zaterdag 28 maart 2026

Chefchaouen

Dee Dee heeft opnieuw slecht geslapen. Blijkbaar zijn er enkele toeristen toegekomen gisterenavond laat en waren die redelijk luidruchtig. Sommige mensen houden geen rekening met de nachtrust van anderen. Ik heb er zoals gewoonlijk niets van gehoord - lang leve de oordopjes! Toch heb ik deze nacht ook niet geweldig geslapen … ah ja alle bomen zijn al doorgezaagd hier. Morgen beter! Deze ochtend nemen we wat extra tijd want we moeten onze haren wassen. De olie die gisteren gebruikt werd tijdens de massage ruikt weliswaar heerlijk maar met een vettig kopje de deur uitgaan, zien we toch niet echt zitten. Rond 9 uur gaan we ontbijten. Vandaag zijn we niet meer de enige gasten en daar is de keukendame niet op voorzien. De kleine ontbijtruimte zit vol en ze bedient tafel per tafel … m.a.w. ons ontbijt wordt pas na half 10 geserveerd. 


Na twee relaxte dagen in Asilah vertrekken we met een beetje spijt in ons hart naar de volgende locatie. We moeten ongeveer 200 km rijden door de bergen naar het beroemde blauwe stadje Chefchaouen, wat denk ik het hoogtepunt van de reis gaat worden dus we kijken er ook wel een beetje naar uit. Als je aan bergen in Marokko denkt, gaan je gedachten waarschijnlijk meteen naar het indrukwekkende Atlasgebergte. Toch is het Rifgebergte minstens zo verrassend. Het Rifgebergte is een natuurwonder van vijfhonderd kilometer lang, dat door het noorden van Afrika slingert. Veel touroperators mijden dit gebied omdat 70% van de marihuana productie uit het Rifgebergte komt. Er zijn ongeveer 1 miljoen drugshandelaren in Marokko maar dit is armoedig gebied, waar de werkloosheid schommelt tussen de 50 en 70 procent. De wegmarkering staat hier in drie talen: het Engels, het Arabisch en het Berbers. Vooral dat laatste vinden we erg grappig om te zien, het lijkt een beetje op OXO.


























Na een uurtje rijden via de autosnelweg waar we tol moeten betalen, rijden we via een kronkelende weg omhoog richting de bergen.  Op de weg zijn er heel wat politiecontroles en ook wij worden gestopt. De politieagent steek zijn hoofd even binnen maar bij het zien van 2 lieftallige dames, mogen we verder rijden. We moeten goed opletten want zelfs op de autosnelweg steken mensen gewoon over of maken een wandelingske op de pechstrook. Bij ons is dit onmogelijk, hier kan alles! De rit is helemaal niet saai want er is onderweg zo veel te zien. In slaap vallen is echt onmogelijk, want mijn aandacht wordt naar de onbeschrijfelijke uitzichten gezogen. 


























Langs de route passeren we veel kleine dorpjes. Daar staan mensen hun producten te verkopen die ze zelf verbouwen: fruit, pindanoten en olijven. De geur van olijfolie dringt de auto binnen. Er zijn hier dan ook veel olijfbomen en kleine fabriekjes waar de olijven geperst worden. Sommige bewoners lopen kilometers vanuit hun dorp om hun producten bij de hoofdweg te verkopen. Hier zijn ezels het voornaamste vervoermiddel. We zien ze constant, bereden door Marokkanen met capuchons. Overbeladen vrachtwagens proberen de berg op te rijden in de 1e versnelling dus af en toe moeten we geduld uitoefenen. Hier en daar zien we nog de gevolgen van de zware regenval van de voorbije maanden. Hele stukken weg zijn weggespoeld. 


























Ten slotte, na een bocht, ontvouwt zich voor onze ogen een stad met voornamelijk blauwe muren, al hadden we het veel blauwer verwacht. Chefchaouen ligt tussen twee bergen: Ech en Chaoua en is tegen de helling aangeplakt. Er is best wat file want ook al is Chefchaouen een echte parel, verborgen is hij geenszins. De medina is volledig autovrij daarom moeten we de auto parkeren maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het is een drukte van jewelste en het duurt even voor we een plekje gevonden hebben. Omdat we niet weten waar onze riad Dar Meziana juist gelegen is, gaan we eerst op zoek zonder koffers. Via een steile, blauwe trap bereiken we de ingang van onze knusse accommodatie. We worden in het Frans ontvangen door een gezette man die ons gelijk een tasje muntthee aanbiedt met lekkere gebakjes. Daarna gaat hij met ons mee om de koffers op te halen. Onderweg trommelt hij nog iemand anders op en zo geraken onze koffers boven. De kamer is piepklein maar wel kleurrijk en is gelegen op de benedenverdieping aan de patio. Dat belooft voor vannacht! 


We trekken de medina in en deze is veel groter dan we hadden verwacht. Bovendien is het hier mega toeristisch en worden we om de haverklap lastig gevallen door verkopers. Het verkennen van een stad die tegen een berghelling is gebouwd, is een behoorlijke inspanning. Chefchaouen ligt op ruim 500 meter boven zeeniveau, er zijn tientallen op- en afstapjes en heel veel trappen! Dat voelen we dus al snel in onze kuiten. In de smalle steegjes zitten overal kleine winkeltjes verborgen. Naast de goedkope souvenirs vind je er ook leukere winkels met mooie sieraden, kruiden of lekkernijen zoals nougat en geroosterde noten.


























De prijzen liggen in Chefchaouen wat lager dan in andere steden van Marokko maar onderhandelen is nog steeds altijd hard nodig. Zo leren we dat we ons in Asilah al flink hebben laten vangen. Ons zogenaamde ‘handgeweven’ tafelkleed hangt hier in bijna elk winkeltje en voor de helft van de door ons, reeds afgedongen, betaalde prijs. Weer een lesje geleerd! 


Alles in de medina is blauw. Van turquoise trappen en azuurblauwe tegels tot hemelsblauwe muren en kobaltblauwe deuren. Ja hier kan je wel spreken van 50 tinten blauw, alsof iemand een gigantische emmer blauwe verf over de stad heeft gegooid. Waarom is alles hier blauw? Diende het ooit als decor voor een Smurfendorp? Is er een blauwe verffabriek in de buurt ontploft? Of is er een logischere verklaring? Er doen veel verhalen de ronde, maar de meest aannemelijke is dat Joodse vluchtelingen in de jaren 30 de kleur meenamen. Blauw is in het Joodse geloof de kleur van God, omdat de hemel ook blauw is. De kleur blauw zou ook de muggen op een afstand houden, een theorie die je ook over de Indiase blauwe stad Jodhpur hoort. Wat de reden ook is, het zal in ieder geval een hoop fotogenieke momenten opleveren, maar nu nog niet. Hopelijk morgenvroeg wanneer de straten verlaten zijn. 


























We hebben sinds deze ochtend nog niet gegeten en we hebben een klein hongertje. In ƩƩn van de straatjes zien we een uithangbord dat er boven een dakterras is waar ze pastilla hebben. Eenmaal boven kijken we uit over de stad. Het is net 5 uur en de oproep voor het gebed begint. Uit de luidsprekers van maar liefst 4 moskeeĆ«n weerklinkt het ondertussen gekende monotone geluid. Wij beginnen er wel van te houden en genieten al nippend van onze muntthee en de overheerlijke pastilla. 


Nu we onze buikjes al een beetje gevuld hebben, struinen we verder op het gemak door de nauwe keienstraatjes, waar we achter elke hoek iets nieuws ontdekken: een kleurrijke deur, een kat op een trapje of een winkeltje vol lokale lekkernijen. Op sommige plekjes aan de zijkant van de medina  is de sfeer gemoedelijk en zijn de mensen vriendelijk, maar hoe dichter bij het Plaza Uta el-Hammam plein, midden in de medina, hoe onvriendelijker en opdringeriger de mensen worden. 


























We gaan dineren bij Morisco aan het Plaza Uta el- Hammam plein met zicht op de zandkleurige muren van de Kasbah die hoog boven de stad uittorenen. De beef tajine en de Marokkaanse salade smaken heerlijk en we hebben alweer gegeten voor amper 10 euro. 


vrijdag 27 maart 2026

Asilah - dag 2

Een heuglijke dag want tram 6 kwam deze ochtend voorbij en ik ben er opgesprongen. Geen betere plek en geen leuker gezelschap om mijn verjaardag te vieren. We hebben redelijk lang geslapen. Vannacht wel moeten opstaan voor een pijnstiller, want mijn voet wil niet echt mee. Zou ik oud worden? Van zodra ik mijn ogen open, weerklinken de tonen van Stevie Wonders ‘happy birthday’ door de kamer. We trekken rond half 9 naar het ontbijt op de bovenste verdieping. We zijn de enige gasten en er wordt op ons gewacht. A la minute worden er pannenkoekjes gebakken en vult de ontbijtruimte zich met een heerlijke geur. Verder komen er ook nog enkele Marokkaanse lekkernijen op tafel: msemen, harcha gemaakt uit griesmeel, olijven, tomaatjes, confituur en kaas. We krijgen vers sinaasappelsap, verveine thee en koffie. De dame die ons bedient, spreekt verder enkel Spaans. In tegenstelling tot de meeste steden in Marokko, waar ze vooral Frans spreken, horen we hier sowieso voornamelijk Spaans. Dit komt niet alleen door de nabijheid van Spanje. Gedurende de eerste helft van de 20e eeuw stond de hele noordelijke rand van Marokko onder Spaans protectoraat en de inwoners werden min of meer gedwongen om de taal van Cervantes te leren.


























Kronkelend door de kleine straatjes, zien we een prachtige stad die langzaam begint te ontwaken. Het is vrijdag, de gebedsdag voor moslims, en een aantal winkels zijn gesloten. De neergelaten luiken bieden een saaie aanblik. We verlaten de medina en wandelen via het plein van de grote moskee naar de nieuwe stad. De grote moskee werd gebouwd in de 17de eeuw. De moskee is spierwit, heeft een achthoekige minaret en grote islamitische groene deuren. Hij wordt nog volop gebruikt, maar is vandaag enkel toegankelijk voor moslims. 


Buiten de medina bevinden zich de grote boulevards die ook zo goed als verlaten zijn. Overal staan er sinaasappelbomen en de witte bloesems verspreiden de heerlijke geur van oranjebloesem! Deze geur is voor mij onmiskenbaar verbonden met Marokko!  We krijgen gezelschap van een straathond die een tijdje met ons meeloopt.


























Net voor we bij de Hassan II moskee komen, draaien we in de richting van de markt. De MarchĆ© Central d'Asilah is de ideale plek om ons te mengen onder de lokale bevolking. Hier ligt het kloppend hart van de stad waar inwoners hun kleurrijke verse producten kopen. Alle soorten olijven, dadels, noten, geurende munt, maar ook heerlijk vers brood wordt er verkocht. Een slager hakt in het zicht van iedereen een schapen karkas in twee en hangt het aan een haak. Af en toe roept iemand ‘Hola, cómo estĆ”n?’ Ik blijf het vreemd vinden uit de mond van een Marokkaan. 


























Via de prachtige boulevard aan zee wandelen we naar het strand want Dee Dee wil graag haar voetjes eens in het water steken. De zon schijnt volop - daar heeft mijn BFF zoals steeds voor gezorgd. Door de luidsprekers horen we ondertussen al een hele tijd het gebed. We verstaan er niets van maar vinden het wel heerlijk rustgevend dat monotone geprevel. Het strand is buiten een enkele visser en 3 gesluierde dames volledig verlaten. We wandelen langs de vloedlijn in de richting van het bastion. De zee is lekker van temperatuur volgens Dee Dee. We zetten ons even in het warme zand om te genieten van het ruisen van het water. Boven op het bastion roept een Marokkaan dat we van zijn strand moeten gaan. Geen idee wat zijn probleem is maar zover wij weten is het strand van iedereen. 


























Na dit rustmomentje wandelen we naar het Paleis de Raissouni, een van de mooiste gebouwen in Asilah. Het paleis, ooit de residentie van een legendarische Marokkaanse figuur, heeft een prachtige architectuur die een mix van Marokkaanse en Spaanse invloeden weerspiegelt. Jammer genoeg is het niet open voor publiek. We houden even halt bij een kunstenaar die zijn werkjes verkoopt. Dee Dee heeft haar zinnen gezet op een klein schilderijtje dus het afdingen kan weer beginnen. De man blijkt gestudeerd te hebben in Brussel. Hij klinkt heel overtuigend maar misschien zijn we weer te naĆÆef. Hij is in ieder geval super vriendelijk en blij wanneer de onderhandelingen afgehandeld zijn en hij iets verkocht heeft. 


























Omdat het mijn verjaardag is, wil ik vandaag tajine met kip en pruimen en we zijn gisteren voorbij een leuk restaurantje gewandeld waar het op de kaart stond. Wij dus terug naar daar. Het is nog maar net open en om te eten moeten we wel nog een half uurtje wachten. We vragen of we alvast een muntthee kunnen bestellen terwijl we wachten en dat blijkt geen probleem. Dee Dee bestelt eerst een salade en ik briwatjes. Daarna volgt de heerlijk geurende pruttelende tajine. Mijn dag kan niet meer stuk! Dar Al Maghrebia, een aanrader voor iedereen die naar Asilah reist.


























De zon schijnt nu volop dus gaan we terug richting de zee. In het Centre artisanal de Asila zien we enkele oude ambachten van de streek: het weven van tapijten, het maken van de traditionele kledij en het betere tegelwerk. Veel aanstalten om te verkopen doen ze niet. We zetten ons beneden aan de vestingmuur bij het water en genieten van de bedrijvigheid op de rotsen. Een oude man doet een dutje, een jonge snaak springt van een klif de zee in en enkele koppeltjes houden een fotoshoot. Het is hier heerlijk in het zonnetje. 


























In de late namiddag gaan we naar Al Alba, een wellness center verscholen in een klein steegje. Hopelijk blinken ze meer uit in klanten verwennen dan in administratieve skills, zegt Dee Dee. We hebben ze namelijk tot tweemaal toe gemaild, maar zonder resultaat. Na een telefoontje is het ons toch gelukt om een duo massage te boeken. We worden hartelijk ontvangen door Imane, die ons naar een klein kamertje brengt waar de temperatuur zeker 25 graden bedraagt. De twee dames die ons masseren, hebben gouden handen. Best birthday present ever, met dank aan mijn lieve bff! 


Om de dag af te sluiten drinken we nog een muntthee tussen de locals op het centrale plein. Wat een bedrijvigheid hier! Het is half 7 en de school is net uit. Ouders passeren met hun kinderen. Het is ook een af en aan geloop van en naar de moskee. De Marokkanen kijken ons verwonderd aan wanneer ze ons in zomerkledij zien zitten. Stuk voor stuk lopen ze hier met winterjas of dikke trui, soms ook met muts, voorbij. We zitten nochtans in de schaduw maar de temperatuur bedraagt toch nog zo’n 17 graden.