zaterdag 4 april 2026

Agafay

De wekker gaat af om 5u50 - de mezzin roept op tot gebed. Het is de eerste keer dat ik er wakker van word. Voor de verandering slaapt Dee Dee er door. Vandaag verlaten we Marrakesh alweer voor een kort intermezzo op een bijzondere plek.  Het was toch leuk om weer even in deze complexe stad te vertoeven! De belangrijkste toeristische plekjes zijn overweldigend en vermoeiend, terwijl onze kookworkshop voor een gevoel van rust zorgde. Op slechts een steenworp afstand van Marrakesh (1 uurtje rijden), bevindt zich een compleet andere wereld, namelijk de Agafay steenwoestijn. Daarom nemen we om half 10 een taxi naar het station. We moeten weer even onderhandelen en betalen sowieso weer te veel maar daar hebben we al mee leren leven. In het station is echter geen wagen verhuur te bekennen dus moeten we weer bellen. We moeten de baan oversteken, daar is een budget car rental. We krijgen een grijze Toyota, een automaat deze keer. Hij is nog wel heel erg vuil want het is spitsuur voor de carwash en dus was er geen tijd meer. We vragen wel om de ramen even te kuisen en rijden dan de stad uit.


























Het is druk, het is chaotisch, maar de chaos lijkt een soort van georganiseerd en iedereen gaat globaal dezelfde kant op. De chauffeurs hier zijn het drukke verkeer gewend, maar voor mij is het soms angstaanjagend. Scooters snijden ons de pas af en we passeren ezelwagens en wandelaars die lukraak oversteken. Heel wat locale chauffeurs feel the need for speed. Gelukkig lijkt Dee Dee er allemaal geen last van te hebben. TOP chauffeur, mag even gezegd worden!  We krijgen wel een beeld van hoe de Marokkanen wonen, net buiten de hectische drukke medina. We passeren mooie brede boulevards, fraaie woonwijken met moderne huizen. Na verloop van tijd wordt de bebouwing minder en wordt het steeds rustiger op de weg.  


Als we aan woestijnen denken, zien we meteen de gouden zandduinen voor ons die zich uitstrekken van Merzouga tot de Sahara. Maar weinig mensen kennen die andere woestijn: de Agafay-woestijn. Hoewel het vaak in de schaduw staat van de beroemde Sahara zandwoestijn, biedt de Agafay-woestijn een unieke woestijnervaring. Deze steenachtige woestijn, strekt zich uit over een gebied van droge, rotsachtige heuvels en plateaus. In tegenstelling tot de eindeloze zandduinen van de Sahara, bestaat de Agafay-woestijn uit een dor en rotsachtig landschap dat varieert van uitgestrekte vlaktes tot glooiende heuvels. De omgeving lijkt op een maanlandschap, een beetje surrealistisch. De thermometer in de auto geeft aan dat het buiten 28 graden is. In de verte steken grillige bergtoppen boven het landschap uit. Het ruige Atlasgebergte is de hoogste bergketen van Noord-Afrika met toppen tot boven de 4.000 meter. Het land is droog en vlak, de aarde is normaal roodgekleurd maar door de hevige regen van de voorbije maanden, zien we toch wel wat groen op de flanken staan. Dit is hoogst uitzonderlijk in deze regio. Het is meer dan 30 jaar geleden dat er nog zo veel regen is gevallen.


Onderweg zie ik plots graffiti dus vraag ik om even te stoppen. Even een klein bergje op, foto nemen en dan ga ik onderuit. Mijn knie geschaafd en mijn handpalm ook omdat ik me probeer tegen te houden. Gelukkig is mijn broek niet kapot maar ze zit wel onder het bloed. 


























Even later arriveren we op onze bestemming, The Stone Camp by Scarabeo. Ons woestijnkamp ligt in een soort oase te midden van de vallei. Het maanachtige, imposante landschap van de droge Agafay-woestijn met het Atlasgebergte aan de horizon vormt een prachtig decor voor de witte tenten, die scherp contrasteren met de dramatische kleuren van de woestijn. Het is hier prachtig en het bezorgt ons opnieuw een wauw momentje. Vanaf het moment dat we aankomen, voelen we dat we langzamer gaan en dieper ademhalen. De weidse uitzichten en de stilte van de woestijn geven ons een zeldzaam gevoel van rust. We komen rond het middaguur aan en Abdul verwelkomt ons met thee en koekjes. De inrichting geeft ons het gevoel alsof we gekatapulteerd worden naar de jaren 40.  Flarden van de film The English Patient komen in me opborrelen. Vooral wanneer Abdul zijn vooroorlogse EHBO koffer bovenhaalt en mij verzorgt. 


























Omdat het lunchtime is vraagt Abdul of we ook lunch willen. Deze zit niet in de prijs inbegrepen en is hier het duurst van alle maaltijden die we hebben gehad, zelfs die van het klasserestaurant, nl 450 dirham. Gelukkig hebben we even een helder moment en besluiten we slechts 1 lunch te bestellen en deze te delen. Een heel goede beslissing want er komt weer heel wat op tafel. Allerlei salades met het meest lekkere, warme brood dat we in Marokko al hebben gegeten. Daarna kippenbrochettes en mini hamburgertjes. Het is zalig zitten in de schaduw van de Sahara tenten. Enig nadeel zijn die kleine vliegjes die stevig kunnen bijten. 


























Na de lunch is het glamping time! Een moment van magie en rust! We kijken uit naar onze bedoeĆÆenentent met eigen badkamer voor een nacht onder de sterren. De stijl van het kamp is ingetogen en niet wat je zou verwachten van een typisch ‘Marokkaans’ ontwerp, dat overladen is met patronen en stoffen. Het ontwerp harmonieert met het landschap door de pure kleurtinten van natuurlijke materialen: wit beddengoed, vintage meubels, karamelkleurige leren stoelen, reissouvenirs, sfeervolle Marokkaanse lantaarns, gebleekt hout, geweven vloermatten en biscuitkleurige kussens. Van uit onze mega tent hebben we een  ongelooflijk uitzicht over het Atlasgebergte. 


























Nadat we de tent uitvoerig hebben verkend, besluiten we naar het zwembad te wandelen en onze voetjes in het water te steken. Het eerste ogenblik is het water ijskoud maar na 5 minuutjes is het aangenaam.  Al zittend op de rand van het zwembad turen we het niemandsland in, waar we af en toe een voorbijtrekkende kamelenkaravaan zien.


























Terwijl we ons in de grote leegte van de woestijn bevinden, hebben we het gevoel alsof we aan het eind van de wereld zijn. Hier is tijd relatief. Ons even onderdompelen in lege zandvlaktes vol verhalen en de grillige witte toppen van het Atlasgebergte in de verte. Zalig!


Rond 7 uur is het tijd voor een traditionele Marokkaanse maaltijd in de hoofdtent. We zijn zoals steeds de eersten. De tafel wordt wederom volgeladen met lekkers. Twee tajines: kip met olijven en citroen en rundvlees met pruimen en abrikozen. We krijgen ook brood, couscous, bloemkool, wortelen, courgetten en venkel. Die overdaad … we krijgen nog niet de helft op. Het is weer genieten van de overheerlijke smaken van de Marokkaanse keuken. Als toetje is er chocomousse, wortelcake en appel crumble.


Ondertussen is de avond bijna gevallen en terwijl het woestijnkamp sfeervol wordt verlicht met kaarsen en vuurkorven, luisteren we in stilte naar de geluiden van de woestijn. Af en toe komt er een zuchtje wind, die plotseling weer verdwijnt, maar net zo snel weer de leegte om ons heen vult. Ik denk dat het vannacht wel flink zal afkoelen. 


Rond 8 uur vindt de plaatselijke dj het tijd om aan de volumeknop te draaien en houden wij het voor bekeken. Wat ons betreft, past dit hier nu echt niet. Elke tent heeft een terras met twee stoelen en een tafel, vanwaar je uitzicht hebt op de omliggende tenten en de rotsachtige duinen op de achtergrond. Gelukkig ligt die redelijk ver van de hoofdtent. We brengen nog een tijdje door op ons terras, genietend van het uitzicht. We hadden gehoopt op een mooie sterrenhemel maar jammer genoeg is het bewolkt. Met een dag vol impressies duiken we onder de wol en herbeleven we de dag in onze dromen.



vrijdag 3 april 2026

Marrakesh

Super geslapen vannacht in mijn kingsize bed. Dee Dee iets minder. Deze ochtend krijgen we ontbijt op het dakterras, eerst een verdieping naar beneden en dan twee verdiepingen terug naar boven. Wanneer je niet goed te been bent, is Marokko geen goed idee als volgende vakantiebestemming. De zon schijnt al mooi op de besneeuwde bergen in de verte en onze tafel wordt weer danig volgeladen. Super lekkere huisgemaakte yoghurt met fruit, daar gaan we voor vandaag. 


De Marokkaanse keuken is er eentje om langzaam te ontdekken, hap voor hap. Hier draait alles om smaak, geur en traditie. Eten is niet zomaar een maaltijd, het is een beleving die je met al je zintuigen meemaakt. Er zijn een paar klassiekers die je echt geproefd moet hebben. Vandaag leren we koken zoals de locals dat doen. We zijn nog wat te vroeg dus wandelen we nog even het Djemaa-el-Fna-plein over tot bij de Koutoubia Moskee. Dit is een van de belangrijkste historische gebouwen van Marrakesh en ook het grootste religieuze bouwwerk van de stad. De blikvanger is de zeventig meter hoge minaret.


























Om 10 uur komen we samen bij CafƩ France met de rest van de kooklustigen. We maken kennis met onze gids Jamal. Samen met hem wandelen we eerst door de souks, waar de geuren van kruiden, versgebakken brood en gegrild vlees ons tegemoetkomen. De Marokkaanse keuken is ƩƩn van de meest gevarieerde keukens ter wereld. Met een boodschappenlijstje in de hand halen we alles wat we nodig hebben. We starten bij het olijvenkraam waar we de olijven ook effectief mogen proeven en kunnen vergelijken want ze smaken allemaal anders.


























Daarna gaan we voor verse groenten op de markt. Jamal legt het verschil uit tussen een vrouwelijke (ovaal onderaan) en een mannelijke (rond onderaan) aubergine. Voor een salade zijn de mannelijke beter omdat er de minste pitjes inzitten.  Aan de overkant van het kraam, zit de poelier die zijn levende kip eerst op de weegschaal legt om ze dan nadien te slachten. 


























Op Place des Ʃpices verkopen talloze handelaren verschillende kruiden en specerijen maar Jamal doet ons beloven hier nooit kruiden te kopen. Hij weet een beter plekje even verderop. Terwijl Jamal vlees haalt bij de slager, krijgen wij uitleg bij het specerijenkraam over alle verschillende kruiden die in de Marokkaanse keuken worden gebruikt. Op ons boodschappenlijstje staat een flinke schep ras el hanout, komijn, gember, peper en paprika. Uiteraard kopen we ook nog wat voor thuis, we zijn hier nu toch. Onderweg vertelt onze gids over het dagelijks leven in de medina. We passeren de broodoven waar we heerlijk vers brood kopen.


Daarna is het tijd om zelf de keuken in te duiken. In een prachtige riad staan enkele tafels klaar met snijplanken, dus stropen we onze mouwen op, doen een short aan en gaan aan de slag. Dee Dee en ik starten met de vulling van de briwats, een vegetarische variant met witte kool. Het voorgerecht bestaat uit sardines met een marinade van peterselie en koriander. Heel gek maar alhoewel ik niet zo verzot ben op koriander, vind ik deze wel lekker. De gefileerde sardines gaan op een bakplaat met daarbovenop tomaat, groene paprika en citroen. Deze moeten dan in de oven afgebakken worden. 

























Daarna moeten de groenten voor de tajine gesneden worden. De tajine, geserveerd in een kegelvormige aardewerken pot, komt in allerlei varianten. We leren hoe we een keftatajine en eentje met pompoen en kikkererwten moeten bereiden. Terwijl de tajine langzaam staat te pruttelen, maken we het dessert, een soort kokoskoekjes met een amandel in het midden. Rond twee uur schuiven we aan tafel en proeven we van onze zelfgemaakte Marokkaanse lunch. Alles smaakt heerlijk, al hebben we toch zo onze favorietjes: de aubergine salade en de wortels met kaneel vinden wij het lekkers. Beide tajines zijn goed maar onze voorkeur gaat toch naar de kefta.




























Omdat we om 15u30 in de nieuwe stad moeten zijn bij Jardin Majorelle, stelt Jamal voor om een tuktuk voor ons te bestellen zodat we het hele traject niet moeten lopen. We hebben vooraf kaartjes gekocht met een tijdslot, dus mogen we niet te laat komen. ‘Een tuktuk rit is een belevenis’, zegt Jamal en dat is niet gelogen. de tuktuk chauffeur raced door de smalle straatjes van de medina en meer dan eens denken we ‘nu rijdt hij iemand zijn broek uit’. Hij heeft er duidelijk plezier in dat wij af en toe onze adem inhouden.


























We worden afgezet aan de straat van Jardin Majorelle en we zijn ruim op tijd om in de rij te gaan staan van ons tijdslot. Om kwart voor vier mogen we binnen in deze groene Ć©n blauwe oase van rust. De tuin was een bron van inspiratie voor modeontwerper Yves Saint Laurent. Voor mij kent de tuin geen geheimen, want ik ben er al geweest maar Dee Dee wou het toch graag zien dus ga ik nog maar een keertje mee. Ik heb hier altijd een dubbel gevoel. In vergelijking met de drukke hectische stad met haar benauwde en drukke souks, is dit natuurlijk wel een plek om even tot rust te komen. De enthousiaste verkopers en claxonnerende taxi’s lijken ineens kilometers bij ons vandaan, maar wat mij betreft, is het toch geen Ć©chte oase van rust want we moeten de tuin delen met heel wat andere toeristen. Toch moet ik zeggen dat ik het deze keer wel mooier vind dan de vorige keer. Misschien omdat het nu wat later in het seizoen is en er toch meer kleur is. 


























Als je van cactussen en palmbomen houdt, dan ben je er zeker op je plek. Jacques Majorelle ontwikkelde zelf de specifieke kleur blauw, geĆÆnspireerd op zijn reizen door Marokko. Hij registreerde de kleur zelfs als Majorelle-blauw, en je komt deze hier overal tegen: op de buitenmuren van de gebouwen, de bloempotten, fonteinen, mozaĆÆektegels en borderranden. De iconische kleur steekt prachtig af tegen de groene planten en de rode aarde. Ook het zachte citroengeel op muren en plafonds zorgt voor een mooi contrast.


























Yves Saint Laurent en zijn partner bezochten de tuin elke dag. Het was geopend voor publiek, maar er kwam bijna niemand. Zij werden echter verleid door de oase waar de kleuren wel door Matisse leken gemixt met die van de natuur. Toen ze hoorden dat deze tuin op het punt stond verkocht te worden en plaats zou maken voor een hotelcomplex hebben ze er alles aan gedaan om dat project te stoppen. Zo werden zij de nieuwe eigenaren van het huis en de omliggende tuin en brachten die terug tot leven.


























Als we bijna aan het einde van de tuin zijn, komen we langs het Berber Arts Museum. Het is een klein etnografisch museum over de cultuur van de Berbers. Hier vind je schilderijen en voorbeelden van textiel, keramiek en sieraden. Er zijn schitterende stukken bewerkt hout, leer en metaal, maar ook tapijten, stoffen, muziekinstrumenten en kostuums. In een aparte kamer zijn tientallen prachtige juwelen tentoongesteld die worden gereflecteerd in een sterrenhemel. Even verderop bevindt zich het Yves Saint Laurent-museum, dat een eerbetoon brengt aan de modeontwerper met een collectie van zijn werken. Twee prachtige musea waar we jammer genoeg geen foto’s mogen maken. 


Over Jardin Majorelle zijn prachtige winkels, maar hier is afdingen niet mogelijk. We zetten ons daarna op een terras want we hebben dorst gekregen van al dat slenteren. Wanneer we aan de ober vragen om een foto te nemen, krijgen we prompt een rood mutsje op ons hoofd. Dat was nu niet echt de bedoeling. Eentje zonder krijgen we niet. 


We besluiten te voet terug te wandelen naar de oude binnenstad. Talloze koetsen, met paarden ervoor, staan klaar om ons te brengen waar we willen, maar we maken er geen gebruik van. Het is veel leuker om zelf door de steegjes en door de souk te dwalen. Gigantisch veel winkeltjes, tot aan het plafond toe vol met koopwaar. Ik geef het toe. Ik ben een shopaholic! En elke keer als ik in Marokko ben, heb ik het gevoel dat het bruto nationaal product van Marokko minstens met 10% is gestegen als ik vertrek. Telkens denk ik ook echt dat ik een koopje heb gedaan. 


























Wat een drukte! Hoe smal de steegjes ook zijn, de inwoners van Marrakesh scheuren erdoor op hen scooters, fiets of zelfs met een ezel. We kijken onze ogen uit, onze neus raakt verzadigd van alle geuren en onze oren doof voor alle geluiden. Het fotografie museum is nog open en dat vind ik echt de moeite dus gaan we hier nog even naar binnen alvorens te gaan eten. De prachtige zwart wit foto’s zijn verspreid over drie verdiepingen. 


























Vanavond gaan we eten in Le Foundouk, het restaurantje waar ik vorige keer heel graag wou gaan eten maar niet binnen ben geraakt. Deze keer heb ik dus geen risico genomen en gereserveerd. Een ‘foundouk’ is een herberg waar vroeger koopmannen hun waren verkochten. Die zijn al lang vertrokken maar het is nog steeds een bijzondere plek. Het restaurant is gevestigd in een gebouw uit de 16e eeuw. De restauratie, uitgevoerd met absoluut respect voor de traditionele architectuur, behoudt historische elementen en integreert tegelijkertijd hedendaags comfort: antieke tegels, houtsnijwerk en pleisterwerk. De traditionele trap, versierd met veelkleurige tegels, leidt naar de bovenste terrassen. Deze geleidelijke klim onthult de gelaagde architectuur van het gebouw en bereidt ons voor op het uitzonderlijke panoramische uitzicht over de medina met slanke minaretten, glinsterende koepels en het Atlasgebergte op de achtergrond. We besluiten eens decadent te doen en alcohol te drinken in een land waar dit bijna nergens kan. Ze zijn ook niet gierig met de alcohol, dus ik sta al snel op mijn kop. Gelukkig moeten we nog eten. We bestellen een heerlijke pastilla. Het prijskaartje is hier uiteraard hoger dan elders. We betalen 30 euro per persoon. 




















Eenmaal buiten vraagt Dee Dee de weg aan de portier en ook of het veilig is om te voet terug te keren naar ons hotel of beter een taxi te nemen. Hij stelt prompt voor om ons het eerste stuk te brengen tot waar we het kennen. We lopen als schaapjes achter hem aan maar hij versnelt meer dan eens het tempo. Na 20 minuten hangt onze tong op de tenen en zeggen we hem dat we van hier de weg wel weten. Dat is eigenlijk niet zo maar Google brengt ons wel thuis. Al heel de dag zit Dee Dee met een soort poncho in haar hoofd die ze gezien heeft in een klein winkeltje dus gaan we op zoek om dit terug te vinden. Wonder boven wonder komt het op ons pad. Dan heb ik gelijk een verjaardagscadeautje voor haar. 


Morgen verlaten we deze hectische stad voor even om de rust op te zoeken in de woestijn, maar ‘we will be back’!