Dee Dee heeft opnieuw slecht geslapen. Blijkbaar zijn er enkele toeristen toegekomen gisterenavond laat en waren die redelijk luidruchtig. Sommige mensen houden geen rekening met de nachtrust van anderen. Ik heb er zoals gewoonlijk niets van gehoord - lang leve de oordopjes! Toch heb ik deze nacht ook niet geweldig geslapen … ah ja alle bomen zijn al doorgezaagd hier. Morgen beter! Deze ochtend nemen we wat extra tijd want we moeten onze haren wassen. De olie die gisteren gebruikt werd tijdens de massage ruikt weliswaar heerlijk maar met een vettig kopje de deur uitgaan, zien we toch niet echt zitten. Rond 9 uur gaan we ontbijten. Vandaag zijn we niet meer de enige gasten en daar is de keukendame niet op voorzien. De kleine ontbijtruimte zit vol en ze bedient tafel per tafel … m.a.w. ons ontbijt wordt pas na half 10 geserveerd.
Na twee relaxte dagen in Asilah vertrekken we met een beetje spijt in ons hart naar de volgende locatie. We moeten ongeveer 200 km rijden door de bergen naar het beroemde blauwe stadje Chefchaouen, wat denk ik het hoogtepunt van de reis gaat worden dus we kijken er ook wel een beetje naar uit. Als je aan bergen in Marokko denkt, gaan je gedachten waarschijnlijk meteen naar het indrukwekkende Atlasgebergte. Toch is het Rifgebergte minstens zo verrassend. Het Rifgebergte is een natuurwonder van vijfhonderd kilometer lang, dat door het noorden van Afrika slingert. Veel touroperators mijden dit gebied omdat 70% van de marihuana productie uit het Rifgebergte komt. Er zijn ongeveer 1 miljoen drugshandelaren in Marokko maar dit is armoedig gebied, waar de werkloosheid schommelt tussen de 50 en 70 procent. De wegmarkering staat hier in drie talen: het Engels, het Arabisch en het Berbers. Vooral dat laatste vinden we erg grappig om te zien, het lijkt een beetje op OXO.
Na een uurtje rijden via de autosnelweg waar we tol moeten betalen, rijden we via een kronkelende weg omhoog richting de bergen. Op de weg zijn er heel wat politiecontroles en ook wij worden gestopt. De politieagent steek zijn hoofd even binnen maar bij het zien van 2 lieftallige dames, mogen we verder rijden. We moeten goed opletten want zelfs op de autosnelweg steken mensen gewoon over of maken een wandelingske op de pechstrook. Bij ons is dit onmogelijk, hier kan alles! De rit is helemaal niet saai want er is onderweg zo veel te zien. In slaap vallen is echt onmogelijk, want mijn aandacht wordt naar de onbeschrijfelijke uitzichten gezogen.
Langs de route passeren we veel kleine dorpjes. Daar staan mensen hun producten te verkopen die ze zelf verbouwen: fruit, pindanoten en olijven. De geur van olijfolie dringt de auto binnen. Er zijn hier dan ook veel olijfbomen en kleine fabriekjes waar de olijven geperst worden. Sommige bewoners lopen kilometers vanuit hun dorp om hun producten bij de hoofdweg te verkopen. Hier zijn ezels het voornaamste vervoermiddel. We zien ze constant, bereden door Marokkanen met capuchons. Overbeladen vrachtwagens proberen de berg op te rijden in de 1e versnelling dus af en toe moeten we geduld uitoefenen. Hier en daar zien we nog de gevolgen van de zware regenval van de voorbije maanden. Hele stukken weg zijn weggespoeld.
Ten slotte, na een bocht, ontvouwt zich voor onze ogen een stad met voornamelijk blauwe muren, al hadden we het veel blauwer verwacht. Chefchaouen ligt tussen twee bergen: Ech en Chaoua en is tegen de helling aangeplakt. Er is best wat file want ook al is Chefchaouen een echte parel, verborgen is hij geenszins. De medina is volledig autovrij daarom moeten we de auto parkeren maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het is een drukte van jewelste en het duurt even voor we een plekje gevonden hebben. Omdat we niet weten waar onze riad Dar Meziana juist gelegen is, gaan we eerst op zoek zonder koffers. Via een steile, blauwe trap bereiken we de ingang van onze knusse accommodatie. We worden in het Frans ontvangen door een gezette man die ons gelijk een tasje muntthee aanbiedt met lekkere gebakjes. Daarna gaat hij met ons mee om de koffers op te halen. Onderweg trommelt hij nog iemand anders op en zo geraken onze koffers boven. De kamer is piepklein maar wel kleurrijk en is gelegen op de benedenverdieping aan de patio. Dat belooft voor vannacht!
We trekken de medina in en deze is veel groter dan we hadden verwacht. Bovendien is het hier mega toeristisch en worden we om de haverklap lastig gevallen door verkopers. Het verkennen van een stad die tegen een berghelling is gebouwd, is een behoorlijke inspanning. Chefchaouen ligt op ruim 500 meter boven zeeniveau, er zijn tientallen op- en afstapjes en heel veel trappen! Dat voelen we dus al snel in onze kuiten. In de smalle steegjes zitten overal kleine winkeltjes verborgen. Naast de goedkope souvenirs vind je er ook leukere winkels met mooie sieraden, kruiden of lekkernijen zoals nougat en geroosterde noten.
De prijzen liggen in Chefchaouen wat lager dan in andere steden van Marokko maar onderhandelen is nog steeds altijd hard nodig. Zo leren we dat we ons in Asilah al flink hebben laten vangen. Ons zogenaamde ‘handgeweven’ tafelkleed hangt hier in bijna elk winkeltje en voor de helft van de door ons, reeds afgedongen, betaalde prijs. Weer een lesje geleerd!
Alles in de medina is blauw. Van turquoise trappen en azuurblauwe tegels tot hemelsblauwe muren en kobaltblauwe deuren. Ja hier kan je wel spreken van 50 tinten blauw, alsof iemand een gigantische emmer blauwe verf over de stad heeft gegooid. Waarom is alles hier blauw? Diende het ooit als decor voor een Smurfendorp? Is er een blauwe verffabriek in de buurt ontploft? Of is er een logischere verklaring? Er doen veel verhalen de ronde, maar de meest aannemelijke is dat Joodse vluchtelingen in de jaren 30 de kleur meenamen. Blauw is in het Joodse geloof de kleur van God, omdat de hemel ook blauw is. De kleur blauw zou ook de muggen op een afstand houden, een theorie die je ook over de Indiase blauwe stad Jodhpur hoort. Wat de reden ook is, het zal in ieder geval een hoop fotogenieke momenten opleveren, maar nu nog niet. Hopelijk morgenvroeg wanneer de straten verlaten zijn.
We hebben sinds deze ochtend nog niet gegeten en we hebben een klein hongertje. In ƩƩn van de straatjes zien we een uithangbord dat er boven een dakterras is waar ze pastilla hebben. Eenmaal boven kijken we uit over de stad. Het is net 5 uur en de oproep voor het gebed begint. Uit de luidsprekers van maar liefst 4 moskeeƫn weerklinkt het ondertussen gekende monotone geluid. Wij beginnen er wel van te houden en genieten al nippend van onze muntthee en de overheerlijke pastilla.
Nu we onze buikjes al een beetje gevuld hebben, struinen we verder op het gemak door de nauwe keienstraatjes, waar we achter elke hoek iets nieuws ontdekken: een kleurrijke deur, een kat op een trapje of een winkeltje vol lokale lekkernijen. Op sommige plekjes aan de zijkant van de medina is de sfeer gemoedelijk en zijn de mensen vriendelijk, maar hoe dichter bij het Plaza Uta el-Hammam plein, midden in de medina, hoe onvriendelijker en opdringeriger de mensen worden.
We gaan dineren bij Morisco aan het Plaza Uta el- Hammam plein met zicht op de zandkleurige muren van de Kasbah die hoog boven de stad uittorenen. De beef tajine en de Marokkaanse salade smaken heerlijk en we hebben alweer gegeten voor amper 10 euro.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten