Vandaag worden we wakker onder een grijze hemel met een wind die door het struikgewas giert. Er valt ook een beetje motregen. Guur weer dus! Ons geluk kon niet blijven duren. Slecht weer op Ameland betekent echter niet dat we niet gaan genieten van de buitenlucht. Integendeel, het eiland toont juist bij ruig weer zijn krachtige, authentieke karakter dus kleden we ons aan en gaan we op pad … door de wind, door de regen, dwars door alles heen. Het lied van Ingeborg speelt af in mijn hoofd. Er bestaat niet zoiets als slecht weer, je kan je alleen slecht kleden.
Gehuld in een goede regenjas, maken we een wandeling langs het wad. Als bij wonder stopt de regen en blijft alleen de wind over. We trekken onze kap wat strakker en beuken tegen de wind in. Het wemelt hier van de wulpen, steltlopers, ganzen, eenden, lepelaars en andere vogels. We vinden het jammer dat we ze niet kunnen herkennen aan hun geluid. Enkel de meeuw zorgt voor herkenning. We genieten van de rust en de stilte, want deze keer komen we echt niemand tegen. De grazende schapen trekken zich ook bitter weinig aan van het slechte weer. Het is vloed en wanneer we op onze stappen terugkeren, zien we het wad langzaam vol water lopen. We blijven dus veilig op de dijk en laten ons niet verrassen door het opkomende water.
In de Tweede Wereldoorlog waren de Waddeneilanden een strategische locatie. De Duitsers bouwden verschillende bunkers in de duinen om aanvallen via de eilanden te voorkomen. Daarom besluiten we een kijkje te nemen in het bunker museum. In het betonnen complex is te zien hoe men destijds het eiland bewaakte. Overigens was de oorlog op vijf mei 1945 op de eilanden nog niet voorbij. Pas in juni van 1945 vertrokken de Duitsers van het eiland. Het is niet erg groot maar wel interessant.
Achter het museum is het prachtige Hollumer bos en we besluiten om hier nog een kleine wandeling te maken. Vanwege de regen van afgelopen nacht is alles hier zo mooi groen. Aan een bankje op een prachtige plek hangt een bordje met de tekst ‘Zee, duinen, geuren, vogels, planten, stilte, storm … wat was ons leven samen ook hier onvergetelijk’. We vinden het zo mooi verwoord, want dat is ook wat wij nu voelen.
Midden in het bos, ligt een prachtige grote vijver. In en rond het water leven tientallen soorten eenden, ganzen, kippen, pauwen en fazanten. De Eendenvijver wordt al sinds de jaren ’70 met veel liefde beheerd door vrijwilligers. Zij voederen de dieren en houden het terrein netjes. De mooie witte pauw vindt het hier in ieder geval geweldig want hij toont ons trots zijn veren.
Wat verderop langs een van de schelpenpaadjes ligt een plek die meteen de aandacht trekt, het kabouterdorp. Tussen de bomen zien we kleurrijke miniatuurhuisjes met vrolijke kabouters. Wat begon als een grap van een van de eilandbewoners, is uitgegroeid tot een dorpje vol fantasie, waar vooral kleine kinderen van genieten.
Ondertussen schijnt de zon alweer dus nemen we plaats op het terras van het pannenkoekenhuis bij de vuurtoren. Uit de grote keuze aan pannenkoeken, kiezen we er eentje met appel en eentje met blauwe bessen.
Aan de dijk bij de Ballumerbocht tussen Nes en Ballum staat een krachtig bronzen beeld: de dijkwachters. Twee reddingswerkers met een touw aan elkaar verbonden, kijken uit over de Waddenzee. Het beeld staat symbool voor waakzaamheid, samenwerking en de eeuwige strijd tegen water. Op de plaquette staat een toepasselijke tekst: ‘Al jaagt de storm de golven soms angstig hoog, de dijkwacht is paraat met een wakend oog’.
We rijden naar Buren, in het midden van het eiland. Het was ooit een dorp van juttende boeren, verzamelaars van aangespoelde spullen die ze vonden langs de kustlijn. De gejutte goederen waren meer dan welkom op het schaarse rantsoen. Buren is het jongste dorp van Ameland en zou naar verluidt redelijk toeristisch zijn met tal van winkeltjes. Wanneer we er toekomen, lijkt het echter uitgestorven. Er valt niet veel te beleven. Gelukkig is er wel een museum en zijn we dus niet voor niets tot hier gereden. Het Landbouw Juttersmuseum Swartwoude, bevindt zich midden in het dorp. Hier krijgen we een duidelijk beeld van het bestaan van de Amelander boeren in de 19e eeuw. De meeste Amelander boeren combineerden het boeren met vissen, jagen en jutten. In de authentiek ingerichte boerderij komt het boerenleven rond 1900 tot leven.
We wandelen nog even naar het standbeeld van 'Ritskemooi'. Heel het dorp kent de legende van de oude vrouw die leefde van het jutten. Dag en nacht kon men haar op het strand vinden. Haar zoon had de lokroep van de zee gehoord en hij wilde gaan varen. Zij probeerde haar zoon van gedachte te veranderen. Toen hij vertrok, bleef ze alleen en verslagen achter. Toen hij maar niet terugkwam, nam zij wraak op de zee. In het holst van een donkere nacht, terwijl een storm over het eiland raasde, ging ze gewapend met een lantaarn naar de hoogste duin. Denkend aan een veilige haven, gaf de kapitein opdracht om de koers te wijzigen en voer te pletter op een van de zandbanken.
We rijden verder naar het oosten van het eiland. Daar bevindt zich het natuurgebied de Kooikersduinen. Het is een heel bijzonder stukje Ameland, met een mooie combinatie van natuur en geschiedenis. De naam ‘kooikersduinen’ verwijst naar de oude eendenkooien die hier gebouwd werden: een manier om wilde eenden te lokken en te vangen. We bezoeken de enige nog overgebleven en in werking zijnde eendenkooi op Ameland. De eendenkooi stamt uit de tijd van de Nasssau’s zo rond 1705. We maken een mooie wandeling rond de vijver en zien de verschillende vangpijpen. De eenden worden met voer naar de vangpijp gelokt. Met behulp van het kooikershondje lokt de kooiker de eenden in de val. In de tuin van het aanpalende restaurant staan prachtige kunstwerken van vogels in ijzer.
We eindigen de dag bij een Indisch restaurantje in Ballum ‘De wijde blik’. Vreemde naam voor een Aziatisch restaurant maar we worden weldegelijk ontvangen door een Indische dame. De gerechten zijn heerlijk vers en op smaak gebracht zoals wij het willen, voor mij medium pikant en voor Dee Dee mild. Voldaan rijden we terug naar ons huisje. Morgen gaan we terug naar het vasteland. Twee volle dagen de zilte zeelucht inademen, de prachtige natuur op het eiland ontdekken en tot rust komen. Ameland heeft ons die rust zeker gegeven.