zaterdag 3 oktober 2026

Krokodillenrivier - eSwatini

‘Travelling through Africa gives you a deeper respect for nature and your place in it’


Ons voorlopige, laatste nachtje op Zuid-Afrikaanse bodem is alweer prima verlopen.  ‘Goeie more almal!’ Wakker worden terwijl de zon door de ramen schijnt, is zalig. Een laatste ontbijtje in deze prachtige lodge om 7 uur en om 8 uur zitten we alweer in ons busje. Via Witrivier en Nelspruit rijden we naar Krokodillenbrug, gelegen aan één van de gates van Krugerpark. Onderweg komen we weer heel wat wegenwerken tegen waar er telkens zo’n 3 man écht werkt en de rest op hun handen staat te kijken. Hugo heeft gisteren ons busje naar de carwash gedaan maar dat is nu alweer terug vuil door al dat stof. Bij het begin van elke versmalling staat er gewoonlijk een dame met een rode vlag te zwaaien. Ja, soms vind je de job van je leven! De omgeving is hier prachtig. Heel veel rotsige hellingen, begroeid met lage beplanting. Groen, groener, groenst …


Onderweg zien we veel acaciabomen waar de wevertjes hun nestje bouwen. Dat zijn opvallende geel met zwarte zangvogels die bekend staan voor hun kunstige, hangende weefnesten. Het mannetje is diegene die het bolvormig, hangend nest bouwt van plantenvezels en gras om de vrouwtjes te verleiden. 


























Vermits het hier een fruitstreek is, stoppen we bij een markt waar het mooiste en rijpste fruit in rijtjes is uitgestald. Van zodra we de bus uitkomen, beginnen de verkoopsters te roepen. Nu ben ik niet echt een fruit eter, maar wanneer ze een banaan in mijn handen duwt en ik ervan proef, ben ik aangenaam verrast. De banaan smaakt zoveel zoeter dan bij ons. Ik vraag wat 2 banaantjes kosten en ze zegt dat ik het gratis krijg. Ze dringt verder ook niet meer aan en daar ben ik zo van gecharmeerd dat ik besluit aan haar stalletje dan toch maar iets te kopen. Een doos mandarijntjes - vitamine C kan je nooit genoeg hebben, voor 50 rand (slechts 2 euro).


























Bij de krokodillenrivier stoppen we om even een kijkje te nemen.  Het water van de rivier wordt vooral gebruikt voor irrigatie waardoor het niet erg stroomt. Hier staan we bijna oog in oog met deze Afrikaanse killers. Sommigen liggen roerloos in het modderige water, anderen liggen op een eilandje te genieten van de zon. Wij blijven veilig op de brug staan die de twee oevers verbindt want een krokodil heeft de grootste bijtkracht van alle dieren op aarde. Ze kunnen niet echt kauwen, maar scheuren hun prooi aan flarden. 




























We rijden verder naar de grens van het kleine koninkrijk Swaziland. Het is een hele mooie rit door een prachtig landschap. Overal fruitbomen, vooral mango en appelsienen. Wanneer we aan de grens komen, staat er een verschrikkelijke file bij immigratie. Hugo vindt het geen goed idee om aan te schuiven. Daarom gaan we eerst naar het Matsamo Cultural Village, een in een cirkel gebouwd dorp, ook wel kraal genoemd met enkele hutten. Bokrijk op zijn swazi’s. Het is een plek waar eeuwenoude gebruiken met trots worden gedeeld en levend gehouden. Bij aankomst worden we ondergedompeld in een wereld van ritme, kleur en gastvrijheid. Florence, gekleed in traditionele klederdracht, leidt ons rond.  De kleding is rijk versierd en staat symbool voor identiteit en status. Vooral haar teensletsen vind ik geweldig! We leren hoe de huizen worden gemaakt, welke rol familie en gemeenschap spelen en hoe gebruiken van generatie op generatie worden doorgegeven. 


























Uiteraard worden we ook verrast op traditionele dans, begeleid door opzwepende zang en percussie. Het hoort erbij en ik geniet er wel van, maar wanneer ze vragen om mee te dansen, krijg ik het al benauwd, want echt leuk vind ik dat niet. Gelukkig is Tania erbij, die wel enthousiast mee springt op het ritme. Bij sommige dames staat op hun gezicht te lezen dat ze er helemaal geen zin in hebben. Begrijpelijk, wanneer je datzelfde dansje voor de zoveelste keer die dag moet doen. Het meisje waar Tania mee danst, is wel enthousiast en ze geeft haar nog een dikke knuffel.


























We lunchen hier voor slechts 10 euro en krijgen de keuze uit verschillende gerechten. Het eten wordt geserveerd op een buffet in zwarte potten op een vuur en is, zoals steeds, super lekker. Altijd is er voldoende keuze En meestal is er toch wel veel bij dat ik lust.


























Swaziland is een echt koninkrijk, een zelfstandige staat. Aan het roer staat de koning met zijn moeder. De bevolking is hier arm, de koning leeft in weelde. Hij besloot een paar jaar geleden dat eSwatini een leukere naam was. Dus nu heet het land officieel eSwatini. De grensovergang gaat heel soepeltjes. We moeten eerst een loketje passeren voor onze stempel om Zuid-Afrika uit te mogen. Daarna wandelen we een stukje door niemandsland, om vervolgens weer langs een loketje te passeren voor onze stempel om Swaziland binnen te mogen. Met alweer 2 prachtige stempels in ons paspoort rijker, rijden we het koninkrijkje binnen. We passeren hele bossen eucalyptus. De dunne stammen lijken loodrecht omhoog te gaan. Er zijn hier dan ook veel houtzagerijen die balken produceren.


























We merken het meteen na het passeren van de grens: Swaziland is een heel ander land dan Zuid-Afrika. De mensen lijken hier anders in het leven te staan. Een plek waar mensen je spontaan op straat begroeten: ‘Welkom. Relax. No hurry in Swaziland!’  Haast bestaat niet in Swaziland. Deze typische uitspraak lijkt een excuus voor laatkomers, maar het is de officieuze slogan van het land.  We krijgen onmiddellijk het echte ‘slow-down-dit-is-Afrika’ gevoel. Landbouw is de ruggengraat van de economie. De meeste Swazi wonen in landelijke gebieden en proberen met landbouw een bestaan op te bouwen. Helaas zijn armoede en werkloosheid een groot en hardnekkig probleem. De koning heeft in een polygaam huwelijk naar schatting 15 vrouwen. Elk jaar tijdens een festival in september wordt weer een nieuwe vrouw voor hem gezocht uit de duizenden vrouwen die een poging doen om bij de koninklijke familie te horen. De economie draait veelal op de export van suikerriet en bosbouw. Ook zitten er kolen in de grond. De 1,3 miljoen inwoners leven echter veelal beneden de armoedegrens. Door de vele met Hiv besmette mannen zijn er veel weeskinderen omdat de ouders op jonge leeftijd sterven. Een situatie die niet snel zal veranderen helaas.



 























Ook in Swaziland is het weer goed opletten voor koeien, geiten en mensen langs de weg. Een jakhals steekt zonder te kijken de straat over. Hugo kan hem maar net ontwijken. Langs de kant van de weg zien we heel veel koeien en in tegenstelling tot wat je zou denken, zit er heel wat vlees aan. De wegen zijn vaak ook bochtig en er zijn hoge drempels. Die liggen vaak onaangekondigd op de doorgaande weg. Als je niet uitkijkt, vlieg je er met 80km per uur overheen. Gelukkig weet Hugo ondertussen wel waar ze zijn. Na een tijdje moeten we allemaal de bus uit en met onze schoenen door een ‘ontsmettingsbadje’ tegen mond en klauwzeer, iets wat in dit koninkrijkje nog veel voorkomt. Het is een grappig gezicht, wij allemaal op een rijtje over een in ontsmettingsmiddel gedrenkte mat. 


We krijgen een dubbel beeld van het land. Aan de ene kant is het landelijk met kleine huisjes en hutjes met wapperend wasgoed. Mensen die langs de weg lopen en spullen op hun hoofd dragen. Dorpjes met kleurrijke marktkraampjes. Aan de andere kant zien we ook een enorme shopping mall en zelfs een golfterrein. Dat hadden we dan weer niet verwacht.


Wanneer we naar de Komati valei rijden, gaat de weg steil omlaag. Op een vlak stuk op de bergflanken, spelen kinderen voetbal. Ze moeten wel behendig zijn, want sjotten ze te hard, dan rolt de bal zonder pardon de berg af. Even verder stoppen we even om een foto te nemen van het prachtige landschap. Beneden zien we een groot meer. Enkele dames baten er een winkeltje uit en snellen ons tegemoet. Ze verkopen schattige dieren in een soort steen, volgens Hugo wel zelf gemaakt, en zijn super dankbaar wanneer we iets kopen. We letten erop dat we onze aankopen wat spreiden over de stalletjes, zodat zoveel mogelijk verkopers iets verdienen. Wat een leuk landje is eSwatini, met ook hier weer bijzonder vriendelijke mensen. Jammer dat we niet meer tijd hebben om het te ontdekken. 


























Ik ben gefascineerd door dit koninkrijk binnen een land en ben heel benieuwd naar de Vallei van de Hemel. Voor een verblijf op een plek met zo’n magische naam hebben we natuurlijk een hemels hotel nodig. We logeren in de Mantenga Lodge dat dus gelegen is in de prachtige Ezulwini Valley (Vallei van de Hemel), midden in de natuur aan de voet van Sheba's Breasts Mountains met uitzicht op de legendarische ‘Execution Rock’, de plek waar... tja, jullie kunnen zich waarschijnlijk wel voorstellen waarvoor die ooit diende. Tegenwoordig heerst er echter een serene sfeer rond dit natuurwonder. De kamers zijn smaakvol ingericht. Mooie paden, omzoomd door rustgevende tuinen, verbinden de verschillende accommodaties met het restaurant en het grote zwembad.


























We worden om half 7 in de bar verwacht want Rudi is jarig en dat moet gevierd worden! Hobo zorgde voor een fles champagne. Na ons aperitief nemen we plaats op het terras met een adembenemend uitzicht op Execution Rock. We krijgen vandaag een vast menu maar kunnen wel kiezen uit twee gerechten. Deze combineren natuurlijke Swazi-ingrediënten en -smaken met een mix van Europese gerechten. Bij zonsondergang wordt het terras verlicht door kaarsen, wat zorgt voor een zeer romantische sfeer. Wanneer we gegeten hebben, horen we plots gezang. Het keukenpersoneel komt naar buiten met een verjaardagstaart. Mocht Rudi in de grond kunnen zakken, had hij het gedaan. Toch leuk dat zijn verjaardag niet onopgemerkt voorbij is gegaan. Onze eerste Rock Chandy is een feit!