woensdag 1 april 2026

Fez

Wat een nacht! De slechtste al van heel de reis. Te harde matras en hoofdkussen, verschrikkelijk koud en daarbovenop heel veel lawaai. Om 6 uur worden we gewekt door luid roepende werkmannen die een ijzeren frame naar boven trekken. Gelukkig schijnt de zon en krijgen we een heerlijk ontbijt boven op het dakterras. 


























Vandaag gaan we Fes ontdekken door de ogen van een local. Onze gids Fouet pikt ons op aan  de overkant van ons hotel. Groot is onze verbazing wanneer het de man blijkt te zijn waar we gisteren een kleine aanvaring mee gehad hebben. Hij kwam toen naar ons toe met de vraag of we een gids nodig hadden en toen wij hem afwezen, liep hij boos weg. Of hij ons herkent heeft, weten we niet, maar hij laat het in ieder geval niet blijken en wij ook niet. Twee andere Nederlandse koppels die ook met Riksja reizen, vergezellen ons. Een van de koppels logeert zelfs in onze riad. Gerard en Monique zagen we deze ochtend dus al aan het ontbijt. 


Samen dwalen we door de medina. Fouet brengt ons op plekken die we gisteren, tijdens onze avondwandeling door de stad, gewoon voorbij zijn gelopen. Achter onopvallende deuren blijken ambachtslieden aan het werk te zijn. Met onze gids is het toch iets gemakkelijker om de weg te vinden door het doolhof van staatjes en steegjes. Het zijn er maar liefst 9400, waarvan er vele gewoon doodlopen. We krijgen aanvankelijk een beetje dezelfde uitleg als gisteren mbt de deuren in de medina, maar af en toe vertelt hij ons toch nog iets dat we niet wisten. Zo weten we nu dat tot 1996 de Berbertalen enkel gesproken werden en niet geschreven. Die sierlijke letters in het berbers, bestaan dus nog maar 30 jaar.


























Onze eerste echte ambachten stop is bij de schilder van houten panelen. Alles wordt met natuurlijke kleurstoffen en met de hand gedaan. Er zitten echt wel mooie kunstwerkjes tussen. De houtbewerkers zijn hier wel de echte kunstenaars. De patronen die ze in het cederhout uitsnijden zijn werkelijk adembenemend mooi. Soms werken ze wel 2 weken tot 3 maanden aan één tafel. Een ding is zeker: van veiligheid hebben ze hier nog nooit gehoord. Er wordt gewerkt in kleine donkere kamertjes en halletjes, olie vloeit rijkelijk over straat en van maskers en veiligheidsbrillen hebben ze ook nog nooit gehoord.


























Wie aan Fes denkt, denkt aan leer. De stad staat bekend om haar eeuwenoude leerlooierijen, waar nog steeds gewerkt wordt zoals eeuwen geleden. De bekendste is de Chouara Tannery: een kleurrijk doolhof van ronde verfbaden. We zien mannen tot hun middel in de kuipen staan. Huiden van schapen, koeien, geiten en dromedarissen worden, na het verwijderen van haar en vlees, geweekt in vaten en vervolgens gedroogd. Daarna worden ze overgedragen aan de leerlooiers. Dat alles gebeurt gelukkig in de buitenlucht want het looien van leer gebeurt hier nog op traditionele wijze, met natuurlijke middelen zoals duivenpoep, kalk, plantenextracten en dierenvet.


























Ambachtslieden behandelen het leer met de hand, kleuren het met natuurlijke pigmenten en drogen het in de zon. De geur is voor gevoelige neusjes misschien heftig en misselijkmakend. Wij vinden de penetrante ammoniakgeur eigenlijk nog wel meevallen. Wanneer we in de buurt van de tannerie een winkeltje binnengaan, krijgen we een takje munt om aan te ruiken. Het is heel bijzonder om te zien hoe er gewerkt wordt. Jammer dat er vandaag niet veel kleur gebruikt wordt. De baden zijn bijna allemaal bruin.


De souks zijn de ziel van elke Marokkaanse stad, en die in Fez zijn indrukwekkend. We stappen terug in de tijd. De ommuurde straten zijn bedekt met stof, waar het enige vervoer met ezel en kar is. Het prikkelt al onze zintuigen, met verkopers die prijzen schreeuwen en hard onderhandelen, aromatische geuren die uit alle richtingen komen en textieldisplays in alle kleuren van de regenboog. Het is heel gemakkelijk verdwalen in de souks van Fes want het ene kleine straatje loopt verder in het volgende nog kleinere straatje. Zo staan we opeens in een doodlopende straat en even later wordt de weg geblokkeerd door een groepje schattige kittens. Wij vinden het dan ook erg fijn dat we Fouet hebben, die alle straatjes op zijn duim kent. Hij loodst ons langs de leukste plekken en laat ons het echte Fes zien waar lokale ambachtslui hard werken. De stad heeft een mysterieus kantje en respect voor tradities wordt hier hoog in het vaandel gedragen.


























We laten ons meevoeren door de wirwar van steegjes, waar de geur van leer onze neus prikkelt en we ogen tekortkomen. Er is van alles te ontdekken. Wanneer we de Kairaouine moskee passeren, zien we dat de deuren openstaan dus maken we van de gelegenheid gebruik om even binnen te gluren. De moskee heeft twintigduizend zitplaatsen en heeft haar plekje weten te veroveren in het hart van de medina. Ze huisvest zowel de oudste universiteit als de oudste bibliotheek ter wereld. Ze is zo naadloos geïntegreerd in de medina dat we er bijna langslopen zonder het te merken! Toegang is verboden voor niet-moslims, zoals bij alle moskeeën in het land. 


























We komen regelmatig portretten van de koning tegen, mooi ingelijst en prominent tentoongesteld, zowel in winkels als in de steegjes van de medina. Elke Marokkaan is begeesterd door Mohammed VI. Verder staat Fez ook bekend om het handwerk, vooral om de vele tapijten. Tapijtverkopers zijn overal in de hoofdstraten van de medina te vinden, elk met mooie Marokkaanse ontwerpen. In eentje worden we ontvangen met een glaasje muntthee en de verkoper ontvouwt het ene tapijt na het andere. Ze zijn mooi maar ik heb er geen plek voor. Bij een weverij zien we hoe traditionele Marokkaanse stoffen met de hand worden gemaakt. Er worden zijde, katoen en aloe vera vezels gebruikt. Even wordt ik omgetoverd in een Marokkaanse vrouw. Mooie kleur wel, maar ik bedank vriendelijk. 




























We nemen een kijkje op de plaatselijke markt die er toch heel anders uitziet dan bij ons. Vooral in de slagerssectie kijken we onze ogen uit. Kamelen- en koeienhoofden hangen hier gewoon aan de haak. Ook geiten kijken ons van een plateau aan. Heel fotogeniek allemaal! Sommige marktkramers maken er geen probleem van dat je ze fotografeert  andere worden boos. De sfeer is hier toch wel wat grimmiger dan in het noorden van Marokko. 


























Bij de plaatselijke apotheek, zoals Fouet het noemt, leren we het verschil tussen arganolie en amandelolie. Ze verschillen vooral in textuur. Daar waar arganolie van de pit uit de vrucht van de arganboom komt, snel intrekt en gebruikt wordt als anti-aging serum, wordt de amandelolie gewonnen uit de zaden van de amandelboom en is het een rijkere, diep voedende olie die vooral gebruikt wordt bij droge huid om te masseren. 


























Fouet neemt afscheid van ons rond half 3 bij restaurant Nayar, waar we met z’n allen lunchen op het dakterras. Eerst wordt de tafel volgeladen met heerlijke Marokkaanse salades en daarna volgt een vers gemaakte bastilla. Het dessert bestaat uit heerlijk fruit met kaneel. Ik ben echt geen fruiteter maar hier is alles zo lekker en zoet. Van hierboven hebben we een prachtig zicht over de stad. Na de lunch trekken we door het leukste stuk van de medina. Mannen in djellaba’s drinken zoete muntthee op een terras. Traditioneel geklede vrouwen zoeken intussen sappige granaatappels uit bij een volgeladen kraam. De sfeer is hier levendig en een beetje chaotisch. Fes voelt echt alsof we een stap terugnemen in de tijd. We hebben het gevoel dat er in de steegjes van alles gebeurt waar we als reiziger geen weet van hebben. Ezeltjes sjouwen nog altijd goederen door de smalle straatjes, precies zoals ze dat eeuwen geleden ook al deden.  Ze hebben altijd voorrang. We worden gewaarschuwd met de woorden ‘Balek, Balek’ (opgepast) of ‘Attention, Attention.’ Sommige steegjes zijn nog geen 2 meter breed. Zoek dan maar eens dekking als er een ezel passeert.

























In Fez vind je heel veel indrukwekkende islamitische bouwwerken. Misschien wel het mooiste gebouw is Bou Inania Madrasa, dat tussen 1351 en 1356 gebouwd werd. We zijn dol op de Marokkaanse architectuur dus stoppen we hier ook even, want het is een van de weinige religieuze plaatsen in Fez die door niet-moslimse mensen kan worden betreden. Bou Inania Madersa lijkt qua opbouw op de beroemde koranschool in Marrakesh, maar is veel rustiger. De vloer, zuilen en muren werden feilloos ingelegd met petieterige mozaïeken die uiteindelijk overgaan in prachtig handwerk dat zo verfijnd is dat het wel godenwerk lijkt. Op ons gemakje verkennen we de mooie marmeren binnenplaats, het gedetailleerde houtsnijwerk en de eindeloze mozaïektegels in verschillende groentinten. De aangrenzende moskee heeft dezelfde kleuren, met een mooie groene minaret die zichtbaar is over de hele medina. 


























De Bab Bou Jeloud, ook wel de Blauwe Poort, is een sierlijke boog die aan de ene kant kobaltblauw is met prachtige mozaïeken en aan de andere kant groen, symbool voor de islam. Het is het perfecte eindpunt van onze ontdekkingstocht door de medina.


























Na een dag dwalen in de medina is er niets fijner dan even uitrusten op het dakterras van onze riad. Gerard en Monique vervoegen ons en we praten nog even over alle indrukken die we vandaag hebben opgedaan. We kunnen niet zeggen dat we echt fan zijn van Fez. Authentiek is het zeker, maar voor ons straalt het niet echt veel charme uit. Misschien zijn we een beetje verwend door wat we al gezien hebben de voorbije week.  


Geen opmerkingen:

Een reactie posten