dinsdag 31 maart 2026

Volubilis- Moulay Idriss

Vandaag eindigt ons verblijf in dit schattige blauwe dorpje! Hoewel we het al meerdere keren op foto's hadden gezien, was het in werkelijkheid toch helemaal anders dan verwacht. De charme ervan was voor ons pas voelbaar bij het ochtendgloren. Dan pas  kregen we geen genoeg van dit doolhof van blauw-witte steegjes. Het groen van de omliggende heuvels was al even betoverend! We hebben echt heel erg genoten van ons verblijf hier. Maar een tip voor iedereen die na ons komt, zorg ervoor dat je de weekends vermijdt.


Na het ontbijt brengt onze host de koffers naar beneden via de steile trap. Vanaf daar lukt het ons wel zelf om naar de auto te wandelen want dat is bergaf. Vandaag rijden we vanuit Chefchaouen naar Fes. Het is niet al te druk om de stad uit te rijden. Bij het plaatselijke benzinestation gaan we tanken en laten we het waterreservoir bijvullen want we kunnen amper door de voorruit kijken. Het lijkt wel of er een soort cementsluier over ligt. Een schattig klein mannetje met bottekes, die een beetje lijkt op Danny de Vito, maant ons aan in zijn carwash te rijden. Nauwgezet schrobt hij alle vuiligheid eraf en hebben wij weer een goed zicht. We geven hem een kleine fooi.


Daar waar Marokko vroeger het land van de oude Mercedessen was, is er nu veel veranderd. Er rijden best veel dure luxewagens rond. Wij hebben de pech dat we het eerste kwartier achter een brommer hangen die amper 30 km rijdt. We maken ons er niet druk om want al snel rijden we door een prachtige natuur. Hier zien we heel veel landbouw. Net als bij ons een lappendeken van verschillende kleuren groen, alleen is het hier niet vlak maar bergachtig. We zien oude mannen met verweerde gezichten, die kalm op hun sjokkende ezels rijden, met beide benen aan één kant van hun lastdier.  Af en toe zijn het vrouwen die van het land komen. Vrouw zijn in dit land is geen lachertje, zij werken hard terwijl we de mannen vooral op hun gat zien zitten. 


























Om de zoveel kilometer staat er wel politie. Meestal mogen we doorrijden maar plots moeten we toch stoppen en onze papieren tonen. In België ben ik nog nooit tegengehouden. Ze zijn wel vriendelijk en zien gelijk dat wij geen drugssmokkelaars zijn. We mogen dus doorrijden. We passeren veel kleine dorpjes waar vooral aan productie van olijfolie wordt gedaan. De ene persfabriek na de andere.  Wanneer we door Selfat rijden, worden de olijfbomen ingeruild voor sinaasappels. Aan de weg het ene stalletje na het andere. Heel pittoresk, alleen mag je niet verder kijken want over het landschap verspreid, zien we ook best veel afval. Vuilbakken zijn aan Marokkanen niet besteed. Wat  ze kunnen gebruiken, nemen ze mee maar de rest gooien ze weg. Sorteren kennen ze hier niet.


Na een rit van 2 uur stoppen we in Volubilis, een indrukwekkende, goed bewaarde Romeinse stad. Het is een UNESCO-werelderfgoed locatie. We dwalen langs eeuwenoude zuilen en imposante triomfbogen. In de restanten van de Romeinse villa’s ontdekken we hier en daar prachtige, gedetailleerde mozaïeken, die taferelen uit de mythologie en het dagelijks leven weergeven. In deze immense stad werd graan en olijfolie gewonnen, waardoor het uitgroeide tot een erg rijke stad. Ook werden hier wilde dieren als leeuwen, beren en luipaarden gekocht voor de gevechten met gladiatoren in diverse arena's. Wanneer we door de stille ruïnes van Volubilis lopen, voelen we hoe geschiedenis tastbaar wordt. Deze plek, verborgen tussen de glooiende heuvels van het noorden van Marokko, vertelt het verhaal van een levendige stad die eeuwen geleden tot bloei kwam.


























Indrukwekkend is de basiliek. Deze voormalige rechtszaal en ontmoetingsplek voor handelaren ligt midden in het stadscentrum. De zuilen en open structuur geven een goed beeld van de grandeur van het Romeinse openbare leven van toen. Veel zuilen staan nog overeind.


























De zon staat hoog boven de stad en de stenen voelen warm aan wanneer we even een rustmomentje inlassen. Ondanks dat er wel wat volk rondloopt, voelt het niet druk aan omdat het zo immens groot is. De stilte wordt alleen doorbroken door vogels en het zachte ritselen van de wind. 


























We trekken verder naar het verborgen pareltje Moulay Idriss. Wanneer we er binnenrijden, hebben we niet echt het gevoel dat het een parel is, maar eerder chaotisch. We twijfelen of we wel zouden uitstappen. Op dat ogenblik roept een Marokkaanse man ons iets toe. Dee Dee draait het raampje open en hij vraagt of we de stad willen bezoeken. Eerlijk, we weten het niet zo goed, maar hij overtuigt ons op de een of andere manier toch om de auto te parkeren. Mohammed is zijn naam. Ik zeg hem dat we niet veel cash geld meer hebben, wat niet gelogen is, en dat we geen zin hebben in een kwade Marokkaan die niet genoeg betaald krijgt voor zijn diensten. Hij tovert een glimlach op zijn gezicht en zegt dat hij ons met plezier rondleid. Allé dan …


























Onmiddellijk is duidelijk dat deze stad heel authentiek is. Het heeft zijn karakter door de eeuwen heen goed weten te behouden. Het is een fascinerend doolhof van kleine smalle straatjes, die spectaculair op een paar heuvels zijn geplakt. De meeste goederen worden daarom nog met ezels vervoerd, de berber taxi volgens Mohammed. Af en toe horen we deze schattige dieren luid balken. We zijn eigenlijk heel blij dat we hem gevolgd zijn want hij weet ons heel veel te vertellen over de stad en dat in vloeiend Frans. 


























Zo leren we dat we aan de deuren van de huizen heel wat kunnen opmaken over de bewoners. Aan de hand van het aantal vlakken tussen de spijkers, kunnen we zien hoeveel kamers het huis telt. Veel van die deuren hebben de hand van fatma als klopper. Draagt de hand een ring dan woont er een Joods gezin, draag de hand geen ring, woont er een islamitisch gezin. Meestal zijn er ook 2 deurklinken, eentje rechts boven voor de mannen en eentje linksonder voor de vrouwen. Zo weet de vrouw des huizes of er een man of een vrouw voor de deur staat en of ze dus haar sluier moet omdoen voor ze de deur opent. 


























De stad is opgedeeld in verschillende buurten die elk een eigen kleur hebben. We hebben vandaag zonder het op voorhand te weten, onze kledij afgestemd op het vele groen in de buurt waar Mohammed ons rondleidt. Boven sommige poorten staan 5 boogjes, die de 5 zuilen van de islam vertegenwoordigen, de fundamentele leefregels zeg maar: Shagada(geloofsgetuigenis), Salat (gebed), Zakary (aalmoezen), Sawm (vasten tijdens de ramadan) en Hadj (bedevaart naar Mekka). Deze boogjes zijn steeds gericht naar Mekka zodat vreemdelingen de weg weten. 


























Onderweg nemen we ook een kijkje bij een dorpsoven waar inwoners hun tajine kunnen brengen. De oven fungeert ook als warmtebron voor de hamman die erboven is gevestigd. Sommige vrouwen zetten hier hun tajine af, gaan dan lekker ontspannen in de hamman en als ze helemaal geschrobd en ontspannen zijn, pikken ze hun tajine gewoon op en kunnen ze ‘s avonds lekker eten. We passeren de wel heel speciale minaret. Deze specifieke minaret is bekend om zijn groene mozaïeken en is een zeldzaam voorbeeld van een ronde minaret in een regio waar vierkante minaretten gangbaarder zijn. Wanneer arme vrouwen die geen geld hebben om Mekka te bezoeken, rond de minaret lopen, staat dit gelijk met een bezoek aan de heilige stad.  


























De stad is een belangrijke bedevaartsplaats voor moslims. Het is de thuisbasis van de Moulay Idriss Zerhoun, een berg die heilig is voor de Marokkaanse bevolking, omdat men gelooft dat het de begraafplaats is van de islamitische profeet Moulay Idriss II. Het graf van Moulay Idriss herken je aan de groene dakpannen en minaret, gelegen tussen twee heuvels die ook wel de ‘kamelenbulten’ worden genoemd. Na heel wat trappen komen we boven uit aan een prachtig uitzichtpunt, van waar we dit zeer goed kunnen zien.


























We dalen terug af in de richting van het grote hoofdplein waar er tal van restaurantjes zijn. We hebben nog niet gegeten en het is al drie uur voorbij, dus we hebben honger. Omdat we niet echt houden van die typische toeristische restaurantjes vragen we Mohammed om ons ergens naartoe te brengen waar enkel Marokkanen eten. Dat doet hij met plezier! Vooraan staat er een man brochettes te bakken op een bbq, de specialiteit van het stadje. Dat willen we wel proeven. Achteraan is er een soort gaanderij waar inderdaad allemaal locals zitten. Wanneer het eten op tafel komt, ruikt dit zo lekker dat we het water al in de mond krijgen. Het wordt simpel geserveerd met wat tomaat en ui en gegeten met heerlijk brood. Na de lunch nemen we afscheid van Mohammed en geven hem toch een fooi van 100 diram. Hij wordt zoals gezegd niet boos en is tevreden met wat hij krijgt. 


Na een rustige rit van nog eens een uurtje, wordt het verkeer drukker en komen we aan in Fes, de oudste en meest fascinerende koningsstad van Marokko.  We snappen nu waarom iedereen in het midden van de weg rijdt. Op die manier kan je makkelijker uitwijken als die van links of rechts weer eens een vreemd manoeuvre doet. Je moet hier zo goed uit je doppen kijken want verkeerslichten staan er voor de versiering, iedereen steekt te pas en te onpas de weg over. 


Rond 17u30 komen we aan bij het bureau van Europcar en brengen we onze huurauto ongehavend terug binnen. Van daar nemen we een petit taxi naar de medina maar begaan de stommiteit om niet vooraf te vragen hoeveel het kost. Bij europcar hadden ze gezegd niet meer dan 20 diram te betalen maar uiteraard vraagt de man 50. We hebben geen zin in discussie en betalen hem. Uiteindelijk is het maar 5 euro. Binnen no time staat er al een ventje met een kar klaar om onze bagage naar de riad te brengen maar we bedanken hem vriendelijk. Een ezel stoot zich geen 2 keer aan dezelfde steen. Dee Dee heeft op Google maps gekeken en het is maar 100 meter dus dat kunnen we zelf wel vinden.


We logeren in de sfeervolle riad Dar Al Madina Al Kadima, vlak bij de medina. Wanneer we er toekomen staan we voor een  majestueuze deur met een klopper die we zachtjes op het gedetailleerde houtsnijwerk laten vallen. Niemand lijkt ons te horen dus nemen we onze telefoon. De man komt open doen en verontschuldigt zich. Van buitenaf ziet de Riad er erg eenvoudig uit, maar eens we door de inkomhal naar de patio wandelen, worden we overspoeld door een overdaad aan pracht en praal. Onder een gigantische lichtkoepel staan enkele mooie smeedijzeren tafeltjes en stoeltjes op een mozaïeken vloer te pronken terwijl er uit een fonteintje zachtjes water naar beneden valt. Terwijl we ons neervlijen op één van de houten bankjes met dikke kussens, voorziet de eigenaar ons van muntthee uit een mooi versierde theekan, alleen is de thee  niet echt zoet. Onze kamer is prachtig ingericht en we hebben beiden een kingsize bed. We kruipen vroeg onder de wol en gaan morgen pas echt op ontdekking.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten