Vandaag word ik wakker met een gezonde dosis spierpijn en pijnlijke knieën. Toch niet gewend aan wandelen in zo’n heuvelachtig gebied. Vandaag dus iets minder kilometers! We willen heel graag de bekendste waterval van het Müllerthal zien, die met een oud bruggetje erboven, de Schiessentumpel. Deze ligt op de Müllerthal Trail W7. Anneke wil die wel helemaal doen maar die is 10 km en ik denk echt dat ik dat vandaag niet ga halen. Volgens de brochure zouden we kunnen parkeren aan de Zwarte Ernz maar eenmaal daar, blijkt er geen parking te zijn. Het ligt in the middle of nowhere, geen levende ziel te bekennen dus maken we hier alvast onze lunch klaar. Het is wel een idyllisch plekje, naast een zee van zonnebloemen.
Na wat opzoekwerk vinden we toch de juiste locatie. Wat deden we vroeger toen internet nog niet bestond? De parking staat gelukkig nog niet vol. Vanaf daar starten we de W7 in de richting van de Kallektuffquell, onze eerste highlight van vandaag. De weg er naartoe is echter ook weer onbeschrijfelijk mooi en groen. De hoge rotswanden waar we langslopen zijn werkelijk indrukwekkend. We lopen nog lekker alleen en horen de vogeltjes fluiten. De natuur brengt echt rust in mijn hoofd, ook al ben ik op mijn hoede vandaag. Ik hoop mijn spierpijn eruit te lopen en mijn pijnlijke knieën wat te sparen.
Het pad is gelukkig redelijk vlak, maar eenmaal op onze bestemming aangekomen, moeten we een flink stuk afdalen om tot bij de bron te komen. Stap per stap, heel voorzichtig om mijn knieën niet al te veel te belasten, daal ik af. Beneden aangekomen, heb ik weer zo een wow momentje! Kristalhelder water sijpelt langs een groot rotsblok naar beneden in een poel, waar het water fel blauw is. Omdat de zon hoog aan de horizon staat, is het een indrukwekkend kleurenspel.
Wanneer er andere mensen toekomen, verlaten we met enige tegenzin deze mooie plek. De W7 brengt ons verder naar de Schiessentumpel, eerst een stukje steil omhoog maar daarna terug naar beneden in de richting van een beekje. Omdat de pittoreske brug, die eind 19de eeuw werd gebouwd, onmiddellijk naast een weg gelegen is, zijn we er niet alleen. We zetten ons op een rots van waar we de brug goed kunnen zien. Het water vormt 3 kleine watervallen en het water stroomt door de rotsen in het beekje. Het is echt sprookjesachtig mooi. Even sluit ik mijn ogen en denk ik al de mensen weg. In mijn hoofd wordt het een secret garden waar enkel het geklater van het water de stilte doorbreekt.
Na een tijdje zoeken we de rust weer op, want eenmaal voorbij de brug, lopen we weer zo goed al alleen. Het is een uitdagend smal pad langs de rotswand met veel uitstekende boomwortels. Opletten dus! We lopen evenwijdig aan het beekje dat gretig benut wordt door kinderen om wat af te koelen. Hun gejuich en getier vervaagt naarmate we hoger klimmen. Boven staat een houten paviljoen midden in het groen. Een top plekje om de meegebrachte sandwiches te nuttigen.
Wanneer we terugwandelen en we op het punt komen, waar we terug naar beneden moeten, zegt Anneke dat we beter rechtdoor kunnen gaan. Volgens haar is die weg vlakker en komt die uiteindelijk ook terug uit op de parking. Ze heeft deze vakantie al meerdere malen de juiste beslissing genomen, dus besluit ik haar te geloven. Ook op dit pad is het rustig wandelen. Het is mooi vlak tot op een zeker punt want dan moeten we afdalen maar de spierpijn is ondertussen verdwenen. Anneke is blij want eenmaal bij de auto blijkt dat we uiteindelijk toch 7 km van de oorspronkelijke 10 km hebben gedaan.
In de namiddag rijden we naar het dorp Vianden en keren we terug naar de Middeleeuwen. Het is even zoeken naar een parkeerplek want het is er super druk. Eenmaal geparkeerd, wandelen we naar de stoeltjeslift die ons tot boven op de rots moet brengen. We nemen een ticketje voor enkele rit want we besluiten straks te voet naar beneden te gaan. Het uitzicht van op onze vliegende stoeltjes is ontzettend mooi, maar het genot is van korte duur, want in minder dan 15 minuten staan we boven.
We besluiten eerst nog iets te drinken en zetten ons op het terras in de zon. De wespen zijn weer van de partij en blijven rond Annekes cola zoemen. Snel opdrinken die handel en vertrekken! Vanaf het eindpunt van de stoeltjeslift is het ongeveer 20 minuten lopen naar het kasteel. We worden voor de keuze gesteld: een gemakkelijk pad van 1800 meter of een uitdagend pad van 600 meter. De twijfel slaat toe. Mijn hoofd zegt dat eerste maar mijn hart het tweede. Anneke laat de beslissing aan mij. Toch maar het uitdagende! Al bij al valt dat wel mee. Het pad loopt via een smalle kronkelweg flink naar beneden en we moeten goed kijken waar we onze voeten zetten zodat we niet struikelen.
Bij Kasteel Vianden aangekomen, besluit Anneke niet mee binnen te gaan. Ze zet zich in het zonnetje terwijl ik een ticketje ga kopen. Het kasteel behoort tot 1 van de 21 mooiste kastelen ter wereld en is tussen de 11e en 14e eeuw gebouwd. In tegenstelling tot de meeste kastelen hier in de omgeving, is dit kasteel helemaal gerenoveerd.
Via een vaste route loop ik door het kasteel. De fascinerende interieurs brengen de magie van het verleden tot leven. Het is leuk om een inkijkje te krijgen in de levensstijl van de ridders, heren en edellieden die hier ooit hebben gewoond. Ik vind het prachtig! Het middeleeuwse kasteel wordt gekenmerkt door boogramen, ronde torens, massief stenen muren en gewelfde plafonds. De slaapkamer en eetkamer werden opnieuw ingericht om een beeld te krijgen hoe het er vroeger uitzag. Ik ga even op een bankje op de binnenplaats zitten en kijk omhoog naar het indrukwekkende bouwwerk. Mooi, heel mooi!
Wanneer ik terug buiten kom, is Anneke bijna opgestoofd. Tijd dus om terug de natuur in te trekken en naar beneden te wandelen. Ook nu weer een uitdagend pad waarlangs de kruisweg wordt afgebeeld. Eenmaal beneden, lopen we nog een rondje door het dorp zelf dat gelegen is aan de rivier de Our. Een prachtige plek met veel bloemen met het kasteel als blikvanger. Het ziet er erg pittoresk uit.
Het is ook de plek waar de Franse schrijver Victor Hugo in ballingschap leefde. Het huis waar hij gewoond heeft, is nu een museum. Aan het water staat een bankje met een standbeeld van de schrijver. Tijdens zijn verblijf hier werkte hij niet aan les misérables maar hij schreef er wel zo’n 50 gedichten.
We besluiten in het dorp te blijven eten, maar de prijzen zijn hier alles behalve schappelijk. De meeste restaurantjes liggen aan het water en daar kennen ze de prijzen. Een beetje verder in de straat vinden we een soort kebab zaak waar net een Nederlander buitenkomt. Veel en lekker eten voor een schappelijke prijs zegt hij en dat blijkt niet gelogen. We krijgen het met moeite op en lekker is het zeker. Er is maar 1 nadeel, die kleine rotbeesten die in mijn enkels bijten. En dan heb ik het niet over muggen deze keer, nee hier in Luxemburg bijten de vliegen. In een mum van tijd heb ik enkele bulten op mijn voeten. De hele weg naar huis blijft het jeuken. Vandaag deden we bijna 11 km en 16500 stappen, een pak minder dan gisteren maar we zijn toch voldaan.