‘Between rocks, dust and endless horizons, I remembered how small I am’
We worden wakker met de zachte geluiden van de natuur. Een soort lachende vogel wenst ons goedemorgen. Het milde licht valt door de ramen onze kamer binnen. De zon schijnt nog niet, maar vandaag zou het droog blijven volgens de weer app. Op hoop van zegen! Van op ons privébalkon snuiven we de frisse lucht op en spotten we de lachende loerie. We komen echt tot rust in deze omgeving die zowel beschut als verbonden met de natuur aanvoelt. Na het ontbijt ontstaat er wat onenigheid over de zitplaatsen in de bus. Er was afgesproken dat iedereen om de dag een bank vooruit schuift, zodat iedereen de kans krijgt om eens vooraan te zitten. Tja, blijkbaar is niet iedereen mee met het concept.
De Panoramaroute in Zuid-Afrika is een schitterende autoroute van ongeveer 180 kilometer, bekend om zijn adembenemende uitzichten, indrukwekkende natuur en de Blyde River Canyon, de op twee na grootste canyon ter wereld. De route, gelegen in de provincie Mpumalanga, biedt een afwisselende reis vol met watervallen, berglandschappen en uitzichtpunten. We kijken er dan ook erg naar uit om onze beentjes te strekken na een hele dag Afrikaanse massage voor de billen van gisteren. De weg stijgt steeds verder via bananenplantages, eucalyptusbomen en eindeloze naaldbossen tot de Kolwyn Pas.
Hoewel de Zuid-Afrikaanse provincie Mpumalanga beter bekendstaat als 'de plek waar de zon opkomt', is het ook de plek waar het water naar beneden stort. De provincie herbergt een grotere dichtheid aan watervallen dan waar dan ook in Zuidelijk Afrika. Indrukwekkende watervallen stromen over steile kliffen aan de rand van het Drakensberg-massief. Ze liggen in een spectaculair landschap en zijn stuk voor stuk op hun eigen, unieke manier betoverend. We zien hier echter niets van want een dichte mist maakt alles wit rondom ons. Ook de regen is terug van de partij. Vanwege die hevige regenval is de weg weggespoeld en moeten we noodgedwongen een andere weg nemen, want er zit al een camionette vast in de modder. Hugo maakt rechtsomkeer en we rijden terug naar Hazyview om van daaruit langs de andere kant toch tot bij onze bestemming van vandaag te komen. We draaien het programma dan maar een beetje om want misschien is het vanmiddag wel droog.
In 1873 vond een avonturier goud in Pilgrim’s Nest en de mijnbouw bleef hier in stand tot 1971. De provincie Transvaal kocht het hele dorp op en restaureerde een reeks oude gebouwen. In verschillende van die oude gebouwen kunnen we binnenkijken, om een indruk te krijgen van hoe de mensen er toen woonden. Ook de kerken, begraafplaats en garage zijn in de stijl van toen bewaard gebleven. Het is in zekere zin een levend museum, een typisch mijnwerkersstadje uit de tijd van de goudkoorts eind 19de eeuw maar dan met een modern tintje. Veel valt er niet te beleven, maar ik kan wel genieten van de krakende houten veranda’s en de geur van eucalyptus die hier hangt. Zalig om het verleden even op ons te laten inwerken.
De plaatselijke bevolking leeft nu van het toerisme. De dames, gehuld in kleurrijke kledij, verkopen allerlei noten en gedroogd fruit. Ze hebben een ongelooflijke overredingskracht en ik trap weer in de val, zo zal later blijken. 3 zakjes voor 100 rand (later op de dag zijn het 4 zakjes voor 100 rand). Ik koop bij 2 verschillende dames. Beiden lachen ze hun tanden bloot. Iedereen is super vriendelijk, zelfs wanneer we van hen niets kopen.
De lente is in het land en dat betekent dat de bloemen overal in bloei staan. Het pittoreske dorp staat vol met de rode lampenpoetser, te herkennen aan de hangende takken en opvallende rode, cilindervormige bloemwieken die lijken op flessenborstels.
Er waren destijds strenge regels in het dorp voor de gouddelvers: je mocht niemand doodslaan, niet stelen en na zonsondergang geen goud delven. Deed je dat wel, dan werd je verbannen. Verscholen op een mistige heuvel met uitzicht over het stadje ligt de begraafplaats. Het herbergt graven van de vroegste bewoners. Een specifiek graf staat bekend als het graf van de rover en ligt in een andere richting dan de andere graven. De arme man had wel wat op zijn kerfstok. Hij verbrak één van de gouden regels en stal na zonsondergang goud uit de tenten van andere goudzoekers. Hij werd verbannen, maar kwam terug, waarna hij koelbloedig neergeschoten werd.
Wanneer we wegrijden, schijnt de zon een beetje, maar dat is maar van korte duur. We stijgen opnieuw en voor we het weten, zitten we weer in de dichte mist. Ondertussen is het middag, dus heeft Hugo een tafeltje gereserveerd in Graskop bij Harry’s, een pannenkoekenhuis. Je zou denken, eens iets anders dan de Afrikaanse keuken, maar niets is minder waar. Ze hebben hier warempel pannenkoek met bobotie. Njammie! Tania wil liever een zoete pannenkoek en gaat voor appel, kaneel en rozijnen.
We rijden verder richting de Blyde River Canyon. Deze grote vallei is een plek waarvoor er niet genoeg originele bijvoeglijke naamwoorden kunnen zijn om de indrukwekkende berggezichten en magnifieke panorama's te beschrijven. Het is één van de meest spectaculaire ravijnen in Afrika. Een gevoel dat je pas echt begrijpt als je er zelf staat.Vlak bij de Blyde River bron komen de rivieren de Treur en de Blyde samen, waardoor hier meerdere grote draaikolken ontstaan door de samenkomst van het stromende water. Deze draaikolken zijn verantwoordelijk voor het slijten van de kommen die in de rotsen te vinden zijn. Deze ingesleten kommen zijn naar Tom Bourke vernoemd, een goudzoeker die in het gebied aan het werk was.
De Bourke’s Luck Potholes, bereiken we na zo’n minuut of vijf wandelen vanaf de parkeerplaats. Doordat de zon op de verschillende kleuren van de aarde schijnt, ziet het er hier en daar uit alsof het in brand staat, super om doorheen te lopen. Wat kan de natuur toch mooi zijn en zijn eigen weg gaan. De geërodeerde rotsen zijn prachtig glad en zien er bijna kunstmatig gevormd uit. Om de een of andere reden spreken deze potholes me enorm aan. De kolkende rivieren en de schoonheid van de rotsformaties hebben iets unieks en bijzonders; het is zo anders dat ik er volledig van in de ban raak. Ik zou er urenlang naar kunnen blijven kijken.
Helemaal op het einde van de wandeling, komen we bij een indrukwekkende waterval. Er staan borden tot waar je mag wandelen, om te voorkomen dat we de diepte invallen. Blijkbaar is een Amerikaan hier om het leven gekomen toen hij een selfie wou maken. Wij laten de selfie achterwegen en vragen aan Veronique om een foto te nemen. Onder de indruk wandelen we terug naar de bus door dit adembenemend landschap.
Hier bloeit trouwens een opmerkelijke plant, de ‘Longstem Bushlily’, die goed gedijt in een droge, rotsachtige omgeving. Vanuit de basis van de lange, brede bladeren rijst een ongeveer 60 centimeter hoge stengel op, die plaats biedt aan wel twaalf hangende feloranje tot rode bloemen van elk zo'n 8 centimeter lang. Wat de plant extra bijzonder maakt, is dat de bladeren tijdens hun opwaartse groei draaien; dit geeft de plant een spiraalvormige uitstraling die zeer indrukwekkend is.
Met lichte tegenzin gaan we terug de bus op en rijden door tot de Three Rondavels, die hoog boven het indrukwekkende ravijn uitsteken. We denken dan nog dat de potholes niet te overtreffen zijn, maar eenmaal aangekomen op onze volgende bestemming, vallen de monden open. Hoe mooi is het hier! De Three Rondavels zien er precies zo uit als hun naam doet vermoeden. Het zijn drie ronde bergtoppen met een licht puntige top, die sterk lijken op de traditionele ronde of ovale Afrikaanse woningen van lokale materialen – de zogenaamde ‘rondavels’.
Deze prachtige rotsformaties zijn geologisch te verklaren door de langzame erosie van de zachtere onderliggende steenlagen, waardoor de hardere kwartsiet- en leisteenformaties zijn blijven staan. Wat hun oorsprong ook is, ze zijn zonder meer adembenemend. De toppen van de heuvels zijn vernoemd naar de drie vrouwen van stamhoofd Maripi Mahile: Magabolle, Modoladikwe en Maseroto. Dit moet het mooiste uitzicht van Zuid-Afrika zijn! We hebben echt geluk want ondertussen is de zon daar.
Wat verder is er ook een meer, zegt An, dus proberen we onze weg te vinden over de rotsen. Met de behendigheid en elegantie van een impala, klauteren we ons een weg naar het tweede uitkijkplatform. Tja, er was ook een gewone asfaltweg die we hadden kunnen volgen, maar dat was wat te gemakkelijk. Van hierboven strekt het water zich uit als een lange, spiegelende strook, omlijst door steile, groene hellingen. Tussen de hellingen van de Drakensbergen zien we het heldere water van de Blyde-rivier in de diepte liggen. Een perfecte plek voor alweer een fotoshoot. Opnieuw vertrekken we met lichte tegenzin.
Net ten noorden van Graskop storten de Lisbon Falls, de hoogste watervallen in de regio, zo'n 92-meter naar beneden in een indrukwekkend, driedelig gordijn. Vanaf de parkeerplaats leidt een kort, licht oneffen pad naar omheinde uitkijkpunten met een volledig frontaal en zijwaarts uitzicht op de driedelige waterval. De wind die door onze haren waait, het water dat met een donderende kracht naar beneden stort in de kloof, het bulderende geluid om ons heen, het bezorgt ons letterlijk kippenvel. De steile, ruige rode kliffen en de uitgestrekte groene bossen en heuvels rondom vormen een opvallend contrast. Hugo vertelt ons waarom een waterval in Zuid-Afrika naar een Portugese stad is vernoemd: daar is een eenvoudige reden voor. De Lissabon Falls kregen hun naam van Europese goudzoekers die in de 19e eeuw tijdens de Barberton-goudkoorts hun geluk beproefden. Uit heimwee vernoemden ze de verschillende watervallen naar plaatsen in hun thuislanden.
Wanneer we naar ons hotel rijden, scheurt een kamikaze chauffeur ons tegen een hoge snelheid voorbij, waardoor er kiezelsteentjes op 4 plaatsen de voorruit beschadigen. Wat een pech dag vandaag, maar liefst 400 km extra gereden en dan daar bovenop nog eens de schade aan ons busje. Je zou denken, genoeg pech voor één dag, maar dan slaat het noodlot toe. Er is een ongeval gebeurd en we komen in een monsterfile terecht. Hugo neemt de beslissing om terug te draaien en een andere weg in te slaan. Die weg is echter niet bedoelt voor een gewoon busje … het blijkt een off road waar een 4x4 beter gepast zou zijn. De medereizigers op de achterbank vliegen geregeld omhoog en krijgen ongewild ook vandaag een Afrikaanse kont massage. Af en toe horen we de onderkant van de bus over de grond schuren. Hopelijk zorgt deze omweg niet voor nog meer schade. Na 30 bange minuten, komen we weer op een gewone weg en kunnen we onze reis verderzetten. Het is half 8 wanneer we in het hotel toekomen. Mijn maag laat me weten dat hij meer dan een beetje honger heeft. Deze avond gaan we opnieuw uitgebreid dineren in ons hotel. Het eten is hier zo ongelooflijk lekker, zalig voor Bourgondiërs zoals wij, maar nefast voor onze lijn. Maar, een dikke lijn blijft een lijn dus we gaan het niet aan ons hartje laten komen, zeker niet na deze hectische dag!