woensdag 4 oktober 2017

Candidasa

Onze eerste nacht op Balinese bodem was redelijk. Ingrid en ik zijn compatibel, alleen onze lichaamstemperatuur verschilt een beetje. Ik heb het altijd te warm, Ingrid te koud dus het is een beetje schipperen met de airco. Zoals beloofd gisterenavond, heb ik de airco enkel opgezet wanneer ik het niet meer kon uithouden. Grappig te zien dat zij bij 27 graden nog in lange mouwen onder de dons ligt, terwijl ik met een niemendalletje boven op de lakens lig. Het is al 9 uur voorbij wanneer we wakker worden maar vandaag kunnen we genieten van een vrije dag. Heerlijk toch - niets moet, alles kan! We lopen onze neus achterna richting ontbijtruimte waar we een tafeltje krijgen met zicht op zee. Het strand dat hier ooit was, is inmiddels voor een groot deel door de zee verzwolgen. We kunnen kiezen uit twee menu’s en gaan voor de meest uitgebreide keuze want we hebben tijd. Fruitsap, fruit, koffiekoekje, cake en een eitje naar keuze met toast. Voetjes onder tafel en genieten van een ‘breakfast with a view’! Want nu het licht is, zien we maar eerst hoe  mooi de omgeving hier is. 


Na ons rijkelijk ontbijt gaan we wat relaxen aan het prachtige zwembad dat omringd is door palmbomen. Het is hier redelijk rustig want er zijn niet veel hotelgasten. De pool boy komt ons al lachend tegemoet om de handdoek op ons bedje te leggen en ons een fris watertje te brengen. ‘The Asian way of life’- geen denken aan dat we hier iets zelf mogen doen, we worden bediend en hoe! Ingrid is in haar nopjes want ze hoeft niet teen voor teen in het water te steken, ze kan er zo inspringen. Het water is heerlijk van temperatuur. De zon schijnt hevig maar er is gelukkig voor mij, een windje. Van uit mijn ooghoek zie ik een bos bloemen drijven in het zwembad. Zou onze lieve pool boy zelfs het zwembad versieren met bloemen? Dan krijgen we de slappe lach, het blijkt een zwarte schone te zijn met een bloemenhoed. Ja sommige mensen willen zelfs in het zwembad luxueus voor de dag komen. 



Om 1 uur gaan we wat sightseeing doen en krijgen we alweer een privé chauffeur, van het hotel deze keer. Hij brengt ons naar de stad Candidasa, nou ja ‘stad’ is een groot woord. Het is eigenlijk een lange, drukke straat met winkeltjes aan weerszijde. Hij belooft ons om hier tegen 15u15 en 17u15 terug te zijn. We mogen kiezen wanneer we terug naar hier komen. Er is veel bedrijvigheid in de straten. Vrouwen en meisjes vullen eenvoudige van bananenbladeren gevlochten schaaltjes met bloesems en rijstkorrels, vruchten en wierookstokjes. Vijfmaal per dag moeten offers worden gebracht aan de huisgoden in hun schrijnen, maar ook aan geesten en demonen. De offergaven zijn een symbool van het Balinese volkshindoeïsme, een religie die veel bijdraagt aan de karakteristieken van het eiland.  De mensen zijn overwegend hindoe en dat betekent dat ze geloven in karma en reïncarnatie. Het gevolg is dat ze allemaal zo goed mogelijk proberen te leven en dat merk je aan alles. Ze zijn vriendelijk, behulpzaam en eerlijk. De bewoners hier zijn net zo nieuwsgierig naar ons, als wij naar hen. Met de weinige woorden Engels die men hier kent, is het leuk om een gesprek aan te knopen.


We passeren de lelie vijvers van Candidasa. Een heel mooie plaats om te vertoeven met oogverblindende natuur. De lotusbloem is van grote betekenis in het hindoeïsme en het boeddhisme, men beschouwt het als een heilige bloem. Surya heeft ons beloofd om hier morgenvroeg nog eens te stoppen want het is ‘s morgens dat de lelie haar bloem helemaal opent. Als ze bloeit is ze prachtig, met in het midden de halve kegelvormige vrucht. Als de bloem is uitgebloeid, vallen de zaden eruit en blijft een soort bijennest over.



Tempels, tempels, tempels en nog eens tempels, waar je ook kijkt. Niemand kan precies vertellen hoeveel sacrale bouwwerken er op het kleine eiland staan. Elk Balinees landhuis heeft een tempel, elk dorp heeft er minstens drie. Tempels horen bij Bali als goden en demonen. Vaak hoor je zeggen “als je één tempel gezien hebt, heb je ze allemaal gezien”, een uitspraak waar ik het hoegenaamd niet mee eens ben!  Balinese tempels onderscheiden zich van elkaar wat betreft betekenis en bestemming, maar komen wel op veel punten overeen als het gaat om constructie en inrichting. Een tempel (pura) bestaat uit 3 binnenplaatsen die via uitbundig versierde poorten met elkaar verbonden zijn. In het midden van de stad net over de lelievijvers bevindt zich de hoofdtempel van Candidasa. Aan de ingang zit er een vrouw met een bloesje dat z’n beste tijd heeft gehad. Ze staat erop dat we een sarong rond ons middel draaien terwijl we beiden een lang kleed dragen. Ze wil een centje bijverdienen want uiteraard heeft zij net de perfecte sarong voor ons. Zowel Ingrid als ik laten ons niet verleiden, we hebben zelf onze sarong bij. Alsnog assisteert ze ons met het rondbinden van onze eigen sjaal, t’is geen gezicht maar we laten ze maar begaan. Ik wil ook een sjaal over mijn schouders slaan maar dat is niet nodig. Vreemd, dat moeten we morgen toch eens aan Surya vragen. We klimmen helemaal naar de top en hebben van daaruit een prachtig zicht  over de vijvers en de zee. 



Het westelijke deel van Bali is armer dan de rest van het eiland en dat is te merken: we worden hier direct op een opdringerige wijze geconfronteerd met allerlei verkopers van lokaal ambachtelijk spul. En mensen proberen hier op allerlei wijzen geld aan je te ontfutselen door je te helpen met van alles en nog wat. Welkom in Azië.


We hebben best al wat gestapt, wanneer we besluiten om één van de vele spa’s binnen te stappen. Het is niet voor niets vakantie! Ingrid gaat voor een pedicure en ik wil graag een voet/been massage. Eerst worden onze voetjes gewassen in water met bloemenaroma en daarna beginnen de twee dames ons te verwennen. Zalig weggezakt in een comfortabele zetel met een rustig muziekje op de achtergrond spelen de dames voor 4 euro een uurtje met onze voeten.  


Ondertussen is het 4 uur voorbij en besluiten we iets te gaan eten in een gezellig restaurantje. Hier betalen we slechts een derde van de prijs die we in ons hotel betalen en het is even lekker. Onze persoonlijke chauffeur van Alila Manggis zou ons opnieuw komen ophalen daar waar hij ons heeft afgezet. Zet echter twee taterende vrouwen in een auto en gegarandeerd dat ze niet meer weten hoe de chauffeur er nu weer uitzag, laat staan de auto. Heel vervelend wanneer er regelmatig auto’s stoppen om te vragen of we een auto nodig hebben. Elke keer kijken we elkaar aan met vragende ogen ‘zou dit hem zijn?’ We gaan een beetje op ons gevoel af en sturen ze allemaal door. Een paar minuten later dan voorzien, draait er opnieuw een auto de parkeerstrook op en dan zien we de naam van het hotel gedrukt op de zijkant. Toch twijfelen we wanneer we instappen want de man in kwestie is zeker niet de man waarmee wij oorspronkelijk naar hier gereden zijn, maar hij stelt ons gerust. We maken nog een wandeling naar de tempel van ons hotel en besluiten dan een laatste duik te nemen in het prachtige zwembad om ons even te verfrissen. Mmmm verfrissen kan ik het niet noemen, de temperatuur van het water is zeker 38 graden. Ingrid vindt dit uiteraard zalig, tot ze er weer uit komt. ‘Amai da’s koud’, roept ze - mochten jullie zich de vraag stellen, de buitentemperatuur is zeker nog voorbij de 30 graden! Ikzelf wil heel elegant het zwembad instappen maar ga onmiddellijk onderuit en volledig kopje onder. Massageolie aan je voeten is levensgevaarlijk! 


Onze eerste vrije dag zit erop en morgen beginnen we aan onze echte rondreis met Surya. We kijken er beiden naar uit! 


dinsdag 3 oktober 2017

Doha - Denpasar - Candidasa

Ik ken eigenlijk niemand die zegt helemaal fris en fruitig uit een vliegtuig te stappen. Echt ontspannen is het natuurlijk niet, om urenlang 'opgevouwen' op een kleine en oncomfortabele vliegtuigstoel te moeten zitten maar al bij al is de vlucht goed verlopen. Wat kleine turbulentie onderweg maar niets om wakker van te liggen. We landen om 18u00 op Denpasar Airport in het Zuiden van Bali. Thuis is het nu 12u00 (6 uur vroeger). Zodra we het vliegtuig uitstappen, zien we al de prachtige hindoeïstische entree en ruiken we in de verte de zee. Maar wat een drukte! Er komen een aantal vliegtuigen tegelijk aan en al die mensen moeten door de douane. Een visum hebben we niet nodig maar we krijgen wel een stempel in ons paspoort. Buiten staat het ook vol mensen, die ons toeroepen maar we worden opgehaald door onze privé gids, Surya die ons de hele reis zal vergezellen. Hij is zo een beetje onze persoonlijke butler die dag en nacht voor ons beschikbaar zal zijn. Hij valt zeer goed mee - hij draagt de plaatselijke kledij, heeft een hemelsbrede glimlach, is goedgezind en, niet onbelangrijk, hij spreekt zeer goed Engels. We hadden op voorhand best wel schrik dat we de ganse dag naar dat vermoeiend Indisch klinkende Engels zouden moeten luisteren. Oké het accentje heeft er wat van weg maar het is goed verstaanbaar. We voelen ons onmiddellijk veilig bij deze knuffelbeer. Eerst nog even geld uit de muur halen.  Nadien is het net of we zijn miljonair want de hoeveelheid briefjes die we in ruil voor onze 50 euro krijgen, is immens! 


Wanneer we buiten komen is het al donker. Daar Bali vlak bij de evenaar ligt, duren de dagen en de nachten even lang, 12 uren licht en 12 uren donker. Surya gaat de auto halen en terwijl wij wachten op een klein autootje, stopt er naast ons een luxe auto met getinte ruiten en prachtige, zwarte leren zetels. Het duurt even voor we beseffen dat dat ons vervoer is voor de komende weken. Onze gids laadt met zijn forse armen onze zware reistassen in de koffer en verliest daarbij nooit zijn stralende glimlach. Hoe mooi zou de wereld zijn als alle mensen zo behulpzaam en vriendelijk zouden zijn. We leren alvast de magische woorden ‘suksma’, wat dank u wel betekent in het Balinees.


Van zodra we in de auto zitten, zien we dat ook hier, net zoals in andere Aziatische steden, de verkeerschaos enorm is. Brommers met soms wel 4 mensen erop, scheuren als gekken over de weg en als onze auto even stil staat voor een verkeerslicht, staan ze als een zwerm muggen om ons heen. Het verkeer op Bali rijdt links en het is zeker niet aan te raden om hier zelf te rijden. Het is lekker fris in de auto en dat is maar goed ook want we moeten nog 2 uur rijden naar ons hotel. De thermometer op het dashboard geeft 31°C aan, dus de gedachte aan een frisse douche straks biedt meteen mooie perspectieven. We zijn beide ontzettend moe.


We rijden naar het ongerepte Candidasa, dat in het Indonesisch 'tien tempels' betekent. Dit toeristenplaatsje in het oosten van Bali is eigenlijk een vissersdorpje, waar in de loop der tijd steeds meer voor toeristen werd gebouwd. Jammer genoeg zien we helemaal niets want verlichting is hier nergens te bespeuren, zeker niet wanneer we de hoofdstad Denpasar verlaten. Surya vertelt alvast wat over ons programma. Uiteraard zijn wij maar naar 1 ding nieuwsgierig. Hoe zit het met de vulkaan? Er verschijnt een lachje rond zijn mond en hij stelt ons meteen gerust. De activiteit is een beetje verminderd maar sowieso gaan we er geen last van hebben volgens hem. 


We verblijven twee nachten in het Alila Manggis, gelegen aan de zee met zicht op de majestueuze vulkaan waar we zo’n angst voor hebben, namelijk de Mount Agung, de meest heilige berg van Bali. Wanneer onze gids de auto uitlaadt staan we letterlijk te popelen om ons hotel te verkennen. Een onmiskenbaar gevoel van opwinding maakt zich van ons meester. Wanneer je een vlucht van ruim zeventien uur achter de rug hebt, is het lekker als je direct in een omgeving komt waar je heerlijk relaxed aan je vakantie kunt beginnen. Exact dat gevoel hebben we wanneer we aankomen in ons prachtige hotel. Onze koffers worden naar de kamer gebracht terwijl wij in de adembenemende lobby een welkomstdrankje krijgen (sprite met kaneel en sap van een lokale vrucht - super verfrissend). We komen hier onmiddellijk tot rust. Surya geeft ons de sleutel van kamer 117 met een knipoog. ‘Not 007’, zegt hij er al lachend bij. Allé een man met humor! De kamers zijn met donker hout en marmer ingericht. Het oogt strak maar voelt warm aan. Zalig om alvast zachtjes te acclimatiseren en te wennen aan de Bali lifestyle.  We hebben best wel wat honger dus wandelen we door de prachtig verlichte tropische tuin naar het restaurant in openlucht. Aan tafel horen we het geluid van de golven. We kiezen een typisch Balinees gerecht met kip, veel citroengras en look. Heerlijk! Na ons diner wassen we het plakkerige zweet van ons af en kruipen we onder de wol. Morgen gaan we op verkenning en hopen we een eerste blik te kunnen werpen op Mount Agung. 


maandag 2 oktober 2017

Brussel - Doha

Januari en februari zijn over het algemeen dé maanden waarin iemand zijn vakantie boekt en dat deden ook wij. Maar toen leek alles nog zo veraf!  Vandaag is het dan eindelijk zo ver en vertrekken we naar het 'Godeneiland' Bali, ook wel het eiland van de duizend tempels genoemd. Dat vertrek is wel met heel gemengde gevoelens want terwijl aan de andere kant van de planeet de orkanen zich volop ontwikkelen in de Atlantische Oceaan moeten we op Bali rekening houden met ander natuurgeweld. De autoriteiten op Bali houden er rekening mee dat een uitbarsting van de vulkaan Mount Agung nakend is. De meer dan 3.000 meter hoge Mount Agung laat zich al dagen opmerken door een verhoogde activiteit. Bij de laatste eruptie van de vulkaan in 1963 kwamen ruim 1500 mensen om het leven. Dat betekent dat het nu al ruim 50 jaar relatief stil is met geen actieve uitbarstingen. Daarom hebben mensen hun landbouw ook verder uitgebreid op de flanken van de vulkaan. Meer dan 150.000 bewoners van dorpen in de buurt hebben al hun huizen verlaten. De autoriteiten roepen toeristen en omwonenden op zeker 12 kilometer uit de buurt van de krater te blijven. Indonesië ligt bovendien op de zogeheten Ring van Vuur, zoals de brede strook rondom de Stille Oceaan wel wordt genoemd. In dat gebied komen diverse platen van de aardkorst bij elkaar. De kans op aardbevingen is dan ook reëel en dat baart ons toch best wel wat zorgen maar what will be, will be! 


We zijn allemaal wereldburgers geworden en met het vliegtuig doorkruisen we alle continenten maar het internet houdt ons verbonden met de mensen die we liefhebben en aan de andere kant van de wereld zitten. Met deze blog kunnen jullie een beetje meegenieten van onze tocht die hopelijk niet buiten onze wil om té avontuurlijk wordt! 


Het eiland staat bekend om haar uitbundige, kleurrijke hindoe-cultuur met optochten en offergaven.  De eerste verre reis die ik maakte was naar Indonesië, inmiddels zo’n 20 jaar geleden. Toen heeft Bali mijn hart gestolen en besloot ik er ooit terug te keren. Ik ben me er wel van bewust dat er op die 20 jaar heel veel veranderd zal zijn want in tussentijd vonden vele toeristen hun weg naar dit paradijs. Sinds miljoenen mensen lazen hoe schrijfster Elizabeth Gilbert hier zocht naar verlichting en ook de liefde vond, is Bali een bestemming voor vooral vrouwelijke reizigers op zoek naar zichzelf. Net als actrice Julia Roberts in Eat, Pray, Love, volgen ze yogalessen en bezoeken ze goeroes, fietsen ze tussen de smaragdgroene rijstvelden en eten ze organic food in het Bali Buddha Cafe. 




Ook wij gaan op zoek naar het ‘weg-van-de-dagelijkse-sleur’ gevoel. We gaan proberen te genieten en hopen ontspannen terug thuis te komen. In totaal zullen we 17 uur onderweg zijn (6u10 vlucht van Brussel naar Doha – 1u45 transit – 9u25 van Doha naar Denpasar). We kunnen niet zeggen dat we er echt naar uitkijken maar het hoort er nu eenmaal bij. We stijgen op om 17u30. Het vliegtuig is alvast zeer luxueus, met onze privé flatscreen, dekentjes en regelmatig wat versnaperingen kunnen we het hier best wel een tijdje uithouden. Het gratis entertainment programma zorgt voor wat frustratie. Ik wil de film ‘Everything everything’ bekijken maar het lukt me niet om de taal te wijzigen naar Engels.  Tot vijf maal toe probeer ik het terug opnieuw en dan ben ik het beu. De airhostess doet ook een poging maar ook zij slaagt er niet in. Italiaans gesproken met Arabische ondertitels mmmm daar moet ik voor passen. Dan maar een andere film. Ah ‘Everything, Everything’ staat er nog eens in maar dan met audio description. Zou ik dat eens proberen? Alles is beter dan Italiaans/Arabisch. Aanvankelijk krijg ik er wel een beetje de slappe lach van maar na een tijdje ben ik het gewend dat alles beschreven wordt. Na de film probeer ik nog wat te slapen en dat zorgt ervoor dat de tijd sneller voorbij gaat. In Doha, de hoofdstad van Quatar kunnen we eventjes de benen strekken om vervolgens door te vliegen naar onze eindbestemming Denpasar.




zaterdag 23 september 2017

Bad Münstereifel & Königswinter

Buurman Peter heeft een nieuwe auto en wil graag wat kilometertjes op de teller. Daarom trekken we vandaag naar Duitsland. Het plan is om een dagje Keulen te doen maar vermits hij zich niet op voorhand geïnformeerd heeft en hij geen milieuvignet heeft, besluiten we om naar Bad Münstereifel te rijden. Dit dorpje herinnert Peter zich nog vanuit zijn jeugd en hij wil het graag nog eens terugzien. Top idee zo blijkt! Eén van de dingen die hij zich nog herinnert, is dat het stadje omringd is door oude stadsmuren en inderdaad wanneer we aankomen, zien we de imposante muren uit de 13de en 14de eeuw al van ver. We parkeren net buiten de vrijwel intacte muren van dit middeleeuwse stadje en vlijen ons eenmaal binnen, eerst neer op een zonnig terrasje. We voelen ons gelijk in vakantiestemming. Daarna beginnen we aan een wandeling op de oude stadsmuur. De 1,6 km lange muur is op sommige plaatsen gerenoveerd en begaanbaar. Van bovenuit hebben we, ondanks de mist, een prachtig uitzicht op de 4 stadspoorten. 



Wanneer we terug afdalen komen we voorbij de ‘hangende’ fonteinen en de Stiftskirche. Deze kerk is heel imposant vanbuiten maar het interieur is wat mistroostig en donker. Vooraan bevindt zich een praalgraf van Gottfried von Bergheim. Het enige indrukwekkende in deze kerk is de marmeren doopvont uit 1619. Lang blijven we hier echter niet hangen want het zonnetje schijnt. Het stadje wordt doormidden gesneden door het riviertje de Erft. Dit riviertje was de reden voor heel wat wolwevers om er zich te vestigen. We besluiten een plaatsje te zoeken naast de kademuren om een kleinigheid te eten. Het Italiaanse restaurantje ‘Serena’ ligt in de zon dus is de keuze snel gemaakt. We nemen beide een pasta en genieten van deze prachtige, zonnige herfstdag. 



Boven de stad bevindt zich de Burcht, gebouwd in de 14e eeuw. Hier woonde Graf Godfried von Jülich. In 1689 werd de burcht door brand verwoest nadat de Fransen wegtrokken. Sinds de jaren tachtig is de burcht in privébezit en is er onder andere een restaurant in de burcht gevestigd. We klimmen even naar boven voor wederom een prachtig zicht op de stad. De zomer is zo goed als voorbij en de herfst doet z’n intrede, voor mij toch echt wel het mooiste seizoen. De zon is vaak nog van de partij en de bomen met hun felrode, oranje en gele bladeren zorgen voor een prachtig kleurenpalet. 


In Bad Münstereifel is ook een City Outlet gevestigd waarbij in het voetgangersgebied van de binnenstad 30 merkwinkels te ontdekken zijn. Wij laten het shoppen voor wat het is en kuieren door de pittoreske straatjes terwijl we de oude vakwerkhuizen bewonderen. Na een paar uurtjes hebben we het wel gezien. We stappen terug de auto in en rijden verder naar het stadje Königswinter. Onze gps wijst de weg en plots horen we zeggen ‘dan neemt u nu de veerpond’. Voor we het goed en wel beseffen, rijden we met de auto op de overzetboot. Voor slechts 4 euro worden we overgevaren. Dit onverwachts tochtje is een leuke bijkomstigheid van ons dagje Duitsland. 


In het stadje aangekomen, parkeren we de auto in een van de zijstraatjes van het historisch centrum en gaan we op verkenning. Ook hier staan er prachtige huizen waar we onmiddellijk verliefd op worden. Een oude dame rolt achterwaarts in haar rolstoel de straat omhoog, een hilarisch gezicht. Geen enkele automobilist toetert, ze wachten allemaal geduldig tot de dame boven is. Dat zou ze eens in Antwerpen moeten proberen! We hebben nu wel een zoete zonde verdiend en besluiten een ijsje te eten bij een van de vele ijssalons.  Daarna wandelen we in de richting van de machtige rivier de Rijn. Op de brede boulevard zijn vele terrasjes en heerst er een gezellige drukte.


Overal in de stad hebben we een prachtig zicht op het sprookjeskasteel Drachenburg. Een bezoek aan Königswinter is dus niet compleet zonder de klim naar dit kasteel. Bij aankomst aan de ticketbalie zien we dat de weg naar de top van het Zevengebergte, ook wel de Drachenfels genoemd, redelijk steil is maar er is goed nieuws, er rijdt ook een treintje naar boven. Omdat het al redelijk laat is en het kasteel om 6 uur sluit, besluiten we gemakshalve toch maar voor het plaatselijke vervoer te kiezen. Via de oudste nog in bedrijf zijnde tandradbaan van Duitsland, rijdt het groene treintje gestaag de heuvel op. Ergens in het midden stopt de trein en stappen we uit om dan te beseffen dat bijna iedereen blijft zitten. De treinchauffeur meldt ons dat er nog een stationnetje is. Dus wij snel terug de trein in en we tuffen opnieuw een beetje verder. Bovengekomen hebben we een prachtig zicht op het Zevengebergte, het Rheingebied en in de verte de stad Bonn. Het lijkt ons de ideale plek om te genieten en te ontspannen maar veel tijd hebben we niet meer. De klim naar de nog hoger gelegen ruïne laten we dus maar aan ons voorbij gaan. Volgens de legende zouden in dit vulkanische gebergte ooit draken gewoond hebben maar vandaag is het gewoon een adembenemend mooi natuurpark. 



Via het wandelpad dalen we terug af naar het midden station van de trein waar het prachtige sprookjeskasteel Schloss Drachenburg staat. Onderweg komen we een vervallen spookhuis tegen. Jammer dat ze dit niet mooi restaureren. Af en toe passeren we mensen die de klim toch wagen. Respect want het is behoorlijk steil.  Schloss Drachenburg zelf is indrukwekkend. De tuinen er omheen zijn prachtig aangelegd en ook binnen is het kasteel tot in de puntjes afgewerkt. Prachtige vertrekken, indrukwekkende meubels en mooie muurschilderingen. Het kasteel wordt in de volksmond ook wel "Neuschwanstein am Rhein" genoemd en inderdaad, met wat fantasie heeft het er wel wat van weg. We beklimmen ook de uitkijktoren van waaruit we een schitterend uitzicht hebben over het omliggende landschap en de Rijn. Ons hart klopt net iets sneller wanneer we boven komen want het is best een hele klim. Dat gaan we morgen voelen in de beentjes! Hier komen we helemaal tot rust. Het slot is niet groot, maar geeft een goede indruk van de levensstijl eind 19e eeuw. Een bezoek meer dan waard! 



Wanneer we terug beneden komen, is het bijna half 7 en tijd dus om stilaan af te zakken richting Antwerpen. Maar eerst willen we toch nog iets eten. Peter besluit het noodlot te tarten en toch naar Keulen te rijden want dat is op weg naar huis en daar bevindt zich een Indisch restaurantje waar ik graag eens wil gaan eten. We doorkruisen de stad dus hopelijk zijn we niet gefilmd door één van de vele camera’s die er hangen. We parkeren veiligheidshalve maar in een ondergrondse parkeergarage en wandelen naar het restaurantje Ginti. Bij aankomst is duidelijk dat dit restaurant ‘the place to be’ is want er staat een lange rij wachtenden voor ons. Er wordt ons gevraagd of we gereserveerd hebben en wanneer we ontkennen, wordt ons een plekje toegewezen aan het raam. Vreemd want het koppel voor ons en de andere wachtenden blijven op hun honger zitten.  Maar er is niemand die protesteert, ook wij niet. Uiteraard kies ik voor de chicken tikka massala en Peter gaat voor de butter chicken. De kip is heerlijk mals, een absoluut pluspunt maar de tikka massala die eigenlijk een beetje zoet behoort te zijn, is niet echt goed op smaak. Het is eerder een pikantere versie van het gerecht en voor mij niet echt romig genoeg. Peter is wel tevreden met zijn butter chicken. Er is gelukkig lekker naanbrood om de wat scherpere smaak te verzachten. Het restaurant trekt veel klanten want de rij bezoekers wordt alsmaar langer. Iedereen lijkt geduldig zijn beurt af te wachten alhoewel we het gevoel hebben dat er meer mensen binnen komen dan buiten gaan. Ondanks de drukte straalt het personeel rust uit en is de bediening vriendelijk en efficiënt.  Voldaan nemen we de auto terug naar Antwerpen. Deze geslaagde dag heeft één klein minpuntje. Op de radio horen we dat de vulkaan Mount Agung op Bali op uitbarsten staat. Daar ik volgende maandag moet vertrekken naar dit vakantie-eiland beloven het spannende dagen te worden.

zondag 6 augustus 2017

Zeilen op het Grevelingenmeer - dag 3

Door het raampje van mijn kajuit zie ik het zonnetje en voel ik de warmte op mijn gezicht. Snel het bed uit voor deze laatste dag op het water. Iedereen ligt al in bikini op dek en enkele kinderen gaan een ritje maken in hun rubberbootje. Diane doet een grote effort en steekt alvast de broodjes in de oven zodat we wat vroeger kunnen eten. Weer een traktatie deze morgen - gebakken appeltjes met bruine suiker - heerlijk toch hoe zij me altijd weer culinair weet te verrassen! We maken ons klaar om te vertrekken, de afwas is voor straks. Diane zegt dat Rudi eerst nog wat rondjes op de motor gaat draaien om het kompas te kalibreren. Allemaal goed voor mij. Ik zet me vooraan op dek met mijn snoetje in de zon en geniet. Na een tijdje maak ik me de bedenking dat al die eilandjes hier er exact hetzelfde uitzien. Tot ik dezelfde boot voor de derde maal aan de aanlegsteiger zie liggen. Pas dan herinner ik me de woorden van Diane dat Rudi rondjes ging draaien. Ze bedoelde dus rond hetzelfde eiland en ik had dat dus echt niet door. 


Rudi trekt de genua maar we gaan amper vooruit omdat er vandaag te weinig wind is. Dus wordt dit zeil terug opgerold en gaat de gennaker omhoog. Dit dunne zeil is meer geschikt voor dagen met weinig wind en zo gaan we toch iets sneller. 


De Solveig glijdt over het water en Rudi laat de elementen van de natuur hun werk doen. Zeilen vergt meer dan alleen vaardigheid. Het is iets dat je niet zomaar kan leren uit een boekje al zijn er wel mensen die gewoon een boot huren of zelfs kopen zonder echt te weten wat ze doen. Kan je je voorstellen dat ik zonder vaarbewijs eigenlijk zou mogen varen met deze boot? Dat is toch onverantwoord? Maar bij Rudi voel ik me absoluut veilig. Hij kent het water als geen ander. Hij kan in een oogopslag de wind inschatten. Uiteraard is zeilen teamwork maar aan mij hebben ze niet veel, dus alle lof voor mijn teamgenoten! Ik probeer gewoon niet in de weg te lopen. 



Wat is er zaliger dan je door de wind te laten meevoeren naar een nieuwe paradijselijke bestemming? Oké, paradijselijk is Zeeland niet maar pittoresk zeker wel!  Terwijl het zeil bol gaat staan en de Solveig tegen 5km/uur door het kabbelende water klieft, waan ik me toch even in de hemel op aarde.


Spontaan komen de woorden van Christopher Cross in me op:


Fantasy, it gets the best of me
When I'm sailing
All caught up in the reverie, every word is a symphony
Won't you believe me?

Sailing takes me away to where I've always heard it could be
Just a dream and the wind to carry me
And soon I will be free



De dagelijkse beslommeringen lijken heel ver weg. Wat 3 dagen op een zeilboot al niet met een mens kan doen. We worden ingehaald door twee andere zeilboten en dat zorgt voor een pruillip bij Rudi. Hij gaat prompt het zeil wat boller zetten. Grappig! Zet twee zeilers op het water en je hebt een race.  ‘Boys will be boys’. Af en toe wakkert de wind aan en doorbreekt het wapperende zeil de stilte. Vandaag zijn er best wel wat zeilers op het meer en ik blijf het geweldig vinden hoe de boten elkaar kunnen ontwijken. Die wind inschatten, dat moet toch aartsmoeilijk zijn maar Rudi schijnt er geen last van te hebben. Op een gegeven ogenblik komt er een boot rakelings voorbij de Solveig gevaren en uiteraard is het een Nederlander die met een grote grijns zegt: ‘wat een zaligheid toch hé?’ Je moet dus ten allen tijde alert zijn op het water. 



Ondertussen staat de zon hoog aan de hemel en leg ik me languit op het voordek om lekker wat te snoezen. Heerlijk! Langzaam maar zeker zetten we koers naar de haven van Bruinisse, waar we in  de late namiddag binnenvaren. Einde van een heerlijk weekend op het water! 


zaterdag 5 augustus 2017

Zeilen op het Grevelingenmeer - dag 2

We worden wakker in de regen en dat is echt niet fijn. De wind is volledig gaan liggen dus zeilen zit er vandaag ook niet in.  Een voor een vertrekken de aangemeerde boten en kiezen ze het ruime sop. Wij blijven rustig liggen en ontbijten tegen half 11. Mijn buikje grolt al flink want dat ben ik niet echt gewend.  Vandaag is het lazy saturday. We lezen wat, doen een middagdutje en gaan even buurten bij Martine en Rudi, een bevriend koppel van Rudi en Diane die vanmorgen naast ons zijn komen liggen met hun reuze zeiljacht van bijna 15 meter.Het zicht dat het gigantische Grevelingenmeer biedt, is adembenemend en zeker wanneer de zon opnieuw door de wolken breekt.




Rudi en Diane zien het niet zitten om hun plekje hier op te geven omdat er vandaag wel veel volk op het meer is. Wanneer we zouden gaan zeilen, zou onze plek dus wel eens heel snel ingenomen kunnen zijn. Ik vind het jammer maar ben gast en zij kunnen de situatie beter inschatten natuurlijk.  In de namiddag maken we dan maar een wandeling op het eiland en besluit ik mijn onderwatercamera even te testen. Met de voetjes in het water dus. Dat water is heerlijk warm en ik heb spijt dat ik mijn badpak niet bij heb. Veel meer dan kleine wormpjes zie ik niet maar om te testen is dit prima. We laten onze voetjes opdrogen in het frisse gras. Na de wandeling nodigen Martine en Rudi ons uit op hun zeilboot om te aperitieven. Het is zalig op het achterdek in het zonnetje.  Dit is echt vakantie! Tegen de late namiddag komen er meer en meer boten aanmeren maar de plaatsjes zijn beperkt. Een ander zeiljacht komt pal naast de Solveig aanliggen. Vreemd vind ik dat. Wanneer ze aan wal willen, moeten ze dus over ons dek lopen. Privacy is plots ver weg maar dat is blijkbaar heel gebruikelijk onder zeilers. Ondertussen komt een meeuw ons vergezellen. Gelukkig zijn ze hier niet zo opdringerig als aan de kust, waar ze het eten uit je handen pikken. Misschien hoopt ze wel op een hapje maar ze wacht geduldig af.




Martine en Rudi varen terug naar de haven maar wij blijven hier. Diane begint aan het avondeten en we sluiten deze dag af met mijn lievelingskostje, rijst met kip en currysaus. Wanneer we aan tafel gaan, worden de wolken donkerder en donkerder en de wind wakkert in enkele minuten zo erg aan dat de boot flink over en weer gaat. Ze hadden een onweer voorspeld maar het verrast mij toch hoe snel het hier gaat - een half uurtje geleden zaten we nog in het zonnetje. Hevige regen gutst over de boot maar wij zitten gelukkig droog. Na het eten schijnt de zon opnieuw de kajuit binnen. Bizar dat weer hier! 





vrijdag 4 augustus 2017

Zeilen op het Grevelingenmeer

Rudi en Diane hebben hun prachtige zeilboot Solveig opnieuw in de jachthaven van hun vertrouwde  Bruinisse aan het Grevelingenmeer gestald en dit weekend mag ik nog eens meevaren. Ze pikken me op voor een drie daagse tocht, al zou je dat niet zeggen als je de hoeveelheid proviand ziet dat we mee hebben. Het is wat bewolkt maar droog dus dat is al een meevaller.


Mijn vakantiegevoel begint van zodra we Nederland binnenrijden. Het vlakke, Hollandse landschap maakt langzaam plaats voor water, bruggen en dijken. In de verte steken masten van grote en kleine zeilschepen uit boven de horizon. Bijna op onze bestemming vraagt Rudi aan Diane om alvast te kijken hoe de wind staat de komende dagen - vol overtuiging zegt Diane: ‘vandaag 4 tot 8 morgen 5 tot 8 en zondag 6 tot 8’. Aan Rudi’s gezicht te zien is hij niet overtuigd. Plots volgt er een lachsalvo van Diane - ze beseft dat ze zich heeft vergist. Vandaag is het 4 aug morgen 5 aug en zondag 6 aug. Ze heeft haar brilletje niet op en leest gewoon de dagen af! Er wordt nog eens dubbel gecheckt en de waarden liggen toch een beetje anders maar een ding is zeker, de wind gaat toch nog redelijk hard waaien vandaag.


Bij aankomst in de jachthaven, ligt de Solveig ons al op te wachten aan het einde van een steiger vol met polyester boten. De elegante tweemaster van Rudi en Diane kan me iedere keer toch weer imponeren dankzij zijn gracieuze voorkomen. De zeilen, het onberispelijke houten dek, het nostalgische plaatje klopt helemaal. Het roept de sfeer van vroeger op maar met de luxe van vandaag. Elkaar ontlopen kan je hier niet maar vermits we goede vrienden zijn, hoeft dat ook niet. Het schept toch een speciale band net omdat je in zo’n kleine ruimte enkele dagen samenleeft. Het feit dat Rudi en Diane me af en toe meevragen, geeft me een fijn “vriendschapsgevoel”. Vriendschap is niet afhankelijk van de hoeveelheid tijd die je samen doorbrengt maar wel van de kwaliteit van dat samenzijn. Er zijn veel spreekwoorden die de “fun” van zeilen onderuithalen zoals: een boot is een gat in het water waar je geld in gooit - Het is een bron van rust en vermaak, maar ook van ergernissen en frustraties. Daar heb ik als “meevaarder’ natuurlijk geen last van. 




Rond de middag vertrekken we op de motor om het kleine haventje uit te varen. De grijze wolken zijn ondertussen veranderd in witte schapenwolkjes tegen een helder blauwe lucht en de zon zet haar beste beentje voor. Er is inderdaad wel heel veel wind, bij momenten 8 Beaufort en dat zorgt voor witte kopjes op de golven. Maar voor dit scenario willen we de komende dagen gerust tekenen. We kijken om ons heen: één grote leegte en een zee aan ruimte want er zijn bijna geen boten op het water. De meeste zijn bang van de hevige wind maar daar draait Rudi zijn hand niet voor om.


Zeeland, de naam zegt het al, bestaat voor ruim 40% uit water. Rivieren, kanalen, de Westerschelde, de Oosterschelde, het Grevelingenmeer en het Veerse Meer. Deze laatste twee meren zijn ontstaan door de beroemde Deltawerken die tussen 1961 en 1997 zijn gebouwd ter bescherming tegen de zee. Sinds de meren niet meer in verbinding staan met open zee zijn ze aantrekkelijk geworden als watersportplaats voor zeilers, vissers, surfers, kajakkers en duikers. 


We lunchen tijdens het varen gewoon aan boort met zicht op de weidse omgeving. Het is prachtig op het water en dat is toch één van de zaken waar je naar verlangt wanneer je gaat zeilen. De natuur zien, proeven en ruiken in al zijn facetten, één zijn met de wind en de golven. Op het water ben je helemaal weg van de wereld. Hier heb je gewoon geen tijdsbesef. Heerlijk vind ik dat!


We gaan voor anker liggen aan de steiger van een aangelegd eilandje en we zijn hier niet alleen. Het is druk op den Ossenhoek. Tijd om even aan wal te gaan en onze zeebenen wat los te schudden. Nino is in zijn element en loopt als een gek zijn balletje achterna. De wind blaast ongenadig om onze oren op dit godvergeten stukje natuur, maar die is wel heerlijk warm! Bijgevolg ben ik een beetje overdressed en heb het eigenlijk veel te warm in mijn sweater. Diane begint al te zweten enkel en alleen door naar mij te kijken. Terug aan boord verruil ik dus maar snel mijn sweater voor een luchtig T-shirt. Wie had dat vanmorgen gedacht! Een mens mag al eens chance hebben hé?




Meevaren met Rudi en Diane is elke keer weer op en top verwennerij. Wanneer we terugkomen van de wandeling staat er al een verkoelend drankje klaar met een heerlijk hapje.  We zetten ons nog even op het dek in het zonnetje om ervan te genieten. Daarna beginnen Diane en ik aan het avondeten. Ik pel de scampi’s (duurt exact 10 minuutjes) en Diane doet de rest waardoor de beestjes een half uurtje later liggen te pruttelen in een heerlijk sausje. Jullie horen het al, ik word verwend!