‘Africa is not just a place you visit – It is a feeling you carry with you’
De wekker gaat af om 6u15 en we hebben redelijk goed geslapen. Het heeft heel de nacht geregend, maar deze ochtend schijnt de zon. Tijd dus voor een ochtendwandeling op dit prachtige domein langs een idyllisch meer. Zebra’s zien we niet, maar wel gnoes en struisvogels. We gaan niet te dichtbij want het blijven wilde dieren. Aan de overkant van het meer verschijnen enkele giraffen, kameelpeerd in het Afrikaans. Grappig eigenlijk dat iedereen onmiddellijk zijn gsm bovenhaalt. Later op de reis, komen ze zonder twijfel veel dichter tot bij ons.
De mensen die hier werken, zijn super vriendelijk en zitten al te wachten om onze koffers op te halen en naar de bus te brengen. Ze lachen graag hun grote, witte tanden bloot. Iedereen spreekt hier Afrikaans en sommigen kunnen een beetje Engels, maar lang niet iedereen.
Na het ontbijt wandelen we eerst naar een paar huisjes van de Ndebele stam, beroemd om hun liefde voor kleurrijke en symbolische decoraties. De muren worden versierd met strakke patronen zoals driehoeken, ruiten en rechte lijnen. Oorspronkelijk werden natuurlijke aardetinten gebruikt, maar met de komst van de acrylverf veranderde dit in een explosie van kleur. Een prachtig geschilderd huis laat zien dat de vrouw des huizes een bekwame huisvrouw is. De huisjes zelf hebben van origine rieten daken en een karakteristieke omheining eveneens volledig beschilderd.
Naast deze kenmerkende huisjes is ook de stam zeer kleurrijk gekleed. Zij dragen een deken met felgekleurde strepen en de vrouwen worden van jongs af aan versierd met grote ringen rondom de nek. Hoewel de Ndebele stam – zeker in deze tijd – trots is op haar cultuur, zijn er niet veel vrouwen meer over die zich in de traditionele outfit kleden. Sommige huisjes zijn nog bewoond, maar jammer genoeg zien we niemand. Het dorp lijkt verlaten.
Hugo pikt ons op bij de stam en we rijden vervolgens naar het charmante dorpje Cullinan dat nog altijd een groot deel van haar historische karakter als mijndorp heeft behouden. De Cullinan Mine, vernoemd naar Sir Thomas Cullinan, de eigenaar van de mijn in de beginjaren, is dé toeristisch attractie hier. In 1905 werd de grootste diamant ter wereld hier gevonden: de Cullinan Diamond. Deze diamant had een lengte van bijna 10 cm, woog 621 gram en was maar liefst 3106-karaats. Die grootste diamant kan je overigens niet meer in Cullinan zelf bewonderen, want deze is verwerkt in de Britse kroonjuwelen, die je kan bekijken in de Tower of London. Gek dat zo’n 1000 mensen hier nog steeds dagelijks aan de slag zijn om de meest gewilde steen op aarde op te graven.
We hebben vooraf een document moeten tekenen m.b.t. de veiligheid met vragen over onze gezondheid, dus ging ik ervan uit dat we effectief in de mijnschacht zouden afdalen, maar dat blijkt niet het geval. We bezoeken de mijn gewoon bovengronds. Voor een ondergrondse tocht had ik sowieso gepast vanwege mijn claustrofobie. Na het bekijken van een film over de mijn, gaan we effectief het domein op. Eerst moeten we de alcohol controle overleven. We moeten met een rietje in een machientje blazen en is dat negatief dan gaat het poortje open. Gelukkig hebben we nog niet al te veel aan de Afrikaanse wijn gezeten! Vroeger was de mijn heel uitgestrekt en werd alles manueel gedaan maar nu is deze veel kleiner en geautomatiseerd.
We zien nog de eerste mijnwerkershuisjes, kantoren en kerken die in de vroege 1900’s gebouwd werden met prachtige hekwerken, veranda’s en kleine tuintjes. De straten worden omlijnd met mooie eiken en Jacaranda’s, waarvan sommigen al in bloem staan.Op het bord bij de entree van de mijnwerkers staat ‘Ring blast times: Monday to Saturday at 05H00 AM’. Blijkbaar hoor je de explosies heel goed en voel je je bed trillen wanneer je in het Cullinan Premier Hotel slaapt. We moeten allemaal een helm op voor de veiligheid. Vermits het regent, hebben we allemaal ook een gele regenjas gekregen en ligt het terrein er modderig bij. De oude schachten zijn verroest maar doen nog wel dienst.
Wanneer we bij de initiële open mijnschacht komen, zien we de diepte een beetje maar destijds, toen de mijn in dienst werd genomen moet dat nog indrukwekkender geweest zijn. Na de rondleiding, passeren we uiteraard een winkel waar je het afgewerkte product kan kopen.
Daarna wacht ons nog een rit van 450 km naar Hazyview. Het eerste deel van de rit van Pretoria naar Hazyview is niet erg bijzonder. We zien vooral platte, bruine en dorre landschappen met weinig om enthousiast van te worden. Neushoorns worden zwaar bedreigd door stropers die hun hoorns willen. Deze heeft geen waarde, maar Chinezen denken dat ze medicinale krachten hebben. Meer dan 55000 dollar per kilo heeft de Aziaat daarvoor over. We gaan lunchen bij het benzine station Alzu, een plek waar bedreigde neushoorns worden opgevangen. Hier worden ze ook beschermd want er is constant bewaking. Er zitten ook elanden, buffels en struisvogels op het domein. Hugo vraagt ons niet op restaurant te gaan maar te kiezen voor een snelle hap. We kopen snel een boboti roll, zetten ons op het terras met zicht op de beestjes. Enkel de struisvogels komen dichterbij, de andere dieren zitten onder de bomen in de verte.
Om kwart na 2 worden we terug verwacht bij de bus. Enkele groepsleden krijgen en standje van Hugo omdat ze er toch voor kozen op restaurant te gaan en ze bijgevolg een kwartier te laat zijn. We hebben nog minstens 300 km voor de boeg. Na een tijdje verandert het dorre landschap compleet en wordt het typisch Afrikaans. We rijden langs de meest uiteenlopende gewassen: bananenbomen en citrusbomen, noten, avocado’s en olijven. Alles groeit hier langs de kant van de weg in grote plantages op de prachtige heuvels.
We stoppen bij een grote supermarkt waar ze het allerlekkerste fruit verkopen, zowel vers als gedroogd. Hugo koopt 3 kratten mandarijntjes, die ze hier ‘naartjie’ noemen, om te proeven. Ik ben geen fruit eter, maar njammie die zijn zo lekker. Hazyview ligt tussen de spectaculaire Panorama Route en het beroemde Krugerpark in. De naam zegt het al: ’s ochtends hangt hier vaak een mysterieuze nevel over de vallei. We hoeven echter niet te wachten tot morgenvroeg, want ook nu al hangt er een mistsluier over de bergen.
We checken in bij de Umbhaba Eco Lodge waar we omringd worden door natuurlijke, inheemse bush, waaronder de Umbhaba-boom (Lowveld-kastanje), waarnaar de lodge is vernoemd. Hier gaan we maar liefst 4 nachten verblijven en dat is geen straf. De lodge is gebouwd tussen prachtige dammen en waterpartijen, met uitzicht op de Sabie-vallei in de verte. Het is de perfecte uitvalbasis om morgen het Kruger park te bezoeken want de Umbhaba Eco Lodge ligt op slechts 10 km van de Phabeni-poort. Dit is een van de beste natuurgebieden van het Kruger National Park.
Heerlijk om nog eens echt te kunnen uitpakken en niet uit de koffer te leven. Hier nodigt elk moment ons uit om gas terug te nemen, diep adem te halen en de sereniteit van de bush te omarmen. Gewend aan het jachtige bestaan dat ik thuis leid, moet ik nu wennen aan die rust, waar ik soms juist onrustig van word. Ik kan nog steeds niet stilzitten, iets waar veel mensen hier een extreem talent voor hebben. Ik reken erop dat die 4 dagen hier ervoor zullen zorgen dat de onrust plaats begint te maken voor een gevoel van verademing.
De kamer is stijlvol ingericht met een hemelbed en beschikt over een eigen balkon met uitzicht over een prachtige vijver en mooie fontein. Daarachter liggen de uitgestrekte bananenplantages. Er is ook airconditioning, al zullen we dat laatste niet echt nodig hebben, want het weer is echt ‘kut’. Het heerlijke zonnetje van deze ochtend was al snel verdwenen. We hebben nog een avondwandeling voor de boeg want het hoofdgebouw ligt aan de andere kant van het immense domein. In de bar drinken we met z’n allen nog wat en gaan dan aan tafel. Een uitgebreid buffet wacht op ons. Er is voor elk wat wils: een heerlijk mals hammetje, gekruide kip, een wild stoofpotje en verschillende bijgerechten. Als toetje gaan we voor de custard met vanillesaus. Na het eten blijven we nog lang napraten. Zalig hoe snel vreemden, vrienden worden.