De zeemeeuwen maken ons wakker met hun gekrijs, alsof ze door de kamer vliegen. Alweer niet de beste nacht, maar desalniettemin springen we om 7 uur uit bed, want we willen net als in Chefchaouen de stad zien zonder toeristen. Hoe geweldig we dat toen vonden, hoe teleurgestelder we vandaag zijn. Om half acht 's ochtends zijn de steegjes vrijwel verlaten en slapen de straatverkopers nog. Wat een vuile, vieze stad is Essaouira. Dat wordt vandaag echt duidelijk nu de straten verlaten zijn. De honderden straatkatten die hier rondlopen, zullen daar misschien wel iets mee te maken hebben. Er hangt een constante geur van uitwerpselen. Meer dan eens kijk ik onder mijn schoenen of ik nergens ben ingetrapt. Dat is gelukkig niet zo, maar aangenaam is dit niet.
We wandelen naar de oude kashba, maar staan voor een gesloten poort. We vragen het even na bij een voorbijgangster en deze zou pas rond 10 uur open gaan. De vestingsmuren beklimmen zal dus voor later zijn. We dwalen wat door de verlaten straatjes en nemen een kijkje aan het strand. Daar zitten enkele vissers op de rotsen iets te kuisen maar wat het juist is, weten we niet. Het lijkt een soort mossel maar dat is het niet echt. Het is hier zalig om rond te lopen. De vieze geur wordt vervangen door de geur van het zilte zeewater. Aan de boulevard is er zo goed als niemand, behalve dan wat locals die de katten en de meeuwen voeren.
Wat verderop is de vissershaven, maar veel bedrijvigheid is er nu nog niet. De stank van rotte vis is hier niet te harden. Lang blijven we hier dus niet hangen en we duiken terug de medina in. In de plaatselijke oven draaien ze overuren. De bakker laat ons een kijkje nemen in zijn hete oven. Ook al hangt er een groot bord dat je geen foto’s mag maken, zegt hij zelf ‘prends une photo’. Hier wordt zo goed als alle brood voor het hele dorp gebakken. Het ruikt er heerlijk! Het leven komt stilaan op gang en de locals genieten nog even van de stilte voor de storm wanneer de busladingen met toeristen toekomen.
Via de oude gaanderijen, waar straks allerlei winkeltjes opduiken, wandelen we terug naar de riad voor ons ontbijt. Daar aangekomen klimmen we helemaal naar boven want het ontbijt wordt geserveerd op ons dakterras. Het ontbijt is summier maar wel lekker. Vooral de confituur van tomaten is heerlijk. Plots begint het te druppelen, maar gelukkig duurt dit niet lang.
Tegen dat we terug zijn in de stad, is de kashba open. Eerst nemen we een kijkje bij Skala Du Port, een goudkleurig, zandstenen bastion, een vierkante toren vanwaar ze vroeger de haveningang verdedigden. De dagjestoeristen zijn nog niet gearriveerd, dus het is nog lekker rustig. Op de grote vestingmuren lopen we langs de kanonnen, stille getuigen van oude tijden. We zetten ons op één van de kantelen en kijken vanaf hier uit over de grillige rotskust waar het water tegenaan beukt. Uren zouden we hier zo kunnen zitten, maar het begint opnieuw te druppelen.
We besluiten dus een theetje te gaan drinken op het dakterras van Smala. Dit hostel heeft leuke graffiti aan de muren en zelfs op het plafond. Eenmaal boven, komt de zon er zowaar door en zetten we ons aan een tafel met zicht op het water. De verveine thee is heerlijk,zacht van smaak en Dee Dee die toch voor de muntthee is gegaan, vindt deze nu ook zoet genoeg.
In Essaouira word je niet overvallen door overenthousiaste verkopers, maar kun je op je gemak rondkijken. Bij de meeste winkels is de prijs ook gewoon geafficheerd. In een mooie galerie word ik verliefd op een oude deur waarop een vrouw geschilderd is. Deze zou 2000 euro kosten, geleverd tot bij mij thuis maar de man wil gerust nog wat onderhandelen, zegt hij. Normaal mag je er er niet fotograferen maar terwijl Dee Dee de verkoopster afleidt, neem ik toch stiekem een foto. Alles beter dan niets.
De galerie heeft maar liefst drie verdiepingen en er staan kunstwerken van heel veel verschillende kunstenaars. Helemaal bovenaan is er een panoramisch dakterras, van waar we zicht hebben op een prachtige muurschildering. Ik hou van kunst die gratis toegankelijk is voor iedereen.
Op de hoek van de straat zit een oud vrouwtje te bedelen en we hebben er instant medelijden mee. Aan de overkant is een klein bakkerijtje dus besluiten we haar een brood te kopen. Wanneer Dee Dee het brood aan haar geeft, krijgen we beide een krop in de keel wanneer we haar stralende glimlach zien. Ik voel de tranen over mijn gezicht lopen, bij het zien van zoveel dankbaarheid. Het doet ons nog maar eens beseffen hoeveel geluk wij in het leven wel niet hebben: een dak boven ons hoofd, goede gezondheid en vrienden die er voor ons zijn.
Met een blij gevoel, wandelen we naar de vissershaven. Essaouira is een authentieke vissersplaats en aan het eind van de ochtend komen de houten blauwe bootjes binnenvaren met verse vis. De vis wordt direct op straat verkocht. Het is leuk om even doorheen te wandelen en te zien hoe de vissers hun netten uit elkaar halen. Alle vis die we hier zien, zwom vanochtend nog rond in de Atlantische Oceaan. Verser kan je het dus niet krijgen. Honderden meeuwen cirkelen krijsend boven de haven, waar ze proberen om de beste stukken vis mee te pikken.
In de vissershaven is het één en al leven (en dood). Zoals het spreekwoord zegt: de één zijn dood is de ander zijn brood. Kleine zelfstandige vissers verkopen hun vers gevangen vis en zeevruchten. Sommige hebben zelfs een terras met barbecue. Tijd dus om vis te eten! Wanneer we langs de verschillende restaurantjes lopen, willen ze ons allemaal overtuigen hoe goed hun vis wel niet is. Bij de eerste krijg ik het al op de zenuwen wanneer hij letterlijk vis op een plateau begint te leggen. We hebben helemaal nog niet beslist of we bij hem willen eten. Wanneer hij dan ook nog eens het lokmiddel bij uitstek uit zijn mouw schut, namelijk eerst een lage prijs zeggen en daarna wanneer de vis gewogen is, de prijs verhogen, is het voor mij genoeg geweest. Ik laat hem met zijn plateau verbouwereerd achter. Dee Dee staat er nog en weet niet wat er gebeurt, al denk ik dat ze haar vriendin ondertussen wel al kent. Terugkomen, ik denk het niet! Uiteindelijk excuseert ze zich en komt ze me achterna. Enkele restaurantjes verder is de verkoper iets minder opdringerig. We wijzen aan welke vis we willen eten. Hij wordt op de weegschaal gelegd en initieel wil hij er 300 dirham voor. We pingelen af tot 250 dirham. De vis wordt ter plekke voor ons klaargemaakt. Verser dan dat ga je het niet krijgen. Voor ongeveer 25 euro krijgen we wat scampi’s, een inktvis en twee heerlijke visjes, een tomatensalade, frietjes en een mandje brood. We zitten hier midden tussen de Belgen. Toeval of niet, we hebben allemaal hetzelfde kraam gekozen. Enig minpuntje is opnieuw de vele katten die zitten te schooien.
Terug op de wandeldijk ziet Dee Dee in haar ooghoek een man die caktusvijgen verkoopt. Ze zijn kleiner dan die van Griekenland en zien vuurrood vanbinnen. Voor 6 dirham mogen we er elk eentje proeven. Niet slecht maar ook niet wow. Je krijgt er alleen een hele rode tong van!
Ondanks dat het al half 3 is, zitten aan het einde van de dijk nog best veel vissers hun versgevangen vis van deze ochtend te verkopen. Aan de geur zijn we ondertussen al wel wat gewend. Er zijn verschillende kramen met gemengde vissen maar ook kramen die hun specialiteit hebben zoals crab, oesters of sardines. We verbazen ons over wat er hier allemaal uit de zee komt. Het lijkt wel of de zee is bijna leeggevist. We genieten van de drukte en de sfeer van deze plek! Meeuwen vliegen af en aan en we kunnen alleen hopen dat ze niets laten vallen. Wat ik het meest waardeer, is hoe authentiek het aanvoelt. Niemand probeert ons iets te verkopen. Het is gewoon het echte Marokkaanse leven dat zich om ons heen afspeelt, en we voelen ons bevoorrecht om het te mogen meemaken.
Plots komt er een hevige wind opzetten. We zijn net bij het strand toegekomen en moeten onze ogen beschermen tegen de rondvliegende zandkorrels. We krijgen ook een gratis peeling. De bijnaam van Essaouira ‘Wind City of Africa’ lijkt vandaag goed gekozen. Voor windsurfers en kitesurfers zijn de omstandigheden ideaal. Snel verlaten we de kuststrook en duiken terug de medina in. We dwalen nog wat verder door de straatjes, maar ondanks de hoge stadsomwalling, giert ook hier de wind door onze haren. We besluiten om iets te gaan drinken bij l’Atelier, een café / winkel, want hier is het zalig zitten en ze hebben er bovendien heel lekkere taartjes. Ik ga voor de carotcake en Dee Dee voor de amandine.
Wanneer we terug buiten komen, is de wind een beetje gaan liggen en brandt de zon opnieuw. De temperatuur is gestegen naar 27 graden. Sommige vrouwen zijn van top tot teen in een grote nikab gehuld, het typische omvangrijke katoenen kledingstuk dat alleen de ogen en voeten onbedekt laat. Als Westerling vraag je je dan toch een beetje af wie er onder de bedekkende kleding zit en wat ze hier doet. We houden er niet echt van want je weet nooit met wie je te maken hebt.
Terug in ons hotel genieten we nog wat van de zon op ons dakterras.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten