zondag 29 maart 2026

Chefchaouen- dag 2

We hebben de wekker op 7 uur gezet deze ochtend want we wilden extra vroeg opstaan. Eigenlijk ben ik blij dat het tijd is om op te staan. Ik heb het zo koud gehad vannacht en ook het bed is niet echt ideaal voor mijn rug. Bij het eerste zonlicht zijn we al buiten en hebben we deze blauwe wereld even voor onszelf. De rust voor de drukte, de eerste warme zonnestralen na een koele nacht, geen mensen op straat. Heerlijk! Een sprookje dat duizend-en-één-nacht mag duren. We know, heel cliché, maar het is echt wel zalig om gewoon wat rond te dwalen in de smalle straatjes en leuke pleintjes, zonder al die toeristen.




























Nu vinden we de medina echt fotogeniek, in al haar eenvoud zonder al die kraampjes met toeristische rommel. Toch zijn er al mannen op zoek naar een gemakkelijke prooi om een centje bij te verdienen, zo ook Bilal. Hij spreekt ons aan en vraagt of we de watervallen al gezien hebben. Hm nee dus! ‘Ok follow me then, I will show you’, zegt hij vastberaden. We twijfelen even maar ah ja laten we eens zot doen. Hij spreekt zowel Frans als Engels en is best vriendelijk. De internationale media scheppen een te algemeen beeld over islamitische landen en hun cultuur en eigenlijk is dat alleen bangmakerij. Ik durf zelf zeggen dat de Marokkaanse mensen tot de aardigste en meest behulpzame mensen behoren die ik tijdens mijn vele reizen al heb ontmoet! Onderweg laat hij ons leuke plekjes zien en af en toe doet hij een heuse fotoshoot, alleen is er aan hem geen goede fotograaf verloren gegaan. Werkelijk geen enkele foto, zo blijkt later, is gelukt. Maar hij heeft er plezier in en we laten hem maar wat begaan. Bij de waterval positioneert hij ons aan een soort tunnel maar het stink er verschrikkelijk dus hier vinden we het niet zo leuk.


























Op de heuvel, net buiten de binnenstad, ligt de Jamaa Bouzafar, ook wel de Spaanse moskee genoemd. Bilal vraagt of we graag naar boven wandelen om de zon over de bergen te zien opgaan. Waarom ook niet, we zijn hier nu toch en bovendien is het nog zalig rustig. Het startpunt van de klim is bij Ras El Maa aan de rand van de medina bij de watervallen. We starten aan de klim en na ongeveer 20 minuutjes wandelen, staan we helemaal boven. We zien een blauwe zee van daken maar op foto zegt het niet veel. Misschien komen we straks nog wel eens terug wanneer de zon op de stad staat.


Terug beneden leidt Bilal ons langs de watervallen en de rivier terug naar de medina. Daar wil hij ons nog graag een mooi pleintje laten zien. Het Plaza el Hauta is inderdaad prachtig en we denken dat dit onze favoriete plek van de stad zal worden. Straks komen we hier een theetje drinken met zicht op de fontein. Het is bijna half 10 dus moeten we een beetje opschieten.


























Wanneer het te druk wordt in de straten van Chefchaouen, is de magie van de ochtend voorbij en krijgen we zin in een ontbijtje. Bilal brengt ons terug tot aan de riad en verwacht natuurlijk een flinke fooi. We geven hem initieel 100 dirham maar daarmee is hij niet tevreden. ‘Other tourists give me 300’, zegt hij. Allé dan, we zullen ons goed hart laten zien en je 50 meer geven. Uiteindelijk knikt hij tevreden. Uiteraard zijn we bij de laatste gasten die aanschuiven aan het ontbijt. Onze tafel wordt beschamend volgeladen met heel veel lekkers. Verse jus d’orange, warm vers brood, pannenkoeken met duizend gaatjes, een soort van oliebollen, msemen, croissants, rozijnenkoeken, omeletje, yoghurt, fruitsla en mierzoete Marokkaanse muntthee. Omdat laten liggen zonde is, proberen we alles op te eten maar dat lukt jammer genoeg niet. 


Na het ontbijt maken we ons klaar voor de dag en wandelen naar het midden van de medina, naar het Plaza Uta el-Hammam. Hier is het op geen enkel moment van de dag saai of stil. Spaanse en Arabische invloeden hebben zich wijd verspreid op dit plein. Op de hoek ligt ook de grote moskee met een hoge minaret die vijf keer per dag tot gebed oproept. Als niet-moslim mogen we er natuurlijk niet naar binnen. Jammer, maar helaas. De zandkleurige muren van de Kasbah torenen hoog boven de stad uit. Toegang tot deze kleine omwalde omgeving kost ons 80 dirham per persoon. Van zodra we binnengaan, vervaagt het lawaai van de stad en komen we in een oase van rust.  In het gebouw zelf is er een gevangenis, een museum en een prachtige binnentuin. Vanop de hoogste verdieping van de toren hebben we een mooi uitzicht over de stad. 


























We hebben er dorst van gekregen en besluiten aan de watervallen een vers geperst sinaasappelsap te drinken. De appelsienen zijn hier super zoet en worden à la minute geperst. De man schilt ze eerst en steekt ze daarna in een handpers. Dat alles gaat super snel en voor we het beseffen, duwt hij het glas al in onze handen. 10 dirham (1 euro) kost ons dat. Met extra vitamientjes beginnen we opnieuw aan de stevige klim naar de Spaanse Moskee. Twee keer op een dag dat doet wat met onze knietjes! 


























Helemaal boven zetten we ons op een muurtje met zicht op de blauwe stad, blij dat we toch nog eens naar boven zijn gewandeld, want nu staat de zon mooi op de huisjes en lijkt het blauw nog blauwer. Het is hier zalig en we begrijpen niet waarom al die Marokkanen hier met een dikke winterjas zitten bij 21 graden. Er is er zelfs eentje bij die handschoenen aanheeft! 


Twee jonge meisjes komen naar ons met een plateautje vol heerlijke koekjes. Ze verkopen ze aan 1 dirham (0,10 cent) per koekje. Op onze vraag of ze die zelf gebakken hebben, antwoorden ze ontkennend. Hun mama is de kokkin van dienst. We kunnen beamen dat ze overheerlijk zijn, niet te zoet, zacht vanbuiten en binnenin een lekkere dadelpasta. Het is een mooie beloning voor onze tweede klim van de dag. We roepen ze zelfs nog eens terug voor twee extra koekjes. Weer iemand gelukkig gemaakt vandaag! Achter de Spaanse moskee is er een klein cafeetje dus drinken we hierboven ook nog een munttheetje. Aan suikergebrek zullen we hier niet lijden! Twee moslima’s lachen ons vriendelijk toe en ik krijg even de slappe lach want een van de dames heeft maar 1 tand in haar mond en de andere heeft er meerdere maar die staan schots en scheef. Het doet ons luidop denken dat tandartsen hier in Chefchaouen schaars zijn.


























Terug beneden passeren we naast het Fouara riviertje een super schattig, eeuwenoud bakkerijtje. Hier, in de Rif As-Sabanin oven worden nog dagelijks de meest lekkere, verse koekjes gebakken. Het bakkerijtje staat niet in de reisgids, maar is heel populair bij de plaatselijke bevolking. Het oventje dateert al van 1540. Wat denken jullie, zouden we er een koekje gekocht hebben?

Daarna gaan we er nog eentje drinken op het kleine pleintje El Hauta. Hier is het zalig zitten in het zonnetje. We snuiven de dorpssfeer op en laten onze vermoeide benen even rusten. Enkele jongeren hebben net een kameleon gevangen en zijn het beestje wat aan het jennen. Dat doet wel een beetje pijn aan ons dierenhart, maar we durven er niet goed tussenkomen. Een jongetje van een jaar of 5 krijgt het beestje op zijn hoofd en is er niet echt gerust in. Uiteindelijk wordt het beestje in een doos gestopt en druipen ze af.


























We wandelen terug naar de riad om ons klaar te maken voor het diner. Op de kamer is het nog steeds verschrikkelijk koud. Dat komt omdat er geen zonlicht binnen kan. Goed in de zomer maar voor nu toch niet zo leuk. Plots zie ik de airco hangen en ik denk …. als die kan koelen, kan die verwarmen ook. We zetten het op 21 graden en hopen dat het bij terugkeer lekker warm zal zijn binnen. Op weg naar het restaurant komt er plots een hevige wind opzetten en we hebben al zo’n kou. Gelukkig ligt het restaurant niet te ver weg. We hebben gereserveerd bij Bab Tarik, een echte aanrader als je huisgemaakt, Marokkaans eten wil proberen.  We zetten ons boven op de mezzanine en kijken zo recht de keuken in. We vragen of ze ons alvast een theetje kunnen maken om op te warmen.  Tegen dat het op tafel komt, zijn we al lang opgewarmd. Alles wordt hier vers bereid en dat proef je. We gaan voor de kefta tanjine en de tanjia met kip. In tegenstelling tot een tajine die op het vuur wordt bereid, wordt de tanjia in een aardewerken pot urenlang gegaard in de smeulende as van een houtoven. Beiden zijn om duimen en vingers af te likken. De volledige maaltijd kost ons 110 dirham (11 euro). Wanneer we terug naar de riad lopen, is de storm in alle hevigheid losgebarsten. We zijn dan ook blij wanneer we in onze ondertussen opgewarmde kamer toekomen. Vandaag hebben we 18891 stappen gezet. 



Geen opmerkingen:

Een reactie posten