zondag 13 november 2022

Thuin - Hangende tuinen en Abdij van d’Aulne

De laatste dag van onze mini vakantie is aangebroken. Na het ontbijt wordt alles dus ingeladen en na het uitchecken, rijden we naar een pittoresk stadje aan de Samber. Sommigen kennen het als Thuin, anderen als ‘Le Petite Provence’. Dit middeleeuws stadje in Henegouwen betovert elke bezoeker met haar authentieke charme. Thuin is eigenlijk verdeeld in twee delen: aan de ene kant is er “Ville-Basse”, langs de rivieren de Samber en de Biesmelle; en aan de andere kant de “Ville-Haute”, die toegankelijk is via de stadsmuren, met zijn kleine geplaveide straatjes en het Belfort.

Bij aankomst in Thuin besluiten we eerst de middeleeuwse bovenstad, omgeven door wallen, te bezoeken. We parkeren de auto dus beneden en starten de beklimming. Best een uitdaging voor mij maar zeker de moeite waard! Eenmaal boven genieten we van het uitzicht. De natuur biedt een weergaloze aanblik, enkel doorbroken door een voortkabbelende rivier en een paar grote boerderijen, omgeven door niet minder dan 7600 hectare bossen. Het uitzicht over de uitgestrekte wijngaarden is prachtig. Ook Joeke wil wel eens een kijkje nemen, al moet ik er eerlijkheidshalve bij zeggen dat Ann wat snoepjes op de arduinen steen gelegd heeft. Bij het toeristenbureau zien we dat er drie wandelingen zijn. We besluiten ze allemaal te doen. We starten met de gewone stadswandeling. In elk hoekje van deze historische stad zien we hedendaagse kunstwerken en dan heb ik het niet alleen over graffiti. We prikkelen onze artistieke geest op het kunstenparcours. Er hangt een zalige sfeer en dat kan ook niet anders wanneer de inwoners ‘les bienheureuses’, de gelukzaligen, genoemd worden.


Dit historisch stadje staat bekend om de hangende tuinen maar daar kan ik me niet zo veel bij voorstellen. Ik ben dus benieuwd naar wandeling twee! De originele terrastuinen zijn uniek in Wallonië en bevinden zich op de zuidelijke helling van de vallei van de Biesmelle. De bijzonderheid van deze hangende tuinen, die tegen de stadswallen aangebouwd zijn, is dat ze een wijngaard herbergen. Wanneer we bij het uitzichtpunt komen zien we de hangende tuinen met het belfort op de achtergrond. Ik had er eigenlijk wel wat meer van verwacht. Bij tuinen denk je toch spontaan aan bloemen en veel kleur maar dat is het dus niet. Toch is het wel de moeite om tot hier te komen. Opnieuw is de temperatuur heerlijk zacht voor de tijd van het jaar. We lopen via open poortjes, langs geplaveide steegjes tot we weer beneden komen. In het plaatselijke parkje zetten we ons op een bankje voor de lunch met zicht op de hangende tuinen. Heerlijk genieten van een lekker broodje in dat laatste najaarszonnetje.


Na de lunch wandelen we terug naar het belfort voor de start van wandeling drie naar de Ville-Basse. Langs de stadsmuur staat een oud kanon en vanaf dit punt kijken we metersdiep omlaag naar de schipperswijk, waar we nu naartoe gaan. Gelet op de smalle steegjes die naar de Samber leiden, vindt deze wijk haar oorsprong vermoedelijk in de Romeinse tijd. In tegenstelling tot het Antwerpse Schipperskwartier hier geen vrouwen van lichte zeden maar wel de thuishaven van vele schippers. De huizen aan de waterkant zijn opgetrokken met de stenen van de plaatselijke steengroeven uit het land van Thuin en hebben een zekere charme. Sommige zijn versierd met ankers, masten en insignes van lang verdwenen boten. Er is geen zuchtje wind waardoor de weerspiegeling in het water iets sfeervol heeft. Het is zalig om hier te wandelen aan de waterkant. We vinden het wel een gemiste kans dat er nergens terrasjes zijn. Dat is toch wel het grootste verschil tussen Vlaanderen en Wallonië.


Na ons bezoek aan Thuin hebben we nog wat tijd over en rijden we naar de dichtbij gelegen indrukwekkende en beetje spookachtige ruïnes van Abdij d’Aulne. Joeke heeft genoeg gewandeld en blijft even in de auto. Volgens de legende zou deze abdij in 657 zijn gesticht door Sint Landelinus, een berouwvolle rover die haar Abbaye d’Aulne noemde naar de elzenboom die hier veel voorkwam. Het was een benedictijnen abdij bij haar ontstaan maar werd een cisterciënzer abdij in de 12de eeuw, veel historie dus op deze plek. De ruïnes liggen in een mooie bosrijke omgeving in de Vallée de la Paix. De abdij wisselden periodes van glorie en verval af tot de Franse revolutionairen het in 1794 zwaar beschadigden. We wandelen door de ruïnes en vinden het er prachtig. Hier nam de natuur het over van de mens. De late namiddagzon geeft het geheel een mystieke sfeer. Ook hier is het rustig en buiten wat gefluit van de vogeltjes, horen we niets. Ik kan me dan ook heel goed voorstellen dat de monniken deze plek destijds omwille hiervan gekozen hebben. 


Net voor het donker wordt, vangen we de terugtocht naar huis aan. Het was een super leuk weekend waar we nog wel enkele dagen van zullen nagenieten. Voor herhaling vatbaar maar laat de echte herfst nu maar eerst komen! 


zaterdag 12 november 2022

Nismes - Fondry des Chiens

In deze tijd van het jaar hadden we onstuimig herfstweer verwacht met veel regen en windkracht 4 maar de goden zijn ons gunstig gezind. De ochtendmist is misschien nog wat hardnekkig maar het belooft toch een prachtige dag te worden. Na het ontbijt trekken we dus onze wandeltenue aan en rijden we naar Nismes naar het natuurreservaat van Fondry des Chiens, ook wel de Grand Canyon van de Ardennen genoemd. Echt vergelijkbaar zal dat wel niet zijn maar we zijn toch enthousiast. We parkeren de auto en starten de groene wandeling (route 1). De temperatuur geeft 4 graden aan maar de lucht is blauw en het zonnetje komt al piepen. De struiken hangen nog vol ochtenddauw en de mist die over de weilanden hangt, geeft de natuur iets mysterieus. De route is goed aangegeven en het eerste stukje lopen we door akkers en landbouwgrond. Omdat er hier in de zomer schaapjes en koeien staan, zijn er her en der ook nog wat poortjes die we door moeten. Het duurt niet lang voor we bij een bos komen. Onze kwispelvriend is gelukkig, zeker wanneer hij los mag lopen. Dat kan hier wel want we passeren maar af en toe andere wandelaars. Joeke luistert bovendien goed wanneer Ann hem roept.


Wanneer we bij het eerste uitkijkpunt aankomen, komt de waaghals in Ann naar boven. Hoog is niet hoog genoeg voor haar. Ik hou mijn hart vast want de stenen, die bedekt zijn met natte bladeren en mos, zijn best wel glad. Het uitzicht van helemaal boven is adembenemend, zegt ze, maar ik besluit toch maar wijselijk om het lot niet te tarten en een rotsblokje lager te blijven. Ook Joeke balanceert als een volwaardig acrobaat over de grote rotsblokken en lijkt net als zijn baasje geen angst te hebben.  We hebben initieel niet door dat we hier moeten terugdraaien en gaan nog een stukje naar beneden maar al snel wordt duidelijk dat er geen bordjes meer staan. Terug naar boven dus … weer klimmen …. Mijn tong hangt ondertussen op mijn tenen dus wordt er even gepauzeerd met een tasje thee. Ik merk toch een duidelijk verschil met enkele jaren geleden, qua fysiek ben ik best veel achteruit gegaan. Geen sport meer beoefenen, laat duidelijk zijn sporen na. Wanneer er een toevallige wandelaar ons kruist, worden we vriendelijk begroet met een opgewekt ‘Bonjour’. 


We zijn hier zo goed als alleen, tot we bij de Fondry des Chiens komen, het uiteindelijke doel van deze tocht. Dit is een natuurlijke kuil die is ontstaan door het wegsijpelen van regenwater door de kalkstenen bodem. Door het miljoenen jaren durende spel van het water is er een gigantische krater ontstaan. Het is echt een super mooie plek om gezien te hebben want je verwacht het absoluut niet in dit landschap. Grillig gesteente, veel spleten en spelonken. Het natuurwonder is honderd meter lang en twintig meter diep. De naam zou gegeven zijn door Muzelmannen. In hun ogen waren de autochtone christenen heidense ‘honden’, vandaar ‘fondry des chiens’. Een andere legende wil dat de dorpelingen hun dode honden in deze kloof kwamen gooien. Hier is er wel wat bedrijvigheid.  Een groepje wandelt onderaan in de kloof. Hun echo horen we tot boven maar dat stoort eigenlijk niet. Wij blijven aan de bovenkant want alles wat we naar beneden gaan, moeten we ook terug omhoog. Beneden in de kloof staat bovendien ook heel wat onkruid en om daar nu in rond te lopen, daar hebben we geen zin in. 


Het natuurreservaat van de Foundry des Chiens is een echt meesterwerk van de natuur en uniek in België. Daarom is het gebied beschermd verklaard en is het een officieel natuurmonument. Oranje, grijs, groen, kastanjebruin... de explosie van al deze kleuren zijn een ware streling voor het oog. Rondom de Fondry des Chiens ligt een groot kalkgrasland en dit is bijzonder omdat dit één van de weinige plekken is waar in het voorjaar wilde orchideeën groeien. We moeten dus zeker nog eens terugkomen!


Ondertussen is het twee uur voorbij. Onze wandeling is een beetje uitgelopen. Ann zei vanmorgen nog ‘laat ons lunch meenemen voor onderweg’, maar ik dacht dat dit niet nodig zou zijn omdat de wandeling normaal maar een 4 km was. Ik kan niet zeggen dat ik echt honger heb maar Ann denkt daar precies toch wel anders over want wanneer we in het centrum van Nismes, in de gemeente Viroinval, aankomen en ze iemand met een zakje friet ziet, beginnen haar oogjes al te blinken. Dit kleine stadje bestaat voor het grootste gedeelte uit een park, les Jardins d’O de Nismes.


In dit park zijn er verschillende grote waterpartijen. Het is zo ontzettend mooi dat we er best wat tijd doorbrengen. De kleuren van de bomen zijn prachtig. Overal staan ook mooie kunstwerken. We eindigen op een terrasje in de zon. Ann blijft dromen over frietjes dus gaan we op zoek. Wat is ze blij met de kleine fritterie in de oude Kerkstraat. Point taken: In het vervolg lunch meepakken … tja ik ben dan ook geen ervaren wandelaar en doe over 4 km zeker 6 uur. Maar ter mijner verdediging, ik neem veeeeeeel foto’s, geniet af en toe van een rustmomentje en de prachtige natuur :-). Wandelen in van die typische Ardeense stadjes, daar kan ik echt van genieten. Die mooie grijze  maar pittoreske stenen huizen, de kleine riviertjes en de verlatenheid. Hier is er nooit drukte, enkel kalmte. Het brengt mijn hoofd telkens weer tot rust.


Wanneer we terug zijn in Froidchapelle, staat er een dessertje te wachten. Ann, die vanmorgen naar de bakker ging en buiten de 6 mega pistolets en 2 croissants, ook nog een aardbeientaartje meebracht, is in haar nopjes. Ik ben een goede eter maar ik weet niet waar ze het blijft steken. In de skiclub is het weer een drukte van jewelste. Het schouwspel op het water is ook een beetje genieten. 


Vanavond staat er spaghetti bolognaise op het programma, ook vooraf klaargemaakt volgens de gevraagde receptuur (dus zonder paprika’s voor Ann). Waar ik niet over nagedacht heb, is de kruiding. Ik ben best gewend om spicy te eten en ik heb me blijkbaar wat laten gaan met de cayennepeper… Ann vindt het veel te pikant en krijgt de scherpe smaak niet uit haar mond. Ik vind het gewoon goed gekruid en vind het wel jammer dat ze het niet lust. Na het avondeten, maken we, net zoals gisteren trouwens, nog een prachtige avondwandeling. Het is hier mega donker, enkel de mooie volle maan verlicht het pad.

vrijdag 11 november 2022

Froidchapelle - Lac de l’eau d’Heure

De herfst is wat mij betreft één van de mooiste seizoenen om de wandelschoenen aan te trekken. En ja zelfs in België kan de meest fervente wandelaar zijn hartje ophalen.  Ons kleine landje heeft zo veel moois te bieden. We trekken naar Froidchapelle, gelegen in de hiel van Henegouwen. De gemeente herbergt de meren van l'Eau d'Heure, een groot merengebied en een unieke plek in Wallonië. Het is maar liefst 1800 hectare groot en werd kunstmatig aangelegd.


We hebben een huisje gereserveerd in het domein van De Spin Cablepark nabij Lac de Féronval. 10 minuutjes voor we arriveren, bel ik Laurence en ze staat ons al op te wachten wanneer we aankomen. Na het betalen van een waarborg, kunnen we ons huisje gaan ontdekken. Het kleine keukentje is goed uitgerust en geeft uit op een kleine woonkamer met enkel bed. Er staat geen zetel dus dat is wel jammer. Neerploffen na een wandeling kan dus enkel aan de tafel op een gewone stoel.  Boven op de mezzanine is een dubbel bed. We hebben een mega groot terras met zicht op het meer Féronval, dat voornamelijk gebruikt wordt door waterskiërs. 


De rivier de Samber, aan de grens van de provincies Henegouwen en Namen, was vroeger zo ontembaar dat die na een regenbui, zelfs maar van een uur, buiten zijn oevers trad en de gehele regio onder water kwam te staan. Om dit tegen te gaan werd er in 1970 gestart met de bouw van een stuwdam, waardoor er verschillende kleinere meren ontstonden. De stuwdam van La Plate Taille is de grootste van België en is ook de enige in België die je van binnen kunt bezoeken. Rondlopen in een stuwdam, dat willen we ook wel eens doen dus hebben we kaartjes gekocht. We zakken alvast af naar Froidchapelle en maken er een kleine wandeling rond het meer. Het zand ligt bezaaid met kleine witte schelpjes die kraken onder onze voeten. Je zou het niet verwachten, maar het water is verrassend warm. We maken even ons hoofdje leeg en genieten van de rust terwijl Joeke lekker snuffelt in het zand en tot aan zijn pootjes het water in gaat. In de zomer zou het hier heel erg druk zijn dus we zijn eigenlijk blij dat we het meer vandaag quasi voor onszelf hebben. Het azuurblauwe water omringd door al die prachtige herfstkleuren, we worden er helemaal zen van!


Na de wandeling, zetten we Joeke even in de auto en gaan we naar het bezoekerscentrum. Een vriendelijke dame neemt ons mee door de laser shooting. Dat moet een leuke activiteit zijn als je hier met kindjes bent … grote dino’s tegen de muur, graffiti en veel blacklight en felle kleuren.


Via een trap neemt onze gids ons mee de diepte in, maar liefst 40 meter onder het wateroppervlak. We wandelen 440 meter door de dam. Best wel een beetje spannend als je bedenkt dat er aan de andere kant van de muur heel erg veel water is. Gelukkig zijn de muren hier 20 meter dik, maar wel poreus. Langs de kant van het water zijn de muren bedekt met kalk dat zich in de loop van de tijd heeft afgezet. Er zijn veel kraantjes waaruit water loopt en die zijn allemaal in goede staat, behalve eentje. Dit hebben ze bewust al meer dan 45 jaar zo gelaten om het effect te zien.  We krijgen heel veel informatie over de werking en hoe de dam werd gebouwd. Halverwege de dam gaan we met een lift naar boven, waar we de vier krachtige pompturbines zien, die in staat zijn een debiet van 400 m³ per seconde te produceren en elektriciteit te produceren voor maar liefst 6000 gezinnen. Heel stiekem vragen we ons af wat er zou gebeuren als de dam zou breken. Wat zouden de gevolgen zijn? De gids vertelt het ons: water tot 1 meter hoogte in de straten van het 40 kilometer verder gelegen Charleroi. 


Na de rondleiding door de stuwdam nemen we een lift naar boven voor een heuse skywalk. We genieten van het adembenemend panorama van de meren Plate Taille, Eau d'Heure en Falemprise vanuit de gedeeltelijk beglaasde uitkijktoren op 107 meter boven de grond. Het gebied is groot, maar vooral groots in al z’n schoonheid. Als echte avonturiers betreden we de glazen vloer van waar we helemaal naar beneden kunnen kijken in de diepte! Ik kan me voorstellen dat mensen met hoogtevrees zich hieraan niet zullen wagen. Daar hebben wij echter geen last van!


Het is de tijd van het jaar waarin de natuur zich in 50 tinten bruin van haar mooiste kant laat zien. Er zijn in de herfst maar weinig dingen mooier dan het maken van een boswandeling. Over de met bladeren bestrooide paden, langs weelderig groeiende paddenstoelen en met een waterig zonnetje dat door de bomen schijnt. De blaadjes vallen van de bomen, de eekhoorntjes gaan op jacht naar een wintervoorraad en de vogels vertrekken naar warmere oorden.  De lage zonnestralen werpen een prachtig licht door de uitgedunde boomkruinen. Wat een prachtig decor.


Honden ervaren de wereld niet op dezelfde manier zoals wij mensen. Een hond ziet de wereld met zijn neus en er wordt dan ook heel wat gesnuffeld. Joeke snuift enthousiast alle nieuwe spannende geuren op en is duidelijk in zijn element. Al die dorre bladeren op de grond beteken voor hem dolle pret. De paardjes in de wei worden af en toe opgeschrikt wanneer hij naar hen toe gaat. 


Na een wandeling van 4,3 km, rijden we terug naar Froidchapelle voor een lekkere warme chocolademelk met slagroom. Die hebben we verdiend. Reizen met een hond is zo een beetje als reizen met een kind. Het is niet altijd een pretje om op restaurant te gaan. Wat eten betreft moeten we dus inventief zijn. Een hond zoals Joeke, lees groot, mag niet overal mee naar binnen. Daarom hebben we zelf iets lekkers meegebracht. We dineren dus in ons huisje. Anneke heeft stoofvlees en pureepatatjes gemaakt. Altijd lekker!




dinsdag 1 november 2022

Nationaal Park Hoge Veluwe - Kröller Müller Museum

Vandaag slapen we wat langer uit en nemen we op het gemakje ons ontbijt. In de kleine ontbijtruimte van de Wever Lodge, schijnt de zon binnen en dat geeft onmiddellijk een fijn gevoel. Al het lekkers op het buffet wordt aangevuld met een heleboel extra’s op de menukaart, heerlijke roereitjes en zelfs wentelteefjes met appel. We checken uit maar laten de auto aan de lodge staan en wandelen naar het Nationale Park De Hoge Veluwe. Eenmaal binnen nemen we een fiets en trappen we richting het Kröller-Müller museum dat midden in het park ligt. Even wordt er getwijfeld vanwege mijn pijnlijke lies maar het gemak krijgt voorrang op het vooruitzicht om tot daar te wandelen. De natuur is hier heel uitgestrekt en we moeten af en toe een heuveltje op. We doen het rustig aan. 


Wanneer we het Kröller-Müller bereiken, zetten we ons fietsje aan de kant en wandelen naar het indrukwekkende gebouw. Het museum is het levenswerk van Helene Müller. Zij kocht tussen 1907 en 1922 samen met haar man Anton Kröller bijna 11.500 kunstwerken aan, waarmee haar verzameling tot de grootste privécollecties van de twintigste eeuw gerekend kan worden. Een opvallende, parmantige bronzen meneer van Oswald Wenckebach heet ons welkom bij de ingang van het museum. Hij staat symbool voor de Nederlandse burgerman die de tentoonstelling komt bezoeken.  Meneer Jacques is ondertussen het boegbeeld van het museum. Intrigerende sculptuur. Kijken mag, aanraken niet.


Aan de ingang worden we tegengehouden door een vrouw die ons al fluisterend benadert. Ze wil graag in onze tassen kijken vanwege de voorbije gebeurtenissen met activisten die zich vastkleven aan kunstwerken. Door de ligging midden op de Veluwe en de unieke combinatie van kunst en natuur is het Kröller-Müller een plek om te genieten en tot rust te komen.


We starten met de indrukwekkende beeldentuin van maar liefst 25 hectare. Beneden zien we een gecultiveerde tuin maar besluiten dit voor later te houden. We zoeken het hogerop waar de natuur meer ruig is gelaten. Veel trappen, dat wel maar het loont de moeite. Hoewel de bosrijke omgeving niet museaal aandoet, mag je de beelden die er staan niet aanraken. Sommige beelden spreken ons onmiddellijk aan, andere doen ons de wenkbrauwen fronsen. Het beeld ‘view’ maakt ons blij. Het doet me denken aan een grote prei die openvalt, maar dat is wat ik er in zie. De in cortenstaal opgetrokken hoge wanden omringen ons en door de spleten zien we het bos en de blauwe lucht. Wat verder zien we de Rocky Lumps van Tom Claassen, op zich een hoopje stenen maar het kunstwerk is zo geplaatst dat het zonlicht tussen de stenen een prachtig schaduwspel geeft. 


Het Kröller-Müller Museum is in die zin echt geworden wat Helen Müller voor ogen had: een ‘blijvend monument waar natuur en kunst op zeldzame wijze verenigd zijn’.


Jan Fabre maakte verschillende zelfportretten, in de leeftijd van 20 tot 70 jaar, gecombineerd met dierlijke hoorns, een gewei en ezelsoren. Het is geen ijdelheid maar het tonen van zijn verschillende persoonlijkheden. De beelden glinsteren in de zon en trekken me op een of andere manier aan.


Na een uurtje trekken we naar binnen om de tweede grootste verzameling Van Goghs te bewonderen. Net geen negentig schilderijen hebben ze, waarvan er maar een dertigtal uithangen. Nu is Van Gogh niet echt mijn favoriete schilder maar de schilderijen komen hier wel mooi tot hun recht. We zien nog veel meer werk van wereldberoemde namen. Rodin, Georges Seurat, Claude Monet, Picasso, maar ook Piet Mondriaan. En dat allemaal in dat natuurlijke, onrechtstreeks binnenvallende licht. Er is ook heel wat moderne kunst. De ruimtelijke werken van Esther Tielemans vinden we mooi in al hun eenvoud. 


Na de lunch, nemen we opnieuw de fiets voor een tochtje van ongeveer 10 km door het park. De zon speelt een schaduwspel door de bomen. We fietsen over een bladerdek van mooie tinten bruin en oranje en de vele eikeltjes kraken onder onze banden. Na een twintig minuutjes fietsen, komen we aan bij het huis van Anton Kröller en Helene Müller. Ze waren zo rijk dat ze niet alleen het natuurdomein kochten, ze lieten ook architect Hendrik Berlage een gigantisch woonhuis ontwerpen in de vorm van een hertengewei. Middenin tekende Berlage een eenendertig meter hoge toren, want Helene vond het wel prettig om een kopje thee te nuttigen met zicht over haar domein. Ook wij bestellen een theetje en zetten ons op een bankje in de zon aan de indrukwekkende vijver. 


Met wind op kop rijden we terug naar de uitgang van het park. Vermoeiend maar we hebben er wel van genoten. We wandelen terug naar de Wever Lodge en drinken nog iets op het terrasje om ons weekendje in schoonheid af te sluiten. Tijd om terug naar huis te rijden. Het was een TOP weekend, eentje met een gouden randje