‘If you only visit two continents in your life, visit Africa twice’
Ik ben dus al goed bezig! De vlucht verloopt voorspoedig, al kan ik er niet echt veel over vertellen, want ik heb ze niet volledig bewust meegemaakt. Al snel was ik in dromenland. Gelukkig geen ernstige turbulentie of andere vliegnarigheid. Rond 4u35, na een vlucht van 9 uur, tikken de wielen van ons vliegtuig het Afrikaanse continent aan. We zijn dan nog maar in Addis Abeba en moeten hier 3 uurtjes wachten op de aansluitende vlucht naar Johannesburg. Die vertrekt om 8u45. Ondanks de armoede in dit land, baadt het luchthavengebouw in weelde. De marmeren vloeren zijn extra opgeblonken wat de vele moslims hier ten goede komt. Her en der spreiden ze hun matje uit om te bidden. Vanuit onze ligstoeltjes aanschouwen we hun gebed.
De vlucht is op tijd en voor we het weten, mogen we de bus op. We zijn in Afrika, dus dat betekent chaos. We rijden best een tijdje rond op de tarmac om dan halt te houden voor het verkeerde vliegtuig. Gelukkig wordt de fout op tijd ingezien of we vlogen misschien naar Timboektoe. Ter verdediging van de arme chauffeur …. er staan zo’n 6 identieke vliegtuigen van Ethiopian Airways op een rijtje. Rond 9 uur zitten we eindelijk in het vliegtuig op weg naar onze eindbestemming. Naast ons weer wat chaos want lezen is niet de sterkste kant van de Afrikaners blijkbaar. T’is ook moeilijk als je het ABC niet kent. 4,5 uurtjes later om 13u30 lokale tijd komen we aan in Johannesburg.
Johannesburg ligt in dezelfde tijdszone als België dus er is geen tijdsverschil en bijgevolg ook geen jetlag. Heerlijk! Al moet ik zeggen dat een rechtstreekse vlucht toch wel leuker is. We geraken snel door de douane zonder gedoe maar onze bagage laat een beetje op zich wachten. We worden hartelijk begroet door onze plaatselijke, enthousiaste, rondborstige gids Hugo. ‘Welkom’, zegt hij in het sappige Zuid-Afrikaanse dialect met zijn brede glimlach, die straks ongetwijfeld de rode draad van deze reis zal vormen. Het is weer even wennen want alweer een tijdje geleden dat ik met een reisgezelschap op stap ben. Maar alles heeft zijn voor- en nadelen en het is ook best leuk om gewoon ‘mee te kunnen’ zonder zelf alles te moeten regelen. Iedereen moet nog geld wisselen of uit de muur halen dus het is bijna half vier wanneer we het luchthavengebouw verlaten.
We maken meteen kennis met onze ‘huiskamer’ voor de komende 3 weken, een splinternieuw klein busje met grote ramen die allemaal open kunnen. Omdat Johannesburg geen toeristvriendelijke stad is, rijden we onmiddellijk door naar Pretoria en houden we die ramen toch nog maar even gesloten. Trouwens, eens ‘en route’, denken we even dat we op het verkeerde continent zijn uitgestapt. De wegeninfrastructuur die iedereen erbarmelijk verwacht, is hier echt geweldig. Daar kunnen ze in België nog iets van leren. We krijgen dus geen instant ‘This is Africa’ gevoel. Toch voelen we ons direct thuis, vanwege de files en de regen die plots met bakken uit de hemel valt. Pretoria wordt de stad van de jacaranda genoemd. We zijn een beetje te vroeg want de bomen staan nog niet in bloei. Binnen een tweetal weken kleurt de stad paars.
Vrijwel onmiddellijk worden we ondergedompeld in de geschiedenis van Zuid-Afrika met een bezoek aan het granieten Voortrekkersmonument 3 kilometer buiten de stad. Het massieve bouwsel is nationaal erfgoed en bulkt van de symboliek en in wezen beeldt het twee belangrijke mijlpalen uit: de Grote Trek (1835-1854), 15000 voortrekkers die over berg en dal het binnenland introkken en de Slag bij Bloedrivier (1838) waar ze de zoeloes een serieuze pandoering gaven. Het mag dan nu vooral een toeristische trekpleister zijn, voor Afrikanen zal het altijd wel iets meer blijven betekenen. Vanuit elke richting in Pretoria is dit baken van hoop te zien.
Voor we het voortrekkersmonument betreden, moeten we eerst 299 traptreden omhooglopen. Deze trap leidt naar de ingang van het voortrekkersmonument. Op de bovenste trap is een sierlijke en symbolische ingangspoort en een muur die het monument omringd. Het vierhoekige granieten gebouw is werkelijk imposant want het is maar liefst 40 meter hoog. Het ligt in een tropische tuin omgeven door prachtige planten, bomen en bloemen.
Het bronzen standbeeld van de voortrekker oermoeder met kind staat voor de toegangspoort. Dit is het eerste standbeeld in de geschiedenis van Zuid-Afrika, een hulde aan de voortrekkersvrouw en een symbool voor de cultuur. Wanneer we voorbij het beeld zijn, betreden we het monument en staan we plots in de adembenemende heldenhal met een marmeren vloer en marmeren beelden die in de muren zijn uitgehouwen. De marmeren muurgravure is 92 meter lang en beeldt de belangrijkste gebeurtenissen van de grote trek en de slag bij de bloedrivier uit.
De marmeren vloer is bedekt met verbredende cirkelvormige patronen. Het stelt watergolven voor die ontstaan nadat er een steen in het water wordt gegooid. Het wordt breder en breder en vult ten slotte de hele Heldenhal. Het symboliseert ook de verspreiding van de geest.
Boven de Heldenhal is er een koepel met in het midden een grote ronde opening. Wanneer we naar beneden kijken, zien we de beroemde cenotaaf, het centrale middelpunt van het monument, het graf zonder botten. Het lege graf symboliseert de laatste rustplaats van de voortrekkers die tijdens de Grote Trek zijn omgekomen. Met een ‘hijsbakkie’ kunnen we naar boven. Van op de galerij hebben we een mooi uitzicht over de tuin van het monument en de omgeving van Pretoria. Jammer van de regen!
Waar de stad overgaat in de natuur, begint de wildernis. We logeren voor 1 nachtje in het Zebra Nature Reserve, een kleinschalig hotel, verscholen in een bosrijke, schilderachtige omgeving op een groot domein, waar we morgenvroeg zicht hebben op zebra’s en gnoes. Nu is het een beetje te donker om iets te zien. We genieten al een eerste maal van de Zuid-Afrikaanse gastvrijheid. Bij aankomst krijgen we een mierzoet welkomstdrankje en een versgebakken muffin. Daarna worden we naar de bungalows gebracht. In tegenstelling tot onze reisgenoten, zien wij op het eerste gezicht geen vieze beestjes. Een kikker, kakkerlak en kever passeerden al de revu maar bij ons voelen ze zich voorlopig niet welkom. Gelukkig maar! De kamers zijn een beetje afgeleefd en aan opfrissing toe, maar de lodge zelf en de gemeenschappelijke ruimtes zijn heel tof. Gezellige bar en restaurantje en het personeel is hier super vriendelijk en behulpzaam! En dan hebben we het nog niet gehad over onze eerste Afrikaanse maaltijd - heerlijk! Wel gevaarlijk zo’n buffet. Voorgerecht en dessert laat ik aan mij voorbij gaan, maar ’t’is nog maar de eerste dag natuurlijk.
‘s Avonds zijn we moe van alle eerste indrukken, maar ik moet toch nog even mijn sociale media up to date brengen. In polar steps zorg ik alvast voor de eerste kleine collage van mooie foto’s en in deze blog pen ik al onze avonturen neer.We zijn wel blij in ons bedje te kunnen kruipen en het licht uit te kunnen doen.