vrijdag 9 oktober 2026

Addo Elephant Park

‘Everything in Africa bites, but the Safari bug is the worst of all’


We worden wakker in een prachtige omgeving met een spectaculair uitzicht op zee. Zalig geslapen en het lijkt erop dat ik erdoor ben. Geen pijntjes meer! We wandelen voor het ontbijt nog even in de tuin en schuiven dan alweer de voetjes onder tafel, maar ik doe het toch nog rustig aan. Pannenkoekjes met banaan, heerlijk. Daarna koffers in de bus, wachten tot we voltallig zijn en dan vertrekken. 



















Al snel komt de bewolking opzetten, maar we rijden terug naar het binnenland en daar schijnt gelukkig alweer de zon. Onderweg is er weer veel mooist te zien. Prachtige natuur en in de stadjes spot ik zowaar wat graffiti. 


























Vandaag bezoeken we het Addo Elephant Park, een van de beste plekken in Afrika om deze zachtaardige reuzen van dichtbij te zien. Het Addo Elephant National Park is één van de mooiste wildparken van Zuid-Afrika en bestaat sinds 1931. Addo werd opgericht nadat jagers vrijwel alle olifanten in het gebied hadden afgeschoten. De overgebleven olifanten werden in een beschermd gebied geplaatst en inmiddels is de populatie gegroeid tot bijna 600 olifanten. Voor mij was dit vorig jaar hét hoogtepunt van onze Zuid-Afrika reis.  Toen zijn we heel vroeg in de ochtend al het park binnen gereden maar vandaag zullen we pas in de namiddag arriveren, want het is toch zo’n 5 uur rijden. 's Ochtends, wanneer het koeler is, zijn olifanten doorgaans actiever dan ’s middags. Net daarom stel ik me geen te hoge verwachtingen en ga ik ervan uit dat we niet veel olifanten zullen zien. Met deze instelling kan het alleen maar meevallen.

Voor de lunch stoppen we bij Nanaga Farm Stall en mijn hart maakt een spongetje. Dit is zo’n leuke plek! Net als vorige jaar genieten van de heerlijke bobotie pie en chicken pie. I know ... mijn ogen zijn weer groter dan mijn buikje, maar nu ik weer gezond ben ... al moet ik toegeven eentje had genoeg geweest. Wanneer we terug vertrekken, is het nog zo’n 15 minuutjes rijden naar de olifanten.


















Vandaag hebben we niet de luxe om met een jeep te rijden. Hugo rijdt zelf het park binnen met onze hobo bus. Het voordeel is wel dat we hoger zitten, waardoor we meer kunnen zien dan in een normale personenauto, maar de raampjes kunnen maar half open dus veel speling is er niet. Ik zit links in de bus. Veronique zegt: ‘Mochten er leeuwen opduiken, leg je dan maar languit op mij zodat we ze zeker niet missen’.  John maakt zich plots de bedenking dat hij ook gaat fotograferen! 😜 Het zien van de dieren in het park is grotendeels een kwestie van op het juiste moment op de juiste plek zijn. Het allereerste beestje dat we zien, laat lang op zich wachten, maar dit nieuwsgierig aagje is het wachten waard. Mangoesten zijn beroemd om hun bliksemsnelle reflexen en dus moeilijk op beeld vast te leggen. In tegenstelling tot veel andere dieren zijn mangoesten overdag op pad en slapen ze s’nachts.


















Na ongeveer een half uur rijden, voortbewegend op een slakkengangetje, zien we eindelijk terug beweging. De bomen hebben precies het juiste formaat om te verbergen wat erachter schuilgaat. Uiteindelijk, na enkele ogenblikken, verschijnt er een koedoe vlak voor de bus met prachtige hoorns, maar hij is ook gelijk weer weg. Even later spotten we het hartebeest.


















Onze uiterst scherpzinnige en vermakelijke gids Hugo maakt onze reis tot een succes. Je zou denken dat het op den duur gaat vervelen om dag in dag uit met reizigers op pad te gaan, maar ik weet vrij zeker dat hij net zo enthousiast is als wij telkens als we iets zien – misschien zelfs wel meer! We voelen ons ook volledig veilig bij hem. Hij is voorzichtig, maar durft ook verantwoorde risico's te nemen om ons een geweldige ervaring te bieden. Hugo’s enthousiasme werkt aanstekelijk en zijn passie is inspirerend. Hij is iemand met een oprecht hart voor de natuur. Hij beantwoordt graag vragen en beschikt over enorm veel kennis van het gebied waar we doorrijden. Hugo spot de zadeljakhals in het hoge gras. Wij zien eerst zijn spitse rechtopstaande oren verschijnen en dan volgt zijn slanke vosachtige snuit. Op zijn rug heeft hij een zwart ‘zadel’ dat goed afsteekt tegen de roodbruine flanken. Wat een prachtig dier! Een leuk weetje: het zijn ontzettend trouwe partners en bijna altijd monogaam.  


















Plots zien we een indrukwekkend groot beest aan de kant van de weg, onze eerste olifant! Er is geen enkel landzoogdier groter dan de Afrikaanse savanneolifant. Bij deze soort kunnen zowel mannetjes als vrouwtjes slagtanden hebben, en hun oren zijn driehoekig van vorm, vergelijkbaar met de vorm van het continent Afrika. Er wordt gezegd dat olifanten hun slurf omhoogsteken om hun omgeving te besnuffelen of dominantie te tonen, maar wij zouden erom durven wedden dat hij ons gewoon even wilde begroeten. Dit zijn de momenten die een safari onvergetelijk maken.


















Een stompachtige poot op het asfalt, gevolgd door een slurf en slagtanden. We stoppen en wachten af. Iedereen houdt zijn adem in. Ik herinner me nog wel hoe het voelde om voor de eerste keer echt oog in oog te staan met mijn eerste olifant. Dat was ontzettend imponerend want die dieren zijn echt enorm. Van een afstandje is een olifant al groot, maar wanneer hij naast de bus staat is het echt indrukwekkend. Ook nu hou ik toch even mijn adem in. Iedereen zit roerloos in de bus. Alleen onze ogen bewegen. Hij kijkt ons recht in de ogen. Hij weet dat we er zijn. De poten van een olifant zijn voorzien van zachte kussens die uitzetten bij contact met de grond, waardoor ze verrassend stil zijn voor zulke grote dieren.


















Misschien zijn de olifanten de reden dat we hierheen gekomen zijn, maar ze zijn zeker niet de enige reden waarom je hier ooit wilt terugkeren. In het Addo Elephant Park loopt, kruipt en wroet van alles en nog wat. Zo is er een overschot aan wrattenzwijnen. Vergeet wat je in ‘The Lion King’ hebt gezien: wrattenzwijnen zijn misschien schattig, maar heel gevaarlijk.  Ze beginnen niet zomaar uit het niets motiverende liedjes te zingen (jammer genoeg), maar ze zijn wel overal in het park te vinden. Wrattenzwijnen slapen 's nachts in holen, waar ze achteruit – met de staart eerst – naar binnen gaan. Elk roofdier dat het hol aanvalt, krijgt eerst een paar slagtanden in zijn gezicht voordat het ook maar enige kans van slagen maakt. En om dat overschot enigszins te bestrijden, zijn in het park leeuwen en hyena's uitgezet. Hugo wil proberen ons op een roofdier te trakteren, maar of dat gaat lukken, valt nog af te wachten.  Eerst laat één van de allerkleinste diertjes zich zien, namelijk het padlopertje. 


















We zien een kudde zebra’s in de verte. Veulens spelen vlak bij hun moeder, terwijl de enige hengst een oogje in het zeil houdt voor de kudde. Er zit ook nog een buffel verstopt achter de struiken, maar behalve zijn kroonjuwelen krijgen we niet veel te zien van het beest. Er passeren ook heel wat vogels voorbij het raam, zoals de hadada ibis, een roodkeelfrankolijn, een treurdrongo, die perfect het geluid van een stokstaartje kan nadoen en een zwartkopreiger.


















De zeldzame, niet-vliegende mestkevers van Addo zijn zalig om te bekijken. Ze vormen een bijzondere bezienswaardigheid hier in het park. Wanneer een troep olifanten gepasseerd is, zie je onmiddellijk een hoop mestkevers landen om –als huisvuilophalers – de mestballen weg te rollen. Die laatsten hebben kleine parasieten aan hen zitten die hen vertellen waar ze moeten landen om verse ‘kak te vinden. Ze zijn voortdurend in de weer met het rollen van de perfecte bollen van olifantenmest, en overal in het park staan ​​borden die bezoekers waarschuwen deze unieke dieren niet te schaden. Aanvankelijk dacht ik dat het bord een grapje was – maar dat was het niet. Mestkevers zijn een bedreigde diersoort die een cruciale rol speelt in het lokale ecosysteem. Veronique wou ze zeker zien, dus wanneer Hugo er eentje spot, gaat hij het halen voor haar. Waar ze niet op gerekend heeft, is dat dat beest ook af en toe naar het toilet moet.













Even later bevinden we ons naast alweer een groep olifanten die in volmaakte harmonie voortbewegen. Je zou lawaai verwachten, maar we horen enkel stilte, een stilte die je uitnodigt om beter te luisteren. Elke stap is wonderbaarlijk zacht, elke beweging vol gratie. Het zijn niet altijd de sterkste wezens  die de luidste entree maken. Joost vindt vooral het landschap mooi, maar de olifanten staan een beetje in de weg.


















Onze top spotter, Veronique lijkt wel een stokstaartje. Haar kopje gaat van links naar rechts en dan plots geeft ze een gil: zwarte neushoorn! Wat een arendsoog heeft die meid toch. De witte hadden we al gezien maar de zwarte stond nog op onze bucketlist. Hij staat eenzaam op de bergflank maar daalt langzaam af richting onze bus. Het is een van de agressiefste dieren in het park maar deze lijkt helemaal relaxed. We blijven lang genieten van dit imposante dier en rijden met lichte tegenzin richting de uitgang.  


















Terwijl de dag langzaam overgaat in een gouden gloed, zien we nog een prachtige struisvogel, de grootste en zwaarste vogel ter wereld maar oh zo elegant wanneer hij naar ons toe wandelt. Eén leuke afsluiter van alweer een prachtige dag tussen de beestjes.


















Rond 18u30 arriveren we in Port Elisabeth, de stad die ondanks haar naam ‘friendly city’ mij nog steeds niet weet te bekoren. We slapen er gelukkig maar een nachtje. We checken in bij het Marine Protea Hotel dat uitkijkt over het zonovergoten zand van Pollock Beach en een weids uitzicht biedt over Algoa Bay. Ook al hou ik niet zo erg van die grote onpersoonlijke hotels, het is best leuk om eens een nachtje in complete luxe te logeren. Onze kamer lijkt wel een balzaal met afzonderlijk salon en twee grote bedden. Het eten ‘s avonds is ook heerlijk. 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten