het centrale plein van de stad. De toren, gebouwd in de 15e eeuw, diende ooit als bescherming tegen invasies en aanvallen van piraten. Het nabijgelegen Zrirq Café is een ideale plek om onze dag te beëindigen terwijl we genieten van een tasje heerlijke muntthee.