‘One can fall in love with a place while knowing life there is hard for the people who call it home’
Om half 8 uur gaan we naar de prachtige patio voor het ontbijt. Yoann zit er al en geeft me een dikke knuffel wanneer we boven komen. Het is een leuk weerzien, ook met Albert de buurman die ik vorig jaar al zo’n schatje vond. We voelen ons meteen thuis. De andere gasten schuiven ook aan. Het personeel is ontzettend lief en we worden met een glimlach begroet. Lang kunnen we echter niet blijven keuvelen, want om 8 uur moeten we al vertrekken. Vandaag hebben we met Get Your Guide namelijk een uitstap naar Langa geboekt, waar de minder fortuinlijke inwoners van Kaapstad wonen. De uitstap vertrekt vanuit het Cape Town City Centre op slechts 10 minuutjes wandelen van ons guesthouse. Daar aangekomen, blijken ze van niets te weten. Ze bekijken onze papieren en sturen ons naar een hotel om de hoek. We hebben nog 5 minuten en zetten het op een lopen. Bijna bij het hotel, hoor ik plots mijn naam. Omdat we zo gehaast zijn, denkt de man in kwestie bij zichzelf: ‘dat zullen die twee Belgen wel zijn’. Hij stelt zich voor als Goodfrey en brengt ons naar een busje, waarin al een Duitse familie zit.
Onze tour begint met een boeiend bezoek aan District Six. Deze voormalige multiculturele woonwijk in het centrum van de stad staat vooral bekend om de gedwongen verwijdering van meer dan 60.000 inwoners tijdens het apartheidsregime in de jaren 70. Jarenlang woonden er mensen met verschillende etnische achtergronden in goede harmonie met elkaar: van nazaten van slaafgemaakten tot islamitische Kaap-Maleiers en Engelssprekende Afrikaners. Tijdens de apartheid was de regering van mening dat bevolkingsgroepen strikt moesten worden gescheiden. Dat was zelfs bij wet vastgelegd. District Six was een goed voorbeeld van een plek waar mensen met verschillende achtergronden in vrede samenleefden. Dat was geen goede reclame voor het beleid van die tijd. De inwoners van District Six werden gedwongen te verhuizen naar de Cape Flats, een zandvlakte ver buiten Kaapstad. Op veel van de toegewezen plekken zijn townships ontstaan. Je moet wel van steen zijn wil je niet geraakt worden door de verhalen over District Six.
We rijden vervolgens door naar Langa, de oudste township van Kaapstad. Townships ontstonden in de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen tijdens de apartheid zwarte Zuid-Afrikanen en kleurlingen verbannen werden uit de steden om gedwongen te gaan wonen in aparte woongebieden, weg uit het zicht van de blanke bevolking. De naam van deze township betekent ‘zon’ in het Xhosa. De township werd aanvankelijk in fases gebouwd voordat ze in 1927 officieel werd geopend. Ze werd ontwikkeld toen in 1923 de Afrikanen gedwongen werden hun huizen te verlaten en naar gesegregeerde gebieden te verhuizen. Langa is een van de vele gebieden in Zuid-Afrika die vóór het apartheidsregime waren aangewezen voor zwarte Afrikanen. Het is de oudste van dergelijke buitenwijken in Kaapstad en was de locatie van veel verzet tegen de apartheid.
In Langa wacht er een andere gids ons op. Hij woont al zijn hele leven in deze township en zal ons rondleiden. Eerst leert hij ons enkele woorden, zoal ‘molo’, wat hallo betekent. Dit zeg je wanneer je iemand alleen goedendag zegt. Zijn mensen in groep, dan zeg je ‘moluene’. ‘Encosi’ betekent dan weer dank u. De Xhosa hebben een eigen taal met het gebruik van klikgeluiden. Wij vinden het hilarisch en brengen er niets van terecht wanneer we de woorden moeten nazeggen. Langa is eindeloos groot en zonder hem zouden we hier binnen een uur hopeloos verdwaald zijn. Het township bestaat grofweg uit 3 delen: shaks, family houses of hostels en Beverly Hills. Shaks zijn golfplaten hutjes waar de mensen illegaal verblijven, family houses of hostels zijn een soort woonblokken met veel kamers waar ze met verschillende families samenleven en Beverly Hills zijn de betere woningen waar slechts 1 familie in leeft.
In een van de hostels gaan we op bezoek bij 2 dames die één kamer delen van 2 op 2 meter. Ze zitten tegenover elkaar op een bed en de gids vertelt ons dat ze elk een paar kinderen hebben. Ook zij verblijven in datzelfde kamertje. Wanneer er niet genoeg plek is, slapen ze met de andere kinderen in de living. De muren van die living vertonen schimmelplekken en de elektriciteit lijkt ons ook niet erg veilig. We spreken niet dezelfde taal, maar toch voel ik hun ziel. Ik voel hoeveel vreugde ze in hun hart meedragen. Het doet me beseffen hoeveel wij hier hebben en hoe vaak we toch nog een reden vinden om te klagen, ons te haasten, onszelf met anderen te vergelijken, ons af te sluiten en dat allemaal over het hoofd te zien. We zijn zo gefocust op wat er hierna komt, dat we vergeten hoe we gewoon moeten zijn. Soms is het goede leven niet iets waar je achteraan moet jagen. Soms is het iets waarvoor je simpelweg je ogen moet openen. De dames zetten al in hoop op hun kinderen die wel naar school gaan en hopelijk een diploma behalen. Buiten op de binnenplaats ligt er zoveel vuil en rommel en dat alleen al is schrijnend. Er komt nochtans wel eenmaal per week een vuilnisophaal dienst maar blijkbaar is dat niet voldoende.
In het gedeelte ‘Beverly Hills’, zien we mooie grote huizen met voortuintjes en bloemen. Hier staan vaak ook mooie auto’s voor de deur. Dit zijn mensen die zich opgewerkt hebben en meer verdienen, maar toch in de township blijven wonen. De gids drukt ons op het hart zeker geen geld te geven op straat. We kunnen wel doneren aan de mensen die hun huis openstellen of aan de scholen in het township. In het township is er ook een Langa craft shop waar ze allerlei spulletjes verkopen van de bewoners. Schilderijen, houten beeldjes en zoveel meer. De helft gaat naar de kunstenaar zelf en de andere helft naar de gemeenschap. Op die manier kunnen ze wat geld vergaren zonder dat er gebedeld moet worden. We spenderen hier wel wat tijd want de dochter van de Duitse familie wil graag een kleedje passen.
We bezoeken een schooltje waar de kinderen ons met hun glimmende donkere ogen nieuwsgierig, maar op een afstandje aankijken. Ze zingen enkele liedjes voor ons en worden ietsje losser wanneer ze zien dat we meedansen op het ritme. Na het optreden, ga ik wat op wandel en eenmaal buiten zie ik een kindje uit een klaslokaaltje komen. Ik trek een gek gezicht en gillend verdwijnt hij terug naar binnen, maar komt even later toch terug, samen met enkele klasgenootjes. Ze pakken mijn hand en lopen met me mee, terwijl ze giechelend aan mijn haren voelen en de camera bestuderen. Ondertussen is de rest ook buitengekomen en Tania wordt uitbundig geknuffeld door die kleine pagadders. Het kost onze gids wel wat overtuigingskracht om ons weg te rukken bij de kinderen, maar we hebben niet zoveel tijd en we moeten nog naar het armste gedeelte van de township, de shaks.
Eindeloze rijen golfplaten hutjes doemen op vanuit het niets. Het is een vreemd gevoel om toeschouwer van armoede te zijn. Ik walg echt van rijke toeristen die met dure camera's de ellende van een ander op de foto komen zetten en nu doe ik het notabene zelf. Toch helpt dit bezoek me om de geschiedenis van dit land beter te leren begrijpen en de realiteit te zien. Onze gids verzekert ons dat we er goed aan doen om een township te bezoeken want dat het dankzij het toerisme is dat de mensen kleine verbeteringen zien in hun leefomstandigheden. Hij zegt ook dat het hier veilig is voor ons om zonder hem rond te lopen, al heb ik daar zo mijn twijfels bij. Heel veilig zou ik me niet voelen denk ik.
De eerste keer dat je een township ziet, word je overweldigd door een gevoel van medelijden. Kleine, stoffige krotten reiken tot aan de horizon. Maar achter deze façade van golfplaten schuilt veel levensvreugde, cultuur en muzikaal talent. We laten ons verrassen door de schoonheid en de creativiteit in de townships. Bij een prachtige muurschildering houden we halt. Ze werd gemaakt door een bekende Zuid Afrikaanse graffiti artiest om bewustwording voor de vaccinatie campagne van het COVID virus te verspreiden.
We nemen afscheid van onze Lange Township gids, die ons opnieuw bij Goodfrey achterlaat en rijden vervolgens door het Nyanga Township, wat maan betekent. Dit is gelegen aan de overkant van de straat. Hier stappen we niet uit want in tegenstelling tot Langa is het hier wel gevaarlijk. We zien het dagelijkse leven achter het raam voorbij glijden. Een man staat aan de weg eten te bereiden. Door de rook van het open vuur probeer ik te ontdekken wat het is. Het blijken geitenkoppen en mijn honger is op slag over.
Na ons bezoek vertrekken we naar Gugulethu, voor een bezoek aan het Gugulethu Seven Memorial. Het monument is opgericht ter nagedachtenis aan de dood van zeven jonge zwarte activisten op 3 maart 1986. Het monument bestaat uit zeven massieve en krachtige granieten, standbeeldachtige constructies en staat direct op de stoep voor maximale zichtbaarheid. Het beeld bestaat uit zeven figuren uit beton en graniet. Het kunstwerk herdenkt niet alleen de dood van zeven jongeren, maar is ook representatief voor de opbouw van een natie – het combineert elementen van verval of onvoltooidheid met delen die eruitzien alsof ze net zijn gebouwd. Het werd onthuld in maart 2000 op de Dag van de Mensenrechten.
Daarna rijden we naar het Amy Biehl Memorial. Zij was een 26 jarige anti apartheid activiste. Haar auto werd op een avond aangevallen. Ze werd mishandeld en doodgestoken. Bij beide monumenten mogen we absoluut niet uitstappen zegt Goodfrey want het is hier heel gevaarlijk.
Terug in Kaapstad besluiten we in de namiddag rond te kuieren in de wijk waar we logeren. We maakten gisteren al wel een kleine wandeling hier, maar nu de zon schijnt, wil ik Tania deze kleurrijke wijk toch nog verder laten ontdekken. Heel veel politieke statements zoals de tekst ‘Free Palestine’ die we op veel huizen tegenkomen.
Het is tijd voor de lunch. Naast de gekleurde huizen staat deze wijk vooral bekend om de Cape Malay cuisine. Deze populaire keuken is een mengeling van Zuid-Afrikaans, Indonesisch en Maleisisch. Het Bo-Kaap Kombuis dat al 18 jaar bestaat ligt op slecht 15 minuten stappen volgens Google, maar wel boven op een berg. Wanneer we omhoog willen, worden we tegengehouden door een kind van een jaar of 10. Het is daar niet veilig zegt hij. Ik geloof er niets van en wil me daar niet door laten tegenhouden, maar Tania wordt bang dus draaien we terug en besluiten een straat verder te wandelen om daar omhoog te gaan. Onderweg komen we een jong koppeltje tegen die net in hun auto wil stappen en ik vraag hen of we juist zitten en of het veilig is. Ze verzekeren ons dat het veilig is, maar we zien wel het medelijden op hun gezicht wanneer ze zeggen: ‘ yes always up up up very steep indeed - good luck’. We klimmen dus verder omhoog en omhoog. Met de tong op onze tenen bereiken we eindelijk het restaurant. Gelukkig is het open en is er plaats. Het is een kleurrijk restaurant, net als de buurt en we hebben een prachtig zicht op de Tafelberg en op Bo Kaap. We nemen een ‘savory platter’ zodat we van alles een beetje kunnen proeven. Ik heb combo 1: bobotie, kip curry en prawn curry. Tania gaat voor combo 2: bobotie - fish curry en lamscurry. Er is ook rijst en roti’s bij. Alles smaakt heerlijk en ook al zien we bij veel mensen de helft terug naar de keuken gaan vanwege de te grote porties, wij slagen er wel in alles netjes op te eten. De bediening kon beter, die is wat stroef - misschien moeten ze eens leren lachen.
Na de lunch blijven we nog even napraten want die luxe hebben we de voorbije weken niet gehad. Even relaxen na een top maaltijd. Rond 3 uur wandelen we terug naar beneden en kuieren nog wat rond in deze geweldige buurt. In tegenstelling tot vorig jaar, zien we best veel bedelaars op bijna elke hoek van de straat, maar ook vriendelijke bewoners die trots zijn op hun gekleurde huisjes.
Tijd voor een dessertje dus gaan we op zoek naar Dip and share, een populaire en kleurrijke dessertbar bekend om decadente reusachtige desserts met Belgische chocolade. Op het dakterras zijn er sky cabanas waar het heerlijk zitten is. De gevulde pannenkoeken, decadente wafels en smeuïge koekjes zorgen voor een heerlijke geur. Ik ga voor de ‘Caramel Trouble’, een pannenkoek gevuld met banaan en overgoten met karamel en dulce de leche met een bolletje vanille ijs. Tania gaat niet zondigen en eet gewoon een klein stukje van mijn pannenkoek. Ik ben instant happy want dit is zo lekker!
s’Avonds maken we nog een kleine wandeling door de stad op zoek naar een supermarkt, maar het duurt wel even voor we iets gevonden hebben. Enkele straten voorbij ons hotel is er een kleine buurtsuperette, maar dat is voldoende om wat water en chocolade te kopen. Het begint te schemeren en er duiken hier en daar al wat lugubere figuren op. Tijd om terug te keren naar La Rose.