dinsdag 11 februari 2020

Marrakesh - de Médina

Na een goede nachtrust en alweer een lekker ontbijt, zijn we helemaal klaar om Ali Baba en de 40 rovers te trotseren. Tijd voor een wandeling door de oranjerode straten van de medina, de plek om de authentieke Arabische cultuur op te snuiven. 


Van zodra we onze riad verlaten, worden we onmiddellijk ondergedompeld in een bedwelmende Arabische sfeer. Het oosterse sprookjeslabyrint is een feest voor oor en oog. Het doet denken aan het decor van een Oosters sprookje waar geurende specerijen staan uitgestald, Perzische tapijten aan de wanden hangen en we veel leren slippers en tassen in alle kleuren van de regenboog zien. We ruiken de geur van saffraan, rozen en muskus maar jammer genoeg zijn er ook geurtjes die we zo snel mogelijk uit onze neus willen krijgen.


We worden er voortdurend aan herinnerd dat we ons in een overwegend islamitisch land bevinden, wanneer de oproep tot gebed vijf keer per dag de ether in gaat (vanaf 05:00 uur scherp!). Ongeacht onze eigen religieuze voorkeuren, houden we hier toch rekening mee. Niemand vraagt ​​ons om een ​​hoofddoek te dragen of deel te nemen aan islamitische rituelen want Marokko is behoorlijk gematigd maar we kleden ons toch deftig. Topjes, korte shorts en te onthullende kleding hebben we niet in onze koffer gestoken.


We wandelen gedecideerd naar het beroemde Djema El-Fna plein want dit gigantische stenen plein dat door de inwoners ook wel ‘la Place Folle’ (het gekke plein) genoemd wordt, is het kloppend hart van de oude stad. Het is een plein met een gruwelijk verleden, want tot de negentiende eeuw hing men er de misdadigers op. Het is hier dat elke ochtend rond 10 uur het Marokkaanse leven op gang komt. Marktkramers brengen hun eetwaar aan de man, waterverkopers gekleed in traditionele kledij verleiden dorstige toeristen, muziek van de vele straatmuzikanten vult het plein. We worden deel van de Marokkaanse drukte en duiken de soeks in. Soeks zijn kleine winkeltjes waar je echt alles kan kopen. Hoe dieper we in dit labyrint doordringen, hoe nauwer de overwelfde steegjes en hoe authentieker de producten worden. Of je nu Arabische lampen, theepotten, slippers, sjaals of een tajine als souvenir wil meenemen, de soeks zijn de ‘place to be’. Ons plan was om de wandelingen uit onze reisgids te doen om zo alle bezienswaardigheden tegen te komen. We leren al snel dat je in Marrakesh ab-so-luut geen bepaalde route moet trachten te volgen, om bij een bepaalde plek uit te komen. Dit werkt hier namelijk niet en het zorgt ervoor dat je belemmerd wordt in het verdwalen. En dat is wat je hier eigenlijk moet doen: verdwalen in de mooie straatjes. Het is een utopie te denken dat je in de medina zelf je dagindeling bepaalt, dat doet de medina voor jou.


We vinden het eigenlijk best leuk om ons volledig gedesoriënteerd te voelen en om te verdwijnen in het labyrint van traditionele winkeltjes. We genieten van de overdaad aan geuren en kleuren. We delen deze wervelende doolhof met ezels, fietsen, bromfietsen, stootkarren, massa’s mannen in djellaba’s en gesluierde vrouwen. 


Elke keer we een hoek omdraaien worden we opnieuw verrast. Het is echt een supermooie en inspirerende stad. De prachtige gebouwen, mozaïektegeltjes en zalmroze gekleurde muren, we komen ogen te kort. Sowieso heb ik al een voorliefde voor mozaïek en kleur dus het is niet heel gek dat ik me in Marrakesh volledig thuis voel!  De zon staat hoog aan de hemel en mede dankzij die zonnestralen die door het dak en de gekleurde doeken heenkomen, worden de straatjes mooi verlicht. In de medina is ongeveer elke straathoek een lust voor het oog.


Tijdens onze zoektocht naar de koranschool, komt er iemand ons vertellen dat de straat afgesloten is. Hij zal ons wel de juiste weg wijzen, zegt hij. We negeren hem en lopen gedecideerd verder. Bedanken en doorlopen is namelijk het beste wat je kan doen want het komt er bijna altijd op neer dat het je geld gaat kosten en dat het niets zal toevoegen aan je tijd in Marrakesh. We gaan dus lekker onze eigen weg maar hebben het gevoel rondjes te draaien, tot Sonja plots leest op haar stadsplan dat de school in restauratie is. Waarschijnlijk is het daarom dat we het niet vinden.


Al snel komen we bij Place Rahba Kedima, het Kruidenplein. Dit ligt in het hartje van de soeks en is de ideale plek om mensjes te kijken. Op dit oude plein werden vroeger slaven verhandeld. Nu zijn er vooral kruiden- en specerijenwinkeltjes waar je echt alles kan vinden. Tegen elke kwaal hebben ze hier een oplossing. Voor de koude winterdagen thuis verkopen ze midden op het plein zelfgebreide bontgekleurde mutsen. Geen kat die er met deze warme temperaturen aan denkt om er zich eentje aan te schaffen.


Even verderop arriveren we bij het fotografie museum. Met dit prachtige weer gaan we niet bewust musea opzoeken maar het fotografiemuseum wil ik toch graag even binnen. We betalen 50 dirham en dat is het meer dan waard. Het museum zelf is echt een pareltje. We treffen er foto’s van het oude Marokko aan, welke zijn verzameld door privéverzamelaars Patrick Menac’h en Hamid Mergani. Samen bezitten zij ruim 4.000 foto’s uit de periode 1870 tot 1950. Een deel van hun collectie wordt tentoongesteld in dit museum middels een vaste en wisselende collectie. Bovenop het dak is een heel gemoedelijk en schaduwrijk cafeetje met uitzicht over de medina van Marrakesh. We bestellen een muntthee en genieten van de eerste zonnestralen van de dag.


Na dit leuke rustmomentje, duiken we terug de hectische soeks in en komen we al snel bij de wolververs. Deze zijn te herkennen aan de strengen gekleurde wol die boven ons hoofd te drogen hangen. In sommige steegjes wordt er nog steeds geverfd. Zoals overal is het moeilijk om foto’s te maken. Mensen worden snel boos en dat is echt niet fijn. Ik laat het dus los en geniet gewoon van al wat ik zie, probeer alles op te slaan in mijn hoofd in plaats van op foto. 


In de smalle straatjes is het een drukte van jewelste en we trachten ons een weg te banen tussen de eindeloze stroom van roekeloze bromfietsers, ezelskarren en meedogenloze straatverkopers met hun kruiwagens. Soms voelt het echt een beetje benauwend aan. Je kunt er niet omheen, in Marrakesh wemelt het ook van de katten. In de medina struikelen we over de magere exemplaren met honger in de ogen maar ook dikke, goed verzorgde katten lopen voor onze voeten in de smalle straatjes. Kleine kittens liggen vaak tussen de kleding in de soeks te slapen. Stuk voor stuk vertederen ze ons maar we proberen ons te bedwingen om de beestjes uitgebreid te knuffelen want we gaan ervan uit dat de meeste luizen hebben.  Gelukkig worden, in tegenstelling tot sommige andere landen, de poezen in Marrakesh wel goed behandeld. Waarschijnlijk omdat de profeet Mohammed zelf ook heel erg van katten hield en ook omdat het de stad natuurlijk muizen- en rattenvrij houdt. 


Manu heeft ons aangeraden te lunchen bij L’Mida. Het is even zoeken maar plots zien we een bordje. Een steile trap brengt ons naar het mooie, zomerse dakterras met heel veel planten en een prachtige muurschildering. We worden hartelijk verwelkomd door een vriendelijke ober en krijgen een plekje toegewezen. Hij spreekt naast Frans ook vloeiend Engels en ziet er pico bello uit. De temperatuur bedraagt ondertussen 27 graden maar aan alles is gedacht, er zijn zelfs zonnehoedjes. Het eten is gewoonweg subliem en wanneer we merken dat ons Arabisch lievelingsdrankje ook op de kaart staat, kan onze dag al niet meer stuk. De citroen munt is even heerlijk als in Jordanië. 


Na de lunch wandelen we naar het zuidelijke deel van de medina. Het lijkt een gewone wijk maar hier zit de schoonheid in de details. De stoffige straten doen vaak niets vermoeden van de pracht en praal aan de andere kant van de muur. 


Kasbah is waarschijnlijk de tweede bekendste moskee in Marrakesh. Hij is een stuk kleiner en smaller dan zijn grote broer Koutoubia. Je kan deze moskee wel niet bezoeken, maar voor 70 dirham kunnen we wel een kijkje nemen bij de prachtige Saadi graftombes uit de late 16e eeuw. We wachten geduldig onze beurt af om in smalle nissen de twee schitterende gedecoreerde versierde mausolea te bewonderen. Niet langer dan een minuutje, want dan is het de beurt aan de volgende ongeduldige bezoeker. Ze zijn rijk versierd met marmer en mozaïek. Er zijn verschillende kamers en er is een grote hal die diende als gebedsruimte. De tombes bevinden zich zowel binnen als buiten en er liggen in totaal meer dan 4400 leden van de Saadi begraven in het mausoleum.  De tuin is een heerlijke oase met prachtige tegels en lijstwerk langs de muren. 


Na al dat slenteren zijn onze voetjes oververhit geraakt en besluiten we naar het hotel terug te keren om ons even op te frissen. Een half uurtje later wandelen we terug in de richting van het Djema El-Fna plein op zoek naar Bazaar Café. Uiteraard lopen we weer even compleet verloren maar, wie zoekt die vindt. We stijgen weer enkele verdiepingen naar het dakterras en krijgen een tafeltje met zicht op de Koutoubia moskee. Ook hier is het eten weer verrukkelijk. Een van mijn favoriete gerechten uit de Marokkaanse keuken is pastilla, een gerecht dat zoet en tegelijkertijd hartig is. Pastilla wordt gemaakt van een soort filodeeg en valt het best te vergelijken met een hartige taart. De vulling bestaat uit sappig kippenvlees, maar de bovenkant is bestreken met kaneel, poedersuiker en amandelen. Een bijzondere smaakcombinatie, maar wel érg lekker en hier is hij zoals hij moet zijn. Sonja is iets bescheidener en eet monkfish skewers met groentjes. 


Het was een vermoeiende dag en morgen moeten we weer vroeg uit de veren dus maken we het niet te laat. Rond acht uur wandelen we terug naar de riad. Het lijkt wel of alle vrouwen achter het fornuis staan want op dit uur van de dag, wanneer de zon verdwenen is, zijn het toch voornamelijk mannen die de straten bevolken.  We worden echter niet lastig gevallen en dat is toch een verademing. Ik had gedacht dat we echt belaagd zouden worden maar dat was dus vandaag alvast niet het geval. 



maandag 10 februari 2020

Ourika vallei

Ochtendstond heeft goud in de mond... Al heel vroeg worden we gewekt door het ochtendgebed. Ik hoor het in de verte, uit mijn ooghoek zie ik dat de klok 5 uur aangeeft dus draai ik me nog even om. Het lijkt niet veel later wanneer de wekker echt afgaat. We hebben deze om 7 uur gezet want Sonja zit graag lang in de badkamer op vakantie en ik vind alles best want dan kan ik nog wat soezen. Even is er lichte verwarring want de klok geeft aan dat het nog maar 6 uur is. Sonja is echter zeker dat er geen tijdsverschil is tussen België en Marokko. We zoeken het  even op. Toch gemakkelijk die wifi!  We hebben in ieder geval redelijk goed geslapen. Lamia had gezegd dat we vanaf half 9 konden ontbijten maar Mohammed de nachtwaker die we gisterenavond hebben ontmoet, zei dat we ook om 8 uur konden gaan als we dat wensten. Wanneer we de deur van onze kamer openen, is de patio en de ontbijtruimte nog helemaal donker ... Nog even op onze honger blijven zitten dus!


Het ontbijt is perfect! We worden vriendelijk verwelkomd door zowel Lamia als Mohammed. Vers fruitsap, muntthee, fruitsla met appel, kiwi, aardbei en banaan, Marokkaanse pannenkoekjes, vers gebakken brood met boter en confituur worden op tafel gezet. Ik had graag een eitje en ook dat is geen enkel probleem, met de glimlach wordt er een lekkere omelet gebakken. 


Het leuke aan Marrakesh is dat je de ene dag in het stof staat, de volgende dag berglucht opsnuift en dan weer de zee kan ruiken. Alvorens ons in de drukte van de medina te begeven, willen we ons eerst even acclimatiseren dus hebben we voor vandaag nog een rustig dagje in petto. Een uitstapje naar het nabijgelegen Atlasgebergte lijkt ons ideaal hiervoor. Om 9 uur worden we opgehaald door Khalid, onze gids en chauffeur voor vandaag, die ons naar de Ourika vallei zal brengen. Deze ligt aan de voet van het Atlasgebergte, op zo’n 1,5 uur rijden van Marrakesh. Hier liggen bergtoppen die reiken tot ruim 4000 meter hoogte. Ondanks de nabijheid van de stad, is deze groene vallei één van de best bewaarde in Marokko. Wijze Sonja klikt onmiddellijk de veiligheidsgordel vast want ‘ik ken die man nog niet, laat staan zijn rijstijl’, zegt ze. Al snel vernemen we dat dat een goed idee is. Khalid had gisteren een wild feestje en heeft best wel wat whiskey gedronken. Hij heeft slechts enkele uurtjes geslapen maar eerlijk is eerlijk, rijden kan hij wel. We voelen ons, ondanks het voortdurend geSMS achter het stuur toch redelijk veilig. 


Deze keer geen gekende muziek maar echte berber muziek. Wij vinden het de Max! Nog voor we de stad uit zijn, passeren we zwaar beladen fietsen bestuurd door oude mannetjes zonder veel tanden of evenwicht, bromfietsers beladen met allerlei materiaal en ezels die hele kruidenvoorraden voorttrekken. De mensen zijn stuk voor stuk gekleed in lange djellaba’s en sommigen hebben zelfs een dikke muts op hun hoofd ... ja het is nog winter in Marokko. Wij vinden de 24 graden echter een zalig temperatuurtje. 


We passeren de vruchtbare vlaktes van Haouz, met zijn boomgaarden van citrus en olijfbomen. We zien al snel de rivier van Ourika met op de achtergrond de besneeuwde toppen van de hoge atlas. We houden even halt aan een plaatselijke pottenbakkerij waar Khalid ons uitlegt dat iedere Marokkaan je hier in’t zak zal zetten ... ‘handmade is never handmade’! Ze zetten een mannetje aan de draaischijf, laten de pottenbakkersoven zien en leiden je dan richting winkeltje waar je prachtige beschilderde en geglazuurde exemplaren kan kopen, die zo van de fabriek komen. Ik laat me in ieder geval niet meer vangen. Ooit bracht ik zo een prachtig exemplaartje mee naar huis, er vast van overtuigd dat ik een koopje had gedaan. Later bleek diezelfde schaal in België slechts de helft te kosten. 

Na 34 km bereiken we het stadje Tnine Douar de l'Ourika. In dit stadje trekt de centrale markt elke maandag de bewoners van nabijgelegen dorpen. Zij kopen en verkopen dan hun kostbare gewassen, om in hun levensbehoeften te voorzien. Of ze komen gewoon voor een praatje en het laatste nieuws uit de regio.

De auto parkeren blijkt niet zo evident maar met een beetje hulp van de berbers, vinden we toch een plekje. Er hangt een zeer levendige en authentieke sfeer. Khalid neemt ons eerst mee naar de beenhouwers. Alles van het beest wordt gebruikt, zelfs de poten en de ingewanden. De geur gaan we jullie besparen. Gaia zou hier werk hebben! Eerst mogen we geen foto’s nemen maar Khalid is ook een berber en na wat gepalaver mag het plots wel. De markt is indrukwekkend, de mensen super vriendelijk. 


We stappen terug in de auto en verlaten de stad. De drukte vervaagt in rustige olijfboomplantages. Sonja heeft gelezen over de krachtige  eigenschappen van de arganolie en vraagt of we ergens kunnen stoppen. Ik moet dringend plassen na al die muntthee van deze morgen dus dat komt goed uit. De arganolie coöperatieve waar Khalid ons mee naartoe neemt, stelt gescheiden vrouwen en weduwes uit het dorp tewerk. We zien hen bezig en kunnen nadien in hun winkeltje de producten kopen. Ik weet wie er volgende week tien jaar jonger zal uitzien! Wat ik niet wist is dat arganolie ook in de keuken gebruikt wordt. We proeven de verschillende bereidingen: puur, een soort pasta (volgens Khalid de ‘Nutella Berber’) en twee soorten honing. Wat denken jullie dat ik gekocht heb? Achteraan de winkel is er nog een prachtige tuin volgens onze verkoopster, iedereen heeft recht op een opinie natuurlijk. Om haar te plezieren houden we dan maar even een korte fotoshoot. 


Het dorp van Setti Fatma is min of meer een verplichte stop bij een excursie naar de Ourika vallei. De wandelroute naar de zeven watervallen start vanaf hier. Khalid mag niet met ons mee want daar zijn speciale gidsen voor maar hij wil ons wel de weg wijzen, zegt hij, zodat we geen geld moeten uitgeven. Van zodra we uit de auto stappen, staan de gidsen er al maar wij zeggen, heel zelfverzekerd, dat we hier al vijf keer zijn geweest en de weg kennen. Hoe lang we precies onderweg zullen zijn, kan Khalid niet zeggen maar hij gaat een dutje doen dus we hebben geen haast. We wandelen over een houten brug, alvorens we de steile klim langs de oevers beginnen. We klimmen en klauteren over de rotsblokken, berggeiten zijn er niets tegen. De weg vinden, is niet zo moeilijk want deze leidt langs diverse winkeltjes waar ze allerlei handgemaakte spullen verkopen. Wanneer de winkeltjes stoppen, aanschouwen we een prachtig landschap. Af en toe passeren we een groep die aan de afdaling bezig is.


Bij de eerste waterval hebben we een adembenemend uitzicht op de vallei en de bergen van Yaghour. Het is ondertussen bijna 1 uur en we krijgen een hongertje. We besluiten niet hoger te klimmen en het bij deze waterval te houden. Bij het afdalen ga ik onderuit, boem patat met mijn kont op de harde ondergrond. Gelukkig hou ik er, buiten een stoffige jeans niets aan over.


Eenmaal terug beneden zoeken we een plekje in de zon naast het kabbelend beekje en eten we, hoe kan het ook anders, een tajine. Maar het is vooral het heerlijke brood waar ik niet kan afblijven. Er is wat verwarring omtrent de rekening want wij zijn ervan overtuigd dat onze lunch in de prijs van de uitstap zit maar dat blijkt niet het geval. Maar niet erg, ook hier op deze toeristische plek betalen we slechts 13€ per persoon. 


We halen Khalid uit een diepe slaap en trekken verder in de richting van de berberdorpjes. Al snel verdwijnt het groen en komen we in een eindeloos, bijna schaduwloos landschap van zandkoekkleurige golvende heuvels terecht. Hier is er geen WiFi en we vergeten even de wereld. Het is werkelijk een adembenemend landschap, bezaaid met rotsblokken, oases en eeuwige sneeuw die zich over de bergen heeft gedrapeerd. We zijn het er beide over eens, wat is het hier mooi en wat doet deze vakantie ons goed! De Berberdorpjes en valleien in het Hoge Atlasgebergte zijn echt uniek. Het leven van de lokale bevolking is daar in sommige opzichten nog haast middeleeuws met alle eenvoud zoals het bewerken van kleine terras akkertjes met een ploeg achter een muildier. Berbers waren de eerste inwoners van Marokko. Ze wonen vaak samen met een andere familie in een huis en delen samen een stuk grond. De meeste Berbers hebben een koe om in hun levensonderhoud te voorzien. Een auto hebben deze mensen niet. Zij doen alles met de ezel die ze hun ‘4 legs drive’ noemen. Hoe verder we de bergen intrekken, hoe kleurrijker het landschap terug wordt, het groen, rood en bruin steekt mooi af tegen de blauwe lucht dus we vragen Khalid om af en toe eens een fotostop in te lassen.


Na een lange dag genieten van de rust, keren we terug naar het hectische Marrakesh. Onderweg hebben we een klein oponthoud want een motorrijder werd aangereden. Wanneer we passeren, merken we op dat het er niet goed uitziet voor de arme man. Hij ligt op de grond in een grote plas bloed. We maken ons de bedenking dat hulp waarschijnlijk te laat zal komen. 


Aan de rand van de medina nemen we afscheid van Khalid, onze 28 jarige gids die ons vandaag super heeft begeleid. Bij aankomst in de Riad, maken we kennis met de eigenaar Manu die vandaag vanuit België is overgevlogen. Hij is vriendelijk maar afstandelijk, in tegenstelling tot de medewerkers die wel allemaal een warme persoonlijkheid hebben en ook veel oprechter overkomen. Nee, met Manu hebben we geen instant goed gevoel. De zon is nog steeds van de partij dus vleien we ons neer op het zonneterras boven in de riad om nog een lekkere muntthee te drinken en te genieten van de warmte. De vermoeidheid slaat toe en af en toe gaan de oogjes dicht, al zal de zoete geur van de waterpijp hier misschien ook voor iets tussen zitten. 


Om half acht trekken we naar het restaurant van onze riad waar we helemaal alleen in de watten worden gelegd door Mohammed. We drinken een cocktail maison, zonder alcohol uiteraard. Het zoete drankje gaat vlotjes naar binnen. De tajine die we hier eten is van een heel ander niveau als die van deze middag. Het vlees is zacht als boter en dat in combinatie met heerlijke kruiden en het lekkere Marokkaanse brood doet onze maagjes zingen van plezier. 


Het was een heerlijke dag en we kijken al uit naar morgen. Dan gaan we eindelijk verdwalen in de medina van Marrakesh.


zondag 9 februari 2020

Charleroi - Marrakesh

De Belgische winter zorgt opnieuw voor koud en guur weer maar daar gaan we de komende week hopelijk geen last van hebben. Vandaag ruilen we het rustige Vlaamse land in voor het chaotische Marrakesh, ook wel ‘de parel van Marokko’ genoemd. Ondertussen meer dan 16 jaar geleden was ik er voor het eerst. Geen enkele stad heeft sindsdien zo’n eerste verpletterende indruk op mij gemaakt. Het was liefde op het eerste gezicht en ik beloofde mezelf toen dat ik er ooit zou terugkomen. Ik kijk er dan ook enorm naar uit om de bruisende historische ‘rode stad’ aan de voet van het Atlasgebergte opnieuw te bezoeken. Ik weet dat het een smeltkroes is van Arabische, Afrikaanse en Berber-tradities en dat de stad alles heeft om de westerse toerist in vervoering te brengen: de Moors-Arabische architectuur, de prachtige paleizen, de wondermooie binnentuinen, de rode riads met hun blauwe deuren, de wirwar van smalle straatjes in de oude medina, de kleurrijke markten, de handelaars, muzikanten, slangenbezweerders en acrobaten. Bij de gedachte alleen al komen bij mij steevast romantische 1001-nacht beelden opborrelen.  Na het bekijken van het programma ‘met vier in bed’ waar O Riad werd voorgesteld, bleef deze prachtige riad door mijn hoofd spoken. Toen een vriendin van me ook nog eens laaiend enthousiast was over haar verblijf daar, waren we helemaal overtuigd. Een paar dagen later, was onze kamer geboekt!


Vroeg in de ochtend zet greta me af bij Sonja om van daaruit samen naar Charleroi te bollen. Eenmaal op de luchthaven wachten we geduldig tot we eindelijk het  winderige België kunnen verlaten. Een vertraging van een half uur maar toch landen we op Menara International Airport een half uur vroeger dan verwacht. Dat komt waarschijnlijk door de hevige storm die over Europa trekt  - we hebben wind mee! Tijdens de landing hebben we een schitterend uitzicht over de stad en de mooi besneeuwde bergtoppen van het Atlasgebergte op de achtergrond. Er staat een beperking op het aantal uren dat er gevlogen mag worden boven Marrakesh waardoor dus zo goed als alle toeristen op hetzelfde ogenblik landen. Soms veroorzaakt dit chaos en een meterslange wachtrij aan de douane maar dat is gelukkig vandaag niet het geval. Na amper twintig minuutjes wandelen we de indrukwekkende aankomsthal uit – Marrakesh here we come!



Eenmaal buiten gaan we op zoek naar onze chauffeur want die hebben we van tevoren reeds geboekt via onze accommodatie. We hadden namelijk geen zin om ons al onmiddellijk druk te maken over een lange taxi-onderhandeling. Hij is wat aan de late kant maar de zon schijnt, het is 25 graden en de lucht is hemelsblauw. Even wachten is dus geen straf. Uit de boxen schalt eighties muziek - het lijkt een beetje op radio nostalgie maar het is radio Atlantic. De chauffeur loodst ons moeiteloos door het extreem hectische verkeer. Gelukkig moeten we zelf niet rijden! Hier geldt duidelijk het ‘recht van de sterkste’. Voorrang wordt vaker genomen dan verleend, iedereen rijdt kris kras door elkaar en het lijkt wel of er geen rijbanen zijn. Wel valt het ons op dat er amper getoeterd wordt. We rijden langs de indrukwekkende stadsmuren naar één van de stadspoorten waar de auto aan de kant wordt gezet en we te voet verder moeten. O riad ligt namelijk midden in de medina. De smalle straatjes mogen dan wel autovrij zijn, maar geloof me, je moet er wel je hoofd bij houden. Scooters rijden ons rakelings voorbij. Meer dan eens moeten we opzij springen. 


We komen aan bij een onopvallend huis met een grote bruine deur die de sierlijke hand van Fatima als deurklopper heeft. Wanneer de deur opengaat, worden we hartelijk verwelkomd door de brede glimlach van Lamia. We zijn aangenaam verrast, in dit kleine paleisje gaan we in stijl overnachten. Dit traditioneel Marokkaanse huis met binnenplaats telt hooguit vijf kamers. De sfeer is authentiek en biedt een oase van rust. Het is er muis- en muisstil: we horen alleen nog maar vogeltjes fluiten. Wat een verademing na de bedrijvigheid op straat. De combinatie van de groenige kleuren en de overdosis aan prachtige Marokkaanse mozaïek tegeltjes doet mijn hart sneller slaan. Het contrast tussen de chaos in de medina en de hoeveelheid rust in deze riad, geeft ons een bijzonder prettig gevoel. Op de binnenplaats en het dakterras zijn verschillende gezellige zitplekjes waar we later wellicht lekker kunnen relaxen met een boekje onder de olijfbomen.  O Riad heeft een cool-chique uitstraling met een moderne twist. Het resultaat is even stijlvol als luxueus. Er hangt een relaxte sfeer en dat maakt deze riad in het hart van Marrakesh de perfecte get-away-bestemming.


Lamia brengt ons alvast een lekkere muntthee en een heerlijk assortiment zelfgemaakte koekjes. We zijn nog maar net in O Riad en we zijn nu al verkocht! Niet veel later openen we de deur van onze kamer Alaouite. Deze bevindt zich op de begane grond direct aan de patio. De kamer is klein en knus en is duidelijk met liefde ingericht. In de hoek een tweepersoonsbed dat strak tussen de muren staat. Er zijn twee kastjes, een tafeltje en een authentieke badkamer met een mooie koperen wasbak. We kleden ons snel om en wandelen in de richting van de nieuwe stad op zoek naar een restaurantje. Hier geen smalle straatjes, maar overzichtelijke, brede avenues met ontzettend veel palmbomen en cactussen. 


Al snel wordt duidelijk dat kaartlezen niet onze sterkste kant is maar uiteindelijk komen we wel waar we willen zijn. De place du 16 Novembre is een plek waar je niet omheen kan wanneer je in deze wijk rondloopt. Het lijkt wel een beetje op New York met de mega billboards. Er zijn veel hoge fonteinen en die zijn een ontmoetingsplaats voor de jongeren. Op de imposante Mohamed V boulevard zien we een restaurantje waar enkel Marokkanen zitten. Dat kan niet anders dan goed zijn. En gelijk hebben we! We eten een heerlijke tajine met kip en citroen voor slechts 5€. Wanneer we terugwandelen naar onze Riad verlicht de volle maan de stad. Marrakesh by night ... mooi, heel mooi. De palmbomen zijn verlicht en ook boven de straten hangen lichtjes. Het voelt allemaal heel sprookjesachtig. Eenmaal terug in de medina, vinden we zonder problemen de juiste straat. Ja we hebben goed opgelet daarstraks! 


Het was een lange en vermoeiende dag en we zijn blij wanneer we ons bedje zien.

zondag 29 december 2019

Damme

Paula en Achiel verrassen ons vanochtend met een versierd eitje, dat we lekker verorberen met zicht op de prachtige zonsopgang. Eigenlijk zijn we een beetje te laat want een half uurtje vroeger zag de lucht mooi rood. De mist hangt nog over de velden en het heeft iets sprookjesachtig. Enkele toeristen uit Madrid komen ons vervoegen en genieten net als wij van de heerlijke dingen op het buffet. 


Rond 10 uur nemen we afscheid van onze lieve vrienden en hun schaapjes en rijden we richting Damme. Daar parkeren we aan de gratis parking van de Damse Vaart Zuid en starten we onze wandeling richting centrum. Het is een stralende winterdag, de temperatuur is zacht en er is een flauw zonnetje. Op het wandelpad hebben we een prachtig zicht op de karakteristieke  toren van de Onze Lieve Vrouwekerk. Af en toe houden we halt bij een gedicht van  Remco Campert. Ik had er nog nooit van gehoord maar Annelies kent hem wel. 


Bij de Onze Lieve Vrouwekerk aangekomen, wandelen we er even rond. De robuuste kerk heeft een platte toren die het polderlandschap overheerst. Aangrenzend is er een oud kerkhof en mocht ik ooit begraven worden, dan heb ik mijn grafzerk al gevonden. Buiten op het kerkplein zien we een prachtig beeld van Charles Delporte, blik van licht. Het zijn twee vrouwenhoofden die naar de lucht staren. 


Even verderop stappen we binnen in restaurant Uilenspiegel voor een heerlijk soepje van butternut. Na de lunch stoppen we bij het Sint Janshospitaal waar momenteel een tentoonstelling is van bloemenkunst. Kerst door de ogen van Frederiek Van Pamel. Het zijn geen kleine werkstukken maar grootse en niet alledaagse stukken. De warme kleuren, de bijpassende muziek en belichting geven de verschillende ruimtes een unieke sfeer. 


De wandeling gaat verder in de richting van de Haringmarkt waar zich een klein ceramiek winkeltje bevindt, Terra Flamma. We worden er verwelkomd door een guitig meisje dat ons een beetje aan Pippi Langkous doet denken, niet in levende lijve maar in ceramiek. Ze hebben prachtige dingen maar goedkoop is het allemaal niet. Toch is het een adresje om te onthouden. 


We kuieren verder door de smalle straatjes, afgeboord met kleine huisjes. Aan de markt gekomen, kijkt Jacob van Maerlant uit over het statige stadhuis met aan zijn voeten een gerestaureerde middeleeuwse waterput. Hij was een schrijver die voornamelijk in de volkstaal schreef en in Damme overleed in 1292.


We steken de brug over de Damse Vaart over en hebben hier een prachtig uitzicht over de stadswallen. Wat verder wandelen we de weidse natuur in. We zien vooral knotwilgen en populieren die met hun stevige wortels in de aarde staan. De dominante zuidwestenwind heeft ze hun unieke karakter gegeven want ze staan scheef over de weg gebogen.  In deze tijd van het jaar zijn er belangrijke gasten uit het hoge noorden in Damme, namelijk de vriezeganzen. In grote getale trekken ze boven ons hoofd voorbij. Ze komen hier overwinteren. Beide genieten we van de weidsheid en de frisse lucht. Een mens zou dit meer moeten doen, zo een fikse wandeling in de natuur. Even wandelen we in stilte naast elkaar, verzonken in onze eigen gedachten. Af en toe is het wel een beetje drassig maar dat hoort erbij.


We klimmen op de met populieren begroeide oever van het Schipdonkkanaal, waarin vooral sterk vervuild water van de Leie zit. Parallel met dit kanaal bevindt zich er nog eentje, namelijk de Leopoldsvaart. Dit kanaal voert relatief zuiver oppervlaktewater af. Dit verklaart meteen de namen ‘den blinker’ en ‘de stinker’. In het land van Tijl Uilenspiegel wordt het stilaan frisser. De wind wakkert aan en we krijgen het koud. We stappen dus flink door langs de Damse Vaart opnieuw naar het centrum. We hebben zin in een pannenkoek dus stappen we binnen in tea room Ce-delicious. Wanneer we een blik op de menukaart werpen zien we heel veel taarten, wafels en ijs maar geen pannenkoeken. Omdat de lieve dame al aan ons tafeltje staat, besluiten we dan maar een warme chocolademelk te drinken. Voor mij de witte die, zo verwittigt ze me vriendelijk, heel erg zoet is. Klinkt als muziek in mijn oren dus doe maar! Annelies gaat voor de melkchocolade. 


We zijn terug een beetje verwarmd en gaan op zoek naar een plek waar we toch kunnen genieten van die pannenkoek. Het duurt even want het lijkt wel of alle toeristen plots de weg naar Damme gevonden hebben maar we hebben uiteindelijk dan toch geluk en vinden tea room Soetkin waar ze heerlijk verse pannenkoeken bakken. Eind goed, al goed! Met ons buikje gevuld, wandelen we terug naar de parking. We passeren nog de beeldengroep ‘Tijl met de twee spiegels’ waar Annelies nog even naar haar spiegelbeeld kijkt, aangestaard door enkele dieren die elk een deel van de samenleving voorstellen: de ezel (de dwaasheid), de uilen (de wijzen), de maraboes (de geestelijkheid) en de kikkers (het kwakende plebs). Op de andere oever staat de Schellemolen, gebouwd in 1867. Het is een prachtig plaatje om ons weekendje in het polderland af te sluiten. We rijden voldaan terug naar huis.




zaterdag 28 december 2019

Brugge

In de gezellige ontbijtruimte staat de kerstboom al te flikkeren. Met uitzicht op de schaapjes eten we lekkere croissantjes en spek met eieren. Paula heeft altijd maar een half woord nodig en onthoudt als de beste wat haar gasten lekker vinden. Heerlijk om de dag zo te starten. Rond 10 uur rijden we richting Brugge want vandaag gaan we op bezoek bij Agnes. Ze woont in een soort commune midden in de stad. Uiteraard staat er weer iets lekkers klaar want ze bakt graag. De quiche met broccoli laten we links liggen maar de cake met blauwe bessen is heerlijk bij een tasje thee. Daarna trekken we de stad in.


Het middeleeuwse Brugge, het Venetië van het Noorden, blijft toch echt wel een pittoreske plek. Het is heerlijk om al slenterend te verdwalen in een stad, maar Agnes kent de binnenstad door en door en gidst ons langs de vele godshuisjes. Chaotisch als ze is, toont ze ons echter dezelfde hofjes als vorige keer maar we laten haar maar in de waan. Het is sowieso zalig om het drukke centrum te ontvluchten en de stilte op te zoeken van het echte Brugge. Gek eigenlijk dat we om de hoek van de Grote markt waar zich de drukke kerstmarkt bevindt, plots helemaal alleen lopen. Af en toe passeert er eens een koets met enkele toeristen. 


Na al dat stappen langsheen het Minnewaterpark, neemt ze ons mee naar De Republiek, een gezellige, hippe zaak waar vooral locals komen. Hier drinken we nog iets lekkers alvorens terug naar haar appartementje te gaan. 


‘s Avonds heeft Paula voor ons gekookt. We voelen ons hier al helemaal thuis te meer omdat we gewoon mogen mee eten in de gezellige keuken. Nadien keuvelen we nog even bij het haardvuur en kruipen dan ons bedje in. 

vrijdag 27 december 2019

Aartrijke - Koksijde

Om half 9 de auto in voor een tripje naar Aartrijke, op bezoek bij onze vrienden van de Artiriacumhoeve. Annelies pik ik op aan Berca in Merksem en off we go! Na anderhalf uur komen we aan in West Vlaanderen tussen de velden vol met koeien en schaapjes. Ja wie aan de drukte wil ontsnappen, moet hier zijn. Het platteland, ongerept en onbezoedeld. De ouderwetse charme van de polder. Zoals steeds worden we weer hartelijk ontvangen door Paula en Achiel en we gaan na het uitladen op onze vertrouwde kamer ‘Het melkschaap’, al gelijk ‘wijnen’. Na de lunch, die trouwens niets te vroeg komt want ik voel de wijn al naar mijn hoofd stijgen, trekken we naar Middelkerke. Daar zetten we de vader van Paula af bij zijn nicht en rijden we verder naar Navigo, het visserijmuseum in Koksijde. Het biedt een hedendaagse kijk in de nostalgische wereld van de Vlaamse vissersfamilie, de heroïsche Ijslandvaarders en de Oostduinkerkse garnaalvissers te paard. Aan de muren ook enkele prachtige foto’s van Stephan Vanfleteren. Na deze culturele uitstap genieten we van een drankje in een typische Estaminet, de paardenvisschers genoemd. Er komen drie paardenvissers op tafel en een warme choco, jullie mogen twee keer raden wie wat gedronken heeft. 


‘s Avonds gaan we eten in een Chinees restaurant. Het is een buffetformule voor slechts 20€ per persoon. Bij het afrekenen vergeten ze echter 1 persoon aan te rekenen waardoor we dus heel goedkoop gesteld zijn. We praten nadien nog wat bij en kruipen dan onder de wol. 

zondag 8 december 2019

Gransdorf

Vrijdag: We staan aan het begin van een lange, saaie en koude winter maar toch heb ik weer kriebels in de buik van contentement. Om 9 uur vertrekken we met z’n allen namelijk opnieuw naar Gransdorf voor ons jaarlijkse weekendje onder vrienden. We gaan er dus weer lekker tussenuit om ons hoofd helemaal leeg te maken.  Het weer is zoals het voorbije jaar opnieuw guur en regenachtig. We weten onze weekends wel uit te kiezen maar we laten het niet aan ons hartje komen en gaan er het beste van maken.  Van zodra we de autosnelweg oprijden, staan we al in de file. Jan en Pascale hebben het lumineuze idee om via de stad te rijden en daar is het nog erger. Zij besluiten dan maar niet te stoppen aan het wegrestaurant. De rest arriveert daar samen met ons omstreeks 11u. Na een lekkere tas hete chocolademelk, rijden we op de tonen van Willy Sommers ‘Laat de zon in je hart’ verder naar Bitburg waar we traditiegetrouw stoppen voor de lunch bij de Bitstube. Ook al is het buiten koud, binnen is het gezellig en is iedereen al in kerststemming. Lekker ingeduffeld onder moeders paraplu lopen we na de lunch nog wat in het stadje rond en doen we onze jaarlijkse inkoopjes.


Omstreeks 17 uur komen we aan in Gransdorf, het dorpje waar de tijd al lange tijd stil staat. Birgit ontvangt ons weer hartelijk en we kunnen gelijk inchecken in onze kamers. Daarna drink ik een himbeer schnaps om me lekker te verwarmen vanbinnen. Het enige wat ontbreekt in Gasthaus zum Holzwurm is een haardvuur.  


’s Avonds krijgen we voor de verandering eens andere kost en iedereen is het erover eens dat het lekker is. Jan geeft ze zelfs een 9,5 op 10! Buiten wakkert de wind flink aan, de grote kerstboom op het terras waait bijna weg. Dat belooft voor morgen! Om half 10 krijg ik het moeilijk om mijn ogen open te houden en kruip ik onder de wol. 


Zaterdag: De nacht was te warm en veel te kort. Meermaals ben ik opgestaan om iets te gaan drinken. Ook Liliane had dorst vannacht maar durft naar eigen zeggen niet van de kraan te drinken. Waarschijnlijk waant ze zich in Azië of zo ... Wat mij betreft komt hier het zuiverste water uit de kraan. We gaan rond half 9 ontbijten en spreken met Birgit af hoe we de lunch gaan regelen. Daarna is het tijd om te gaan wandelen. Normaal beperkt mijn natuurbeleving zich tot een rustmomentje in mijn tuin maar dat doe ik alleen als het zonnetje schijnt.


Het weer is niet echt denderend maar het regent niet meer dus gaan we met al onze zintuigen focussen op de natuur. Het is nodig om af en toe te vluchten van de werkdruk, de files en het lawaai. Wat ben ik fier op mijn roomie! Liliane besluit namelijk toch nog maar eens mee te gaan wandelen. Het is best indrukwekkend hoe ze zonder morren de bospaadjes mee beklimt. En dat terwijl een bos haar normaal ‘depressief’ maakt. Deze had ik nog niet gehoord maar ja ze bestaan, mensen die niet genieten van het groen. Pascale heeft een snoeischaar bij om wat dennentakken te knippen voor haar kerststukjes. Liliane maakt de opmerking ‘Ah jij hebt je tang bij’, of ze het nu op haarzelf had of op die snoeischaar laten we in het midden.  Ik baseer me hier zuiver op de Vaningelgem humor uiteraard.


De stilte in het bos doet alle stress, de oververmoeidheid en andere gezondheidskwaaltjes verdwijnen als sneeuw voor de zon. De bospaden zijn erg rustig en nog nauwelijks belopen. Hier is er genoeg plek om stil te zijn en al onze zintuigen te gebruiken. Ik adem goed in en vervolgens weer uit. De geur van het mos, de paddenstoelen en de bomen vind ik heerlijk. Na een uurtje wandelen ben ik helemaal in de ban van het buitenleven.


Ik hoor iets ritselen en plots zie ik vanuit mijn ooghoek iets bewegen. Even hou ik de adem in, het duurt slechts 1 seconde en dan draait het hert zich om en verdwijnt terug in het bos. Ik hou van een glooiend landschap, al moet ik wel bekennen dat eens een heuvel opgeklommen, ik snak naar een rustmomentje. Mijn fysiek is niet meer wat het ooit is geweest dus een stop met bijhorend koekje en een lekker borreltje jenever is welgekomen. Het is wel niet gemakkelijk om te kiezen want iedereen heeft wat lekkers bij. Er is keuze uit straf, straffer en strafst ... Als we heel stil zijn, zouden we zelfs de vogeltjes kunnen horen  maar met zo een uitgelaten bende geef ik het geen kans. De gebruikte borreltjes worden vakkundig door Jan en Inge uitgewassen in de rivier. Ja iemand moet zich opofferen hé en zij hebben alvast de juiste kledij aan om het koude water te trotseren.


Op een prachtige locatie aan de rand van het bos ligt de Gransdorfer grillhut, een houten chalet die we afgehuurd hebben om onze lunch te nuttigen. Nadat we de heerlijke geur van de bossen hebben opgesnoven, stappen we binnen in de aangename warmte van de hut. Want zeg nu zelf, wat is er leuker dan jezelf lekker te verwarmen aan een groot vuur na een verfrissende wandeling.


Ons vlees wordt door de mannen boven het vuur op een draaibaar in hoogte verstelbaar rooster mooi gegrild. ‘Voor herhaalbaar vatbaar’ zegt Jan - zal waarschijnlijk op z’n Zandvliets zijn maar we verstaan het hoor Jan.  Bij het knisperend vuur ontbreken enkel nog wat kampvuurliedjes dus zingen we uit volle borst ‘vrolijke vrienden’. Toen hadden we de plopdans al gehad. Jan en ik hebben onze beentjes flink losgegooid maar gelukkig zijn daar geen beelden van, althans niet op deze blog! Zot zijn doet geen zeer en het is best fijn om af en toe het kind in jezelf even los te laten, ook al levert dit een vreemde blik van Pascale op. 

Rond een uur of twee verlaten we de hut om opnieuw wat te wandelen. We keren op onze stappen terug en hebben nu gelukkig meer berg af dan berg op. Papa en Jef lopen voorop en ik vraag me af ‘is dat wel een goed idee’? Nee dus, bij de eerste splitsing lopen ze al bijna verkeerd. Gelukkig stappen we net achter hen. In een bos verdwalen wanneer de avond bijna valt is niet iets wat op mijn Bucket list staat. We drinken nog een laatste borrel en keren dan terug naar ons hotel. 


s Avonds donder ik de trappen af - ja als je het licht niet aansteekt om naar beneden te gaan kan dat gebeuren natuurlijk. Ik sla mijn voet om en kom met een smak op de stenen trap terecht. Quasi onmiddellijk verschijnt er onder mijn knie een heuse bult en de tranen springen me letterlijk in de ogen. Er wordt ijs gehaald en dat moet het euvel een beetje verhelpen. Na het avondeten wordt er in de kamer waar we zitten heel erg veel lawaai gemaakt door een groot gezelschap dus verhuizen we naar de rustige zaal. Daar wordt er nog heerlijk gekeuveld. Dankzij een collegaatje heb ik black stories bij, macabere maar waargebeurde verhalen waarin het doel is om, na een korte situatiebeschrijving, te raden waarom dit is gebeurd. Om hier achter te komen mag iedereen vragen stellen die met ja of nee te beantwoorden zijn. De verhalen zijn soms raar, ondoorgrondelijk, pervers of absoluut absurd. De andere helft van de tafel haal de kaarten boven. 


Wanneer ik naar bed ga val ik als een blok in slaap. Mijn opgebouwde slaapschuld wordt terug afgebouwd en dat heb ik waarschijnlijk te danken aan de frisse lucht van vandaag en de vermoeidheid in mijn lijf van het vele stappen. Of zou het toch komen door de straffe pijnstiller die ik genomen heb?


Zondag: Vandaag hebben we minder geluk want wanneer ik het raam open, zie ik dat het opnieuw regent. Maar wij zijn ‘die hard fans’ van de Gransdorfse wandelwegen dus trekken we onze wandelplunje weer aan en gaan we na het ontbijt opnieuw op pad. Via de schnappsbrug de trappen omhoog. Ja ik word niet gespaard ... wandelen gaat wonderwel met mijn knie maar die trappen .... Ik kom dus als laatste boven maar niet getreurd het uitzicht over de mistige velden en het dorp is prachtig.


Aan de kerk wil Coiske al borrelen maar dat ziet Jan niet zitten tussen al die doden. Dus trekken we verder tot aan de kalkoven. Kalk werd 2000 jaar geleden verbrand door de Romeinen. Kalkverbranding in de 19e en vroege 20e eeuw was een belangrijk en noodzakelijk extra inkomen voor de Eifel-boeren. De verbrande kalk werd gebruikt als meststof en pleister voor de huizen. Zelfs medicijnen werden ervan gemaakt. Nu staat die kalkoven leeg maar het is de ideale plek voor een borrel want hier staan we droog.


Jan haalt een flesje boven waaraan ik niet kan weerstaan. Het blijkt een soort tinto verano te zijn maar het smaakt naar amaretto. Na een borrel of drie heb ik gratis vertier, het lijkt wel of ik zit op de draaimolen. Greta en Sylvia draaien terug want de wind is nog wat aangewakkerd maar wij stappen moedig verder. Nieuwkomer in de groep, Jef voelt zich al helemaal thuis in deze zotte bende en laat het kind in hem weer even boven komen. Vroeger sprong hij met gemak van de hoogste brug in de vaart dus klimt hij ook  hier op de brug en wij vragen ons af, ‘gaat hij springen of niet’? Toch maar niet ... het water is veranderd in een modderpoeltje dus dat komt nooit goed. Terug in het hotel wacht ons nog een laatste maaltijd en dan rijden we terug naar huis. Onze trip voor volgend jaar is reeds vastgelegd. Hopelijk dan opnieuw met ons mateke erbij want Nadine, we hebben je gemist hoor 😪