zaterdag 16 mei 2026

Hollum - Ballum - Nes

Wat een zalige nacht! Ik heb heerlijk geslapen in ons huisje. Van zodra ik mijn hoofd neerplofte in de zachte kussens, was ik vertrokken en ik heb maar liefst tot 8 uur geslapen. Dat is heel lang geleden. Wanneer we de gordijnen openen, zien we de zon en blauwe lucht. Ongelooflijk! Zouden we nu echt zoveel geluk blijven hebben? We horen de vogeltjes zingen tot in de kamer. Snel uit bed dus om te douchen zodat we snel op stap kunnen.






















Texel heb ik al bezocht, maar de andere Waddeneilanden, bekend om de prachtige onbezoedelde natuur, stonden nog op mijn bucket list. Ameland is zowat de algemene deler van de Nederlandse Waddeneilanden, zo wordt verteld. Het eiland bestaat vooral uit zandduinen. In de 8ste eeuw woonden hier al mensen, al was het eiland toen veel groter. De zee heeft hele stukken weggeslagen, en oude dorpen als Sier en Oerd zijn helemaal verdwenen. Door de dijken te verstevigen en met elkaar te verbinden, kon het huidige Ameland blijven bestaan. Ondanks zijn postzegelformaat biedt dit eiland echt alles! Vandaag gaan we alvast 3 pittoreske dorpjes ontdekken: Hollum, Ballum en Nes. Elk hebben ze hun eigen karakter maar eerst gaan we naar het strand! 


Met het weer moet je geluk hebben want het kan hier echt oude wijven regenen en je kan hier ook van je sokken geblazen worden. Brute pech noemen ze dat dan, vooral als je bedenkt dat de Waddeneilanden over het algemeen méér zonuren kent dan het vasteland. Gelukkig zijn de weergoden ons wel goed gezind. We parkeren de auto aan de vuurtoren. Aan de voet hiervan liggen de natuurgebieden de Hollummerduinen en de Lange duinen. Omdat de vuurtoren nog niet open is, maken we een prachtige wandeling door de duinen in de richting van het zo goed als verlaten strand. De wind door onze haren, de geur van de zee en het geluid van de branding in de verte. Zalig!


























Eenmaal de duinen over, voelen we de kracht van de wind toenemen. Het zand danst zachtjes in onze richting terwijl we vechten om overeind te blijven. Dee Dee besluit dan maar even te gaan liggen, zo dicht tegen het zand voelt ze de wind wat minder, zegt ze. De tranen rollen over mijn gezicht wanneer ze snel weer overeind komt. Ze heeft alvast haar peeling van de dag gekregen. We lopen naar het water en mijn gedachten nemen de vrije loop, de rollende branding werkt als een meditatie, geen gehaaste medemensen, geen drukte. We wisselen bijna geen woord. Het natuurlijke tempo der dingen bepaalt hier nog het leven en langzaam is de norm. Het monotone lopen langs de kust brengt ons in een soort trance. Een kite surfster maakt zich klaar om in het water te gaan, enkele ruiters lopen met hun paard in de branding. 


























De kustlijn is bedekt met zeeschuim, een natuurlijk mengsel dat ontstaat wanneer zeewater, opgestuwd door wind en golfslag wordt opgeklopt. De wind die met het schuim speelt, zorgt voor een sprookjesachtig tafereel. De stilte is intens en rustgevend tegelijkertijd. 


























Na onze ochtendwandeling komen we opnieuw bij de opvallende 55-meter hoge, rood-witte vuurtoren van Hollum. Die ligt midden tussen de bomen en torent boven het landschap uit. De iconische vuurtoren werd gebouwd in 1880 om het scheepsverkeer te leiden. We besluiten naar boven te klimmen. Er zijn maar liefst 236 treden en dat is best pittig, maar het uitzicht boven is alle inspanning waard. Tussendoor nemen we een korte pauze en bezoeken we de verschillende verdiepingen. Deze werden ingericht als kleine musea waar we meer te weten komen over Ameland.  We leren over de walvisvaart, de échte expedities van vroeger, waarmee Ameland rijk werd. Van bovenaf ontvouwt zich een adembenemend uitzicht over het eiland en de zee.


























Na de beklimming gaan we naar het centrum van Hollum, het meest westelijk gelegen dorpje op het eiland. De gerestaureerde huizen van de kapiteins van de walvisvaart geven het dorp een historisch karakter. Commandeurshuisjes uit 1700 zijn er nog volop, maar inmiddels zijn het bijna allemaal vakantiehuisjes geworden.  Hoe meer trappen op de gevels, hoe hoger de rang van de zeevaarder die hier woonde. In tegenstelling tot andere Waddeneilanden, wordt er nog volop het lokale dialect gesproken onder de Amelanders. We gaan lunchen bij vishandel Metz, een simpel restaurantje, waar de fish and chips  heerlijk klaargemaakt wordt. De vogeltjes hier zijn gewend geraakt aan mensen, maar we zijn toch verbaasd wanneer een spreeuw bij ons komt zitten. Zijn glanzende, gespikkelde vleugelkleed schittert in de zon waardoor het blauw en paars mooi oplicht. 


























In de namiddag rijden we verder naar Ballum, het kleinste en meest rustige dorp van het eiland, en misschien ook het meest schilderachtige. Overal in de stad zien we historische herenhuizen uit de 18e eeuw. Vooral de Camminghastraat die aan beide zijden begroeid is met bomen, bepaalt het karakter van het dorp. In een zijstraatje bevindt zich een gezellig huisje waar ze nog ouderwets snoep verkopen en heerlijk geurende thee.


























Het eiland Ameland was eeuwenlang in het bezit van de familie Cammingha. Zij lieten in Ballum een kasteel bouwen. In de 18de eeuw verkochten zij het eiland aan Johan Willem Friso, prins van Oranje-Nassau en erfstadhouder van Friesland. Het kasteel is in het begin van de negentiende eeuw afgebroken. De karakteristieke Amelander huisjes en de vrijstaande klokkentoren uit die periode bepalen nog altijd het dorpsgezicht van Ballum. Tussen de verschillende dorpen, rijden we door open velden waartussen enkele oude boerderijen liggen. Schaapjes, koeien en paarden staan er rustig te grazen. We zien ook heel veel ganzen.


























We eindigen onze dag in Nes, het grootste dorp van het eiland, met zijn smalle straatjes, historische huizen en een rustige, ontspannen sfeer. Ook hier zien we een aantal fraaie commandeurswoningen. Het lijkt wel of ze hierboven gedacht hebben, tijd voor een kleine verfrissing, want plots wordt het zwart en begint het hevig te regenen. We besluiten dan maar de kerk in te duiken en een kaarsje te branden. 


























Wanneer we buitenkomen, vallen er zelfs hagelbollen. Tijd voor een vieruurtje, want we moeten nog steeds die oranjekoek proeven. We nemen plaats bij konditorei De Jong. De regen striemt tegen de ramen en de windvlagen zijn hevig. Wij zitten gelukkig droog. We bestellen de oranjekoek en ook hier is deze bedekt met een roos laagje suikerpasta. Daar moeten we nu toch het fijne van weten. De bakker wordt erbij gehaald en weet even niet wat zeggen. Uiteindelijk zegt hij: ‘het is gewoon zo - Friese mensen zijn een beetje tegendraads’. Daar moeten we het mee doen. Wanneer we terug buiten komen, is de regen gestopt.


























Slijterij de Jong is gelegen in hartje Nes en we willen heel graag de specialiteit van het dorp, een nobeltje proeven. We worden uitgenodigd op een heuse likeur proeverij. Het zijn weliswaar kleine glaasjes maar als je niet gewend bent om te drinken, stijgt het snel naar je hoofd. We kiezen twee likeurtjes uit om mee naar huis te nemen en verlaten een beetje tipsy het etablissement. 


























Dee Dee kreeg de tip om zeker te gaan eten bij het Italiaanse restaurant San Remo. Wanneer we er toekomen, zijn ze net open, maar blijkbaar zijn alle tafeltjes gereserveerd. We mogen wel blijven op voorwaarde dat we op een uurtje terug buiten zijn. Dat vinden we geen probleem want we eten toch enkel een hoofdgerecht. De pasta en de risotto zijn heerlijk.


Wanneer we terug naar Hollum rijden, besluiten we nog even naar het mooiste plekje op Ameland te rijden, het Wad langs de dijk tussen de haven en het dorpje. Het is nu laag water en het wemelt hier van de vogels. Wanneer de zon erdoor komt, krijgt het wad een prachtige zilveren schittering.


























Een muts is geen overbodige luxe want de wind heeft hier vrij spel. Het brede strand is omringd door weilanden vol schaapjes en ook de eerste ganzen zijn hier neergestreken. Enkele locals zijn op zoek naar oesters en passeren ons even later met een emmertje vol. Ze kijken een beetje meewarig naar ons schoeisel, ja we weten het … daar hebben we niet goed over nagedacht. Een stevige laars was beter geweest. Eenmaal terug bij de auto worden onze bottines zo goed en zo kwaad het kan, afgeklopt, maar de hardnekkige modder van het wad blijft in de groeven zitten. 



Geen opmerkingen:

Een reactie posten