zondag 4 oktober 2026

Hluhluwe Umfolozi Game Reserve - St Lucia


‘From now on my heart will always beat to an African drum’


Wekker gaat om 5u45.  Goed geslapen alweer dus we gaan ondanks het vroege uur uitgerust naar het ontbijt. De helft van de groep gaat binnen zitten, maar het is mooi weer dus nemen wij plaats op het prachtige terras. Om kwart over 7 vertrekken we vanuit Mbabane naar de economische hoofdstad Manzini. We rijden alweer door een prachtig groen landschap, door kleine dorpjes waar de armoede nog goed zichtbaar is. Vandaag is het zondag en zien we veel vrouwen in het wit gekleed op weg naar de kerk en vrouwen in hun mooiste kledij die op stap gaan.  Zalig om het gewone leven hier gade te slaan. 


















We zien een spoorweg maar deze wordt enkel gebruikt voor vrachtvervoer. Wanneer we een fietser zien, is Hugo verbaast. Blijkbaar is dat hier zeldzamer dan het luipaard. Wanneer we aan het 3 landenpunt komen met Mozambique, Swaziland en Zoeloeland, zijn we niet ver meer van de grens. We verlaten vandaag alweer Swaziland. Bij de grensovergang gaat alles heel erg vlot. Stempeltje om eSwatini te verlaten, even stukje door niemandsland en dan een stempeltje om opnieuw Zuid-Afrika binnen te mogen.

Van zodra we de grens oversteken, zien we al klein wild de straat oversteken. Hier is er namelijk een heel groot wildpark waar de weg dwars doorheen loopt. We rijden verder naar Hluhluwe (spreek uit: Chluchluwai), een eigenaardig maar typisch Zuid-Afrikaans stadje dat vernoemd is naar de vele doornige klimplanten die ooit langs de Hluhluwe rivier werden gevonden. Liefhebbers van verse, sappige Zuid-Afrikaanse ananassen komen volop aan hun trekken, want de meeste ananassen van het land worden in deze regio geproduceerd.

Het stadje ligt ingeklemd tussen het Greater St Lucia Wetland Park en het Hluhluwe-Umfolozi Game Reserve.  We gaan dus opnieuw op safari. Het Hluhluwe-Imfolozi Park, is het juweel in de kroon van de KwaZulu Natal. Het werd in 1895 uitgeroepen tot wildreservaat en is daarmee het oudste in Afrika. Eerst waren het twee afzonderlijke reservaten, maar zij werden samengevoegd tot één enkel reservaat van 94 000 hectare, waar een vijfde van de populatie van zwarte en witte neushoorns ter wereld leeft. Hier begon in de jaren zestig de internationaal befaamde operatie ‘Operation Rhino’, waarbij met succes witte neushoorns werden gevangen en overgebracht naar toevluchtsoorden in Zuid-Afrika en daarbuiten. Vroeger was dit het jachtgebied van de koning (Shaka Zulu). Slechts een klein deel van het park is berijdbaar voor auto's. De rest is echt ongerepte natuur.


























We maken kennis met onze gids Fenil, een jonge gast die gepassioneerd is door het park. Een ervaren ranger heeft heel veel voordelen! Zijn getrainde oog spot binnen no-time wildlife van ver af. We zijn nog maar net het park ingereden en hij spot in de verte al neushoorns. Hij vraagt ons welke het zijn, witte of zwarte. Wij sommen alles op wat we weten over de neushoorn, maar zijn toch niet zeker want aan de kleur kan je het echt niet zien. De zwarte, meest bedreigde neushoorn, leeft altijd solitair en is veel agressiever dan de witte. Ze hebben een puntige, grijpbare lip om takken en bladeren te eten.  De witte neushoorn is groter, rustiger, leeft in groep en heeft een brede, platte lip om gras te eten. Vermits er zo’n vier bij elkaar staan, weten we na zijn uitleg zeker dat het de witte is. Wat een verschil met onze ranger van Kruger. Toch hebben we een beetje gemengde gevoelens en we denken allemaal hetzelfde: ‘A little less conversation, more action please’. We zijn al een half uur in het park en hebben 600 meter gereden.


Wanneer hij uiteindelijk doorrijdt, komen we oog in oog te staan met enkele grote exemplaren. We zitten in een open jeep en hebben daardoor perfect zicht. De hoorn van de neushoorn is uit bescherming afgezaagd. Het is zoals een nagel, dus hij groeit wel weer aan. Toch is het écht zielig en erg dat dit zo moet, maar beter zo dan dat deze prachtige beesten uitsterven. Elke 33 uur wordt er een neushoorn gestroopt in het Hluhluwe-Imfolozi park. Het park is bekend geworden om zijn strijd voor het behoud van de witte neushoorn. Momenteel heeft het park zoveel neushoorns dat het er uitvoert naar andere parken in (Zuid-)Afrika en de rest van de wereld.


























Het is geen dierentuin, dus je weet nooit waar de dieren zich bevinden. Dat maakt een game drive juist zo spannend! Dat is het bijzondere aan een safari: je bevindt je in HUN wereld. Je hebt geen controle over wat er gebeurt, waar het gebeurt of wanneer. Je zit er gewoon rustig bij, luistert naar de rangers en bent getuige van de natuur precies zoals die is. Er gaat vreugde door ons heen wanneer we plots verschillende wrattenzwijnen zien, grote en ook kleintjes. Het lijkt wel ‘Pumba kermis’. Heel grappig zijn de flinterdunne staartjes die constant heen en weer zwiepen. Ook zij hebben last van parasieten op hun kleine lijfje maar ze weten hoe dit op te lossen. We zien hen met hun kont wrijven over een steen. Grappig gezicht!


























Wat verder zien we een kudde buffels. Ze zijn onderdeel van de Big Five en we zijn dus blij dat we ook deze echt kunnen afvinken. Gisteren zagen we ze wel, maar van ver. Nu liggen ze vlak bij de jeep in de modder. De oudere dieren hebben hoorns die in het midden tegen elkaar groeien en een benige schildplaat vormen. Het blijkt dat de Afrikaanse buffel algemeen wordt beschouwd als het gevaarlijkste dier van de big 5. Dat komt niet alleen vanwege hun enorme fysieke kracht maar vooral door hun kuddegedrag. De dieren komen voor elkaar op, lokken dieren die hun bedreigen in een hinderlaag en vallen dan massaal aan. Zelfs leeuwen denken twee keer na. 


















Buffels hebben een bijzondere band met de ossenpikker,  een vogel die op hun rug komt zitten en daar lastige parasieten en teken oppeuzelt. Mij lijkt het verschrikkelijk vervelend voor die beesten want het kleine vogeltje springt van de rug, op de kop en gaat zelfs op hun voorhoofd zitten. 


















We hadden in de verte een olifant gezien maar waren niet gestopt. Fenil draait plots de jeep en rijdt terug naar die plek want de olifant is blijkbaar dichter naar de weg gelopen. Wanneer we toekomen, maakt mijn hart een sprongetje. Wat een mooi exemplaar! We bewonderen het immense beest in stille verwondering terwijl hij takken van een boom afbreekt. Hij wordt ter plekke uitgenodigd bij Mieke en John thuis om te komen snoeien. Mij lijkt dat ook wel wat, maar dat beest kan amper keren daar. 


























Dieper in het park zien we eindelijk mijn lievelingsantilope, de nyala. Voor mij een van de fascinerendste dieren van het Afrikaanse continent. Er is een groot onderscheid tussen de mannetjes en de vrouwtjes. Nyala’s worden geboren met een licht roestbruine kleur en strepen op hun vacht. Wanneer het een vrouwtje is blijft dat zo maar de mannetjes maken pas na een jaar een metamorfose door. Hun vacht wordt donkerbruin tot grijs en ze krijgen uiteraard hoorns. 


























Halverwege ons bezoek, rijdt Fenil helemaal naar boven voor een kleine stop in het Hilltop Resort. Van hier hebben we een prachtig zicht over de vallei. Gisteren werden er hier in de buurt leeuwen met hun welpen gespot en Fenil wil zo graag dat we ze zien. Het is echter zoeken naar een speld in een hooiberg. Na een toilet stop, rijden we terug naar beneden, ondertussen de horizon afschuimend op zoek naar de koning van de jungle. De heuvels en de weelderige vegetatie zijn totaal anders dan het Krugerpark. Het overweldigende landschap doet ons denken aan ‘Out of Africa’ met haar prachtige vergezichten.


























Op de bergflank zien we plots een neushoornmoeder en haar kalf die een teder moment delen – een ervaring die ons vervult van vreugde en verwondering. Tegelijkertijd is het moeilijk om niet bezorgd te zijn, wetende hoe kwetsbaar deze prachtige dieren zijn. Zullen toekomstige generaties de kans krijgen om zulke momenten mee te maken? Het is een krachtige herinnering aan waarom natuurbescherming zo essentieel is. In totaal zien we 11 neushoorns. Absoluut goede score! 


















Wanneer we het park verlaten, zien we op de valreep nog wat aapjes. Een baby hangt aan de buik van de moeder. Het is lente dus er is een echte babyboom in het park. En wat is er nu schattiger dan kleintjes die in het kielzog van hun moeder stilletjes de wereld ontdekken. 






































Rond 4 uur rijden  we door naar St. Lucia, een heerlijk klein idyllisch dorpje aan de oostkust van Zuid-Afrika. We hebben nog zo’n 85 km voor de boeg. Het is een groene oase met aan de ene kant de rivier en aan de andere kant de warme Indische oceaan. We krijgen wel de verwittiging dat we ’s avonds, wanneer het donker is, niet meer op straat mogen wandelen want hoewel nijlpaarden overdag verkoeling zoeken in het water, durven ze ’s avonds aan land komen en door het dorp wandelen op zoek naar eten. Wanneer we het dorp binnenrijden, zien we inderdaad overal waarschuwingsborden voor ‘Hippo’s at night’. Borden met ‘Pas op voor overstekende nijlpaarden’, ja hier is het de normaalste zaak van de wereld dat je voorrang verleent aan een nijlpaard. Volgens onze gids zijn dit de dodelijkste roofdieren van Zuid-Afrika met de sterkste kaken. Gevaarlijker dan een leeuw dus we zullen die verwittiging maar niet in de wind slaan.


We slapen de komende 2 nachten in de Lidiko Lodge. ‘Umuzi ngumuzi ngokuphanjukelwa’ is een Zoeloe-spreekwoord dat zich vertaalt naar ‘Een huis is een thuis als het bezocht wordt’, wat benadrukt dat een huis gedijt op gastvrijheid en warmte. Deze prachtig ingerichte lodge behoort toe aan de familie Kotze en opende haar deuren in 2004. De lodge is gelegen op een kustduin boven het Great St. Lucia-meer en biedt een prachtig uitzicht over het water Na het inchecken in alweer een prachtige kamer, maken we ons klaar om te gaan dineren. Hier in de b&b serveren ze geen avondeten dus heeft Hugo een tafeltje gereserveerd in een restaurant in het dorpje. We wandelen er samen naartoe. Vooraf krijgen we een soort Griekse mezze en als hoofdgerecht een visschotel om U tegen te zeggen. Alles is superlekker.













Terwijl we terug naar het hotel wandelen, kijken we wel goed rond of er geen nijlpaarden over straat lopen. In een tuin niet ver van ons verblijf liggen 2 nijlpaarden te slapen. Hugo schijnt er met de pillamp op maar ze bewegen niet. Ik heb toch wel een beetje medelijden met die beestjes. Ik zou het ook niet fijn vinden mocht er in mijn slaap een hevig licht in mijn ogen schijnen. 





Geen opmerkingen:

Een reactie posten