vrijdag 14 februari 2020

Marrakesh - de Médina

De laatste dag is aangebroken dus genieten we extra hard van ons ontbijt. Het is Valentijn vandaag dus worden we extra verwend. We krijgen een frambozen, aardbeisapje. Verder zoals steeds hemels lekker brood, pannenkoekjes, een eitje en als extra een avocado slaatje met kokos en frambozen. Na het ontbijt nemen we definitief afscheid van Mohammed want zijn shift zit erop. Daarna pakken we in en trekken we voor de laatste keer de stad in.


Het voordeel van deze locatie, midden in de medina, is dat we een stukje van het echte Marokkaanse leven ervaren. Elke dag lopen we door dezelfde straatjes waar lokale kleermakers, bakkers, fietsenmakers en vele andere ambachtslieden hun werkruimte en winkel hebben. Ze beginnen ons al te kennen en vallen ons niet lastig. 


We gaan eerst op zoek naar de Jardin secret in de soeks. Ondanks het feit dat we ervan overtuigd zijn nu wel alle straatjes gezien te hebben, komen we toch nog ergens waar we de voorbije dagen nooit eerder zijn geweest. We genieten van elk moment, elk hoekje is instagram-waardig. Het is nog vroeg in de ochtend en nog niet alle kraampjes zijn open, nu heerst er nog rust in de straten.


Bij aankomst in de Jardin Sécret zijn we ook nog zo goed als alleen. Het mysterieus Arabisch-Andalusisch paleis van meerdere eeuwen oud, gelegen achter dikke muren werd heel mooi gerestaureerd en is sinds 2017 voor het publiek geopend. De tuin bestaat uit twee delen: de exotische waar we de drukte ontvluchten en de islamitische waar we bezinning vinden. Beide zijn juweeltjes en wat ons betreft een must see. De geheime hoekjes met waterpartijen en prachtige mozaïeken op de vloer zijn heel erg mooi. Boven op het dakterras drinken we een theetje in de zon. We moeten wel wat geduld hebben want ze zijn niet bereid erg hard te werken.  Op hun menukaart staat er dan ook vermeld: ‘Slow service’, we zijn dus verwittigd! In het winkeltje van de tuin vinden zowel Sonja als ikzelf iets naar onze zin, een cadeautje voor onszelf, het is tenslotte Valentijn.


Ondertussen is het al bijna lunchtijd en trekken we naar de Place des Epices. Ik schrijf het hier nu wel gemakkelijk neer, maar het is moeilijk om niet te verdwalen in het doolhof van de medina. Zelfs de straatnaamborden zijn onbetrouwbaar en brengen ons op een dwaalspoor. Volgens mij werd het stratenplan hier ontworpen door Escher, want de steegjes zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden. We proberen te genieten van het onverwachte en zijn zoals steeds voorbereid om gedesoriënteerd te raken. Wanneer een Marokkaan ons zegt dat we naar rechts moeten, doen wij het tegenovergestelde. We eindigen op een lokale markt ver weg van alle toeristen maar dat is ook wel leuk. Uiteindelijk komen we, na wat rondjes lopen, toch waar we moeten zijn, namelijk bij Café des épices, een verborgen parel. Elke dag bieden ze hier een ander lunchmenu aan, met enkel biologische en verse producten. We genieten van het geroezemoes van de locals, toeristen en expats. De Tajines staan te pruttelen en de Marokkaanse thee wordt ingeschonken. Hoog boven de soeks en de straten van Marrakesh genieten we op het dak terras van een lekkere tajine. Ik ga voor de kefta en Sonja voor de kip. Het restaurant wordt gerund door een Fransman en ademt de sfeer uit van een Franse bistro in een modern jasje. Er zijn lange banken met gezellige kussens en lage rotan stoeltjes maken het geheel af. We hebben een geweldig zicht op het plein.


Na de lunch duiken we weer de soeks in. Af en toe moeten we opzij omdat er een kar moet passeren maar we proberen ons niet te laten opjagen. De Marokkaanse tijd tikt hier iets ongelijkmatiger. De drukte die er heerst in het Wijnegem shoppingcenter op een koopzondag is ‘a walk in the park’ vergeleken met de chaos in de medina. Misschien vanwege het laagseizoen, maar wij worden geen enkele keer de winkels ingetrokken. Sommige verkopers proberen wel contact te maken met woorden, maar die negeren we vriendelijk. Het scheelt misschien dat we met een doel voor ogen door de soek lopen en duidelijk geen interesse hebben in de handelswaar. Onze houding is dus niet die van de zoekende, aarzelende of winkelende toerist. Toch zijn er zo van die winkeltjes waar we niet voorbij kunnen lopen. Bij sissimorocco is het liefde op het eerste gezicht. Het kleine winkeltje op de Place des Epices verkoopt kleding en sieraden en leuke hebbedingen voor het interieur, waaronder prachtige kussenslopen.


Na dit korte shopping intermezzo gaan we op zoek naar het Henna Art Café voor een thee pauze. Lang moeten we niet zoeken: aan de zuidoostelijke hoek van het Djema El-Fna plein tussen Snack Toubkal en Cafe El Waha wandelen we door de straat Riad Zeitoun al Kdim. Na 3 minuten komen we aan de vierde straat rechts waar zich het café bevindt.  Hier kan je een prachtige henna-tekening laten zetten. Uiteraard met natuurlijke henna en (dat is wel bijzonder) door een gecertificeerde henna-artiest! Initieel was dat wel onze bedoeling maar ze hebben eigenlijk niets discreets en om nu heel onze handpalm vol te zetten, vinden we van het goede te veel. Gezellig is het er wel met al die blauwe tinten en prachtige muurschilderingen. 


De weg naar het Djema El-Fna plein kent Sonja nu al bijna met haar ogen dicht. De hectiek op het plein is onbeschrijflijk! We worden langs alle kanten toegeroepen: berbervrouwen die onze handen willen beschilderen met henna, mannen die hun aapjes aan een halsband optrekken terwijl achter ons een of andere idioot op een fluitje speelt in de hoop dat er een slang uit zijn mandje kronkelt waarmee hij ons kan plezieren. Hier zou dierenorganisatie Gaia van kokhalzen maar er zijn altijd mensen die bezwijken en er mee op de foto willen. Wij laten ze in ieder geval links liggen. We gaan ook in een grote boog rond de tandartsen en de zogenaamde dokters die je met kruiden en ongeïdentificeerde botten, slangenhuiden, gedroogde hagedissen en struisvogeleieren proberen te genezen. Een afspraak maken is niet nodig op Djema El-Fna, dat is duidelijk. 


Wanneer we bij de Koutoubia moskee aankomen, weerklinken de klanken van het  namiddag gebed uit de toren. De minaret van de grootste moskee van Marrakesh is 77 meter hoog, meer dan 1000 jaar oud en het symbool van de stad. De Koutoubia moskee is niet toegankelijk voor niet moslims maar is wel een bezoekje waard. Het gebouw ademt geschiedenis. Wanneer we onze blik verder omhoog richten om de vier koperen bollen te zien glinsteren in het zonlicht, wanen we ons in een sprookje.  We nemen even de tijd om de omgeving in ons op te nemen. Het loopt hier vol met moslims die net uit de moskee komen en de vele bedelaars een aalmoes geven.


Rond een uur of vier hebben we het wel gehad met de drukte en besluiten we naar onze Riad terug te gaan. Daar drinken we op ons dakterras nog een laatste muntthee met zelfgemaakte Marokkaanse koekjes. Om kwart voor vijf pikt Khalid ons op voor de rit naar het vliegveld. We zijn ruim op tijd, exact twee uur voor de vlucht maar bij de incheck balie heerst er chaos. Een familie voor ons heeft de boarding passen niet afgedrukt. Het duurt verschrikkelijk lang en ze zijn niet van plan om hun plekje zomaar af te staan. Laptops worden bovengehaald en uiteindelijk gaat één iemand van het gezin ergens in de vertrekhal boarding passen afdrukken. Ondertussen zijn de andere rijen reeds geslonken en staan wij er nog. Wanneer het eindelijk aan ons is, zijn we al mega gestresseerd. Even verder moeten we door de controle waar een man voor ons een reuze pot spaghettisaus tracht mee te smokkelen. En maar discussiëren .... man man man dat weet nu toch het kleinste kind dat een volledige pot liquide niet door de douane kan!  Boos vertrekt hij in zeven haasten om vijf minuten later terug te spurten omdat hij zijn bakje met daarin gsm en andere persoonlijke spullen vergeten is. 


Het heeft wat voeten in de aarde gehad maar uiteindelijk stappen we het vliegtuig op om 19u15, normaal ons uur van vertrek. Opstijgen doen we dus met een half uur vertraging. Belgium here we come! Eenmaal in Charleroi worden we ook nog eens tegengehouden door de douane maar we zien er dan toch betrouwbaar uit want na een korte ondervraging mogen we door. 


Marrakesh was leuk, heet, stoffig en druk maar ook opwindend en mysterieus. Pas als je hier bent geweest snap je dat er wordt gesproken over ‘de geuren en kleuren’ van Marrakesh. Het is een compleet andere wereld: Exotisch genoeg om te betoveren, tolerant genoeg om niet te beangstigen. Marokko heeft me opnieuw verrast in positieve zin. 


donderdag 13 februari 2020

Guéliz

We slapen lekker uit vandaag en gaan dus iets later naar het ontbijt. We ontdekken opnieuw dat het hart van de eigenaar Manu niet echt voor deze Riad klopt. Zelfs een goede morgen kan er niet af. Gelukkig heeft zijn personeel wel die warme persoonlijkheid die nodig is om je helemaal thuis te voelen. Vandaag staat er Amlou op tafel. Dat is een soort pindakaas van honing, amandelen en arganolie. Ik heb er gisteren een potje van gekocht bij de argan coöperatieve omdat ik het zo lekker vond. Nu vernemen we dat het een afrodisiacum zou zijn. Niet dat ik dat nu persé hier nodig heb want met een Marokkaan mag ik sowieso niet thuiskomen van onze pa. 


Voor het moderne Marrakesh trekken we vandaag naar de wijk buiten de stadsmuren, Guéliz. Het is een verademing na het doolhof van de soeks al is het hier ook druk maar dan vooral het verkeer. In Marrakesh zijn er veel drukke banen en aanvankelijk dachten we dat het een onmogelijke opgave zou zijn om aan de overkant te geraken maar dat valt uiteindelijk reuze mee. We zoeken eerst een opening in het aankomend verkeer en wandelen daarna vol zelfvertrouwen en op een gelijkmatig tempo de weg op. De auto’s en scooters anticiperen op onze bewegingen en weten ons keurig te omzeilen. Als er dan al zebrapaden zijn, betekent dat nog niet dat de auto’s stoppen. Als het echt moet wel maar liever rijden ze in een boogje om ons heen. Ook besparen ze hier op verkeerslichten voor voetgangers. Soms staan ze er wel maar dan wel maar aan één kant, waardoor we soms even over onze schouders moeten kijken om te zien of we nu rood of groen hebben. Buiten auto’s en motorfietsen rijden hier ook nog van die traditionele paardenkoetsen. Voor sommige toeristen, vooral de Aziatische heeft het iets nostalgisch om de stad te bekijken vanuit een calèche, achter de deinende billen van een paard. Wij vinden het niet zo tof, die beesten in het straatbeeld want ze stinken verschrikkelijk. 


We wandelen naar de Jardin Majorelle en hopen de drukke stad even te ontsnappen om tot rust te komen in de tuin, maar bij aankomst staat er al een lange rij toeristen aan te schuiven om de tuin te bezoeken. We moeten dus nog even geduld uitoefenen. We betalen  maar liefst 180 dirham (18 €) entreegeld. Het is een combiticket zodat we ook de twee musea mogen bezoeken. 


De intieme botanische tuin is volgens onze reisgids één van de mooiste plekken in deze rode stad. Het was de Franse schilder Majorelle die de paradijselijke tuin liet aanleggen in de jaren ’20. Zoals het een schilder betaamt, is de tuin ontworpen zoals een schilderij. Majorelle ‘schilderde’ deze tuin met bloemen en planten uit de vijf windstreken. Hij was vooral dol op de bougainvilles en cactussen, die overal in de tuin zijn terug te vinden.  Ook water is een belangrijk element in de tuin met zijn marmeren bassins, stroompjes en vijvers vol met lelies. Het is dan ook geen wonder dat inmiddels ook veel vogels de tuin als thuisbasis hebben. Het is echter te druk om ze te horen kwetteren. De ironie is dat deze tuin in feite hét meesterwerk is van deze schilder, waarmee hij uiteindelijke meer bekendheid heeft verworven dan met zijn schilderijen.


De Tuin van Majorelle is lange tijd vrijwel onbekend gebleven, tot de Franse modekoning Yves Saint Laurent en zijn partner Pierre het in 1980 kochten. Het koppel bezocht de tuin telkens ze in Marrakesh waren. Toen ze hoorden dat de tuin verkocht zou worden om er een hotel te plaatsen, kwamen ze in actie. Ze gingen wonen in de villa Bou Saf Saf, die ze een nieuwe naam gaven: Villa Oasis. Ze restaureerden de zwaar verwaarloosde tuin en brachten hem weer tot leven. Yves Saint Laurent heeft altijd gezegd dat de tuin voor hem een ongelimiteerde bron van inspiratie was. Na het overlijden van Yves Saint Laurent in 2008 in Parijs werd zijn as verstrooid in de rozentuin van Jardin Majorelle. Zijn partner droeg daarna de tuin over aan La Fondation Pierre Bergé – Yves Saint Laurent, de stichting die was opgericht na de pensionering van Yves Saint Laurent om de nalatenschap van dit modehuis te beheren en te bewaken. 


Bijna iedereen die in Marrakech is geweest, deed ons beloven zeker de tuin te bezoeken. We kunnen echter niet zeggen dat we ervan ondersteboven waren. De kobaltblauwe muren zorgen voor een mooi contrast met de natuurlijke groene kleuren van cactussen, palm- en sinaasappelbomen maar heel bijzonder vinden wij het niet. Misschien omdat we er meer van hadden verwacht? Vaak is dat zo, als de verwachtingen te hoog gespannen staan, valt de werkelijkheid meestal tegen. Gelukkig zijn er nog de musea.


In het voormalige schilderatelier bevindt zich nu het museum waar ode wordt gebracht aan de berbers, de voormalige bewoners van Marokko. We houden beide  wel van een etnisch museum en vinden het altijd fascinerend om te zien wat voor kledij mensen vroeger droegen. We bewonderen de prachtige sieraden en traditionele kostuums van de berbers in een, wat ons betreft, juweeltje van een museum. Alles is vooral heel erg mooi gepresenteerd. Het lijkt wel of we ’s nachts door de woestijn aan het wandelen zijn onder een prachtige sterrenhemel. De berber muziek die op de achtergrond gespeeld wordt, maakt de beleving compleet.


Wanneer we terug buiten komen, is de rij verdrievoudigd maar gelukkig moeten we niet meer aanschuiven bij het Musée Yves Saint Laurent omdat we dus een combiticket hebben. De Afrikaanse zon geeft de bakstenen gevel een mooie rozerode gloed. Langs  de straatkant is er geen enkel raam maar de zuiderse zon tovert een boeiend spel van licht en schaduw op de façade. Het museum brengt hulde aan een van de invloedrijkste modeontwerpers van de twintigste eeuw. We stuiten meteen op prachtige kleuren, schitterend borduurwerk, weelderige lagen prachtige stoffen en modepoppen die de hoofdrol lijken te spelen in en toneelstuk. Op de zwarte wand worden foto’s en films getoond van Yves Saint Laurent’s modeshows, op muziek en met de stem van de ontwerper. Ook dit museum vinden we een aanrader! ‘Fashion fade, style is eternal’.


Het is al na 1 uur wanneer we terug buiten komen en besluiten aan de overkant bij Pause Gourmande een kleinigheidje te eten. Er zitten best wel wat locals op het terras en dat is altijd een goed teken. Het eten is weer eenvoudig, goedkoop maar lekker. Na de lunch wandelen we nog even naar het hart van de nieuwe stad, de place du 16 Novembre waar al de grote Europese en Marokkaanse ketens zijn gevestigd. Afdingen is hier ‘not done’. Kopen doen we niet maar dan hebben we het toch gezien. 


Na vier dagen in Marokko, hunkerden we naar wat rust en tijd om te relaxen, gewoon even heerlijk ontspannen. Ook daarvoor is Marrakesh de uitgelezen plek want op veel straathoeken van de stad zie je bordjes hangen met ‘hammam’. Een hammam is een badhuis en sauna waar van oudsher mensen naartoe kwamen om zich te wassen, omdat ze zelf geen badkamer in huis hadden. Nu nog passeren de meeste Marokkanen er op vrijdag voor ze naar de Moskee gaan. Een wasbeurt in de hammam is een belangrijk onderdeel van het dagelijks leven in Marokko.


Vanmiddag gaan we dus gewoon even ‘off the radar’ om lekker gepamperd te worden. Hiervoor moeten we niet erg ver want we hebben geboekt bij Les Bains d’Azahara, net achter de hoek. Manu ziet ons vertrekken en zegt ‘geniet van jullie wandeling’, hij moest eens weten ... We moeten kloppen want de bel doet het niet - grapje - aan elk Marokkaans huis in de medina hangt een klopper want hier werken Marokkanen niet met een bel. Binnen valt onmiddellijk een rust over ons, mede door het gedempte licht en de rode kleur van zowel tapijten als draperieën. 


We mogen al onze bezittingen in een locker steken en krijgen een badjas en sexy slip om aan te trekken. Daarna worden we naar een kleine ruimte gebracht waar we ons neerzetten op de verwarmde, marmeren banken die aan weerszijde van de kamer staan. Even is het schrikken want het marmer is verdomd heet maar al snel wennen we aan de hitte. Een gezette dame gooit wat water over ons heen en smeert ons helemaal in, waarna ze de kamer verlaat. De zwarte zeep en kruiden doen hun werk en zetten alle poriën open. Na tien minuutjes is ze er weer en begint ze ons uitgebreid te scrubben. We worden gescrubd zoals we nooit eerder gescrubd werden. Ik heb het gevoel dat ik na al dat gescrub zeker de helft van mijn vel kwijt ben. Of ik dat nu fijn vind, daar ben ik nog niet uit. Sonja vindt het heerlijk. Heel onze huid tintelt nog na wanneer we  beide een laag natuurlijke klei op ons lichaam en gezicht krijgen. Dat mag ook weer even intrekken, waarna de dame ons haar insopt met heerlijk ruikende shampoo. Na een laatste spoelsessie mogen we naar een mooie kamer waar we een muntthee krijgen en een korte maar heerlijke voetmassage. Onze vettige voeten gaan nadien in een veel te grote plastiek slipper en zo moeten we de trap op. Hopelijk hebben ze hier een goede verzekering want het kan niet anders of hier is al eens iemand van de trap gedonderd. We geraken heelhuids boven en komen in een kamertje waar  twee massagebedden opgesteld staan.  De dame van de massage levert geweldig werk en legt er haar hart en ziel in. Ze heeft magische handen, binnen no time zak ik helemaal weg in mijn ontspanning, heerlijk! 


Helemaal zen, met een babyvelletje maar met een ‘coupe ontploft’ wandelen we naar onze Riad. Manu opent de deur maar zegt niets ... en wij ook niet. We weten echter dat we er als verzopen kippen uitzien want de liters arganolie in ons haar is niet echt flatterend. Alvorens naar de eetzaal te vertrekken voor het diner, genieten we nog wat na. We hebben wijselijk besloten vanavond niet meer de drukke stad in te trekken zodat we volledig relaxed kunnen blijven want wat was het vandaag weer een hectische, warme dag. Nu is het gewoon heerlijk vertoeven aan het haardvuur met een lekkere cocktail terwijl buiten de woelige stad de dag afsluit en een muezzin uit de minaret zijn laatste lied zingt. We worden een beetje loom zo bij het vuur en krijgen een beetje honger. Plots beseffen we dat Mohammed gewoon wacht met het eten tot we aan tafel zitten. Hij brengt ons weer een lekkere Marokkaanse maaltijd. Na het eten willen we graag nog een verbena thee maar dat heeft hij nu net niet in huis. Geen probleem voor Mohammed: wat er niet is, gaat hij gewoon even halen op de avondmarkt achter de hoek. Ongelofelijk toch? Na slechts vijftien minuten staat er een dampende theepot op tafel met heerlijke verbena. Nog even en foto met hem in de patio zodat we een blijvende herinnering hebben aan de liefste Marokkaan die we ooit hebben ontmoet. In die korte tijd hebben we echt een band opgebouwd met hem. Wat gaan we hem missen!




woensdag 12 februari 2020

Essaouira

Na een spontane ‘slappe lach’ sessie zijn we toch in slaap gevallen op een deftig uur. Gelukkig maar want vandaag loopt de wekker af om 6u45. Mohammed staat ons zoals steeds weer op te wachten met een lekker ontbijtje. Gisteren was ons gezegd dat het ontbijt summier zou zijn als we zo vroeg kwamen maar niets is minder waar. Er is opnieuw lekker brood, hartig en zoet beleg, vers fruitsap, muntthee en chocoladebroodjes. Niets summier aan dus ... 


Wanneer we de riad verlaten is het nog frisjes en dat merken we. Iedereen loopt ons voorbij met een dikke jas en een muts. Het publiek in de medina is op dit vroege uur ook helemaal anders. De nachtbrakers strompelen de straat over op zoek naar een plek om hun roes uit te slapen. Ja Marokko mag dan een moslimland zijn, dronkaards vinden toch de nodige alcohol. Onze chauffeur van vandaag is opnieuw Khalid. Hij staat ons al op te wachten achter de hoek. 


We gaan vandaag naar Essaouira en dat is een uurtje of 3 rijden. Het is verbazend stil in de auto want het feestje van vannacht was, zo denken we, een pak heviger dan twee dagen geleden. Khalid kan zich met moeite wakker houden en draait geregeld het raam open voor wat frisse lucht, en dat mogen jullie letterlijk nemen want het is koud, heel koud op deze vroege ochtend. De thermometer geeft slechts 9 graden aan. Sonja houdt Khalid met haviksogen in de gaten. Af en toe rijdt hij in het midden van de twee rijvakken. Nu is dat wel iets dat bijna alle Marokkanen doen, de witte lijnen staan er als versiering, zo lijkt het. Na een uurtje rijden vraagt Khalid of we het ok vinden als we stoppen voor koffie en ontbijt. Wij zijn maar wat blij ... Wij drinken zelf een theetje om ook wat op te warmen. Eens terug op de baan lijkt hij erdoor te zijn, de goede muziek gaat aan en we hebben terug klank en niet alleen beeld. Even verder moet hij echter opzij voor een politiecontrole. We houden ons hart vast maar dan ziet de agent wie er in de auto zit en mogen we doorrijden. Heeft hij even twee minuten chance dat hij de politieagent kent! Er zijn verschillende politie controles op de weg naar Essaouira, meestal snelheidscontroles maar Khalid weet ze stuk voor stuk staan en houdt zich aan de snelheid daar waar nodig. 


Wanneer we op ongeveer 80 km van de stad zijn passeren we talrijke velden met arganbomen. Deze strekken zich uit over 45% van de oppervlakte van de provincie. De bomen zijn de bron van ambachtelijke activiteiten voor duizenden gezinnen. De geitjes voeren een show op en kruipen allemaal in de bomen, de een al hoger dan de andere. Uiteraard zijn er langs de weg vele coöperatieven van vrouwen die de echte arganolie produceren. Khalid drukt ons op het hart dat hij niet verwacht dat we iets kopen maar zijn baas wil graag dat hij toch even stopt. We maken de dames daar wel duidelijk dat we reeds op de hoogte zijn van hoe het proces werkt want opnieuw heel de uitleg, daar hebben we geen zin in. 


Rond 11 uur komen we aan in Essouira. De stad is gehuld in een ochtendmist en er hangt een zilte zeelucht. Khalid zet ons af aan de haven waar de vissers nog altijd dagelijks hun verse vangst aan wal brengen, om vervolgens druk te onderhandelen over de prijzen. Het is geen probleem om op eigen houtje door de drukke haven te slenteren. Tientallen blauwe bootjes wachten hier op hun volgende tocht naar open zee. De zoute zeebries en het gekrijs van overvliegende meeuwen die boven de haven cirkelen hopend op een stukje vis, geven deze plek een unieke sfeer!


Rondom de medina liggen hoge vestigingsmuren met bastions. De grote omwalling van de Medina is gerust indrukwekkend te noemen. De muren zijn in de 18de eeuw gebouwd om de haven te beschermen tegen indringers. Vanaf het Skala du Port, een toren die zich tussen de stad en haven bevindt, hebben we een geweldig zicht op de oceaan. Er staan nog steeds 19 bronzen kanonnen opgesteld richting de zee. Een straatverkoper leurt met notenrepen en laat ons eerst even proeven. Omdat we toch al een hongertje hebben, kopen we alvast een pakje om de eerste honger te stillen.


De keuken is er afwijkend van de overige Marokkaanse steden. Hier in Essaouira eet iedereen gewoon vis! Alle vis die we hier op de vismarkt zien, zwom vanochtend nog rond in de Atlantische Oceaan, verser kunnen we hem dus niet krijgen. Aan de rand van de haven bevinden zich allerlei kleine restaurantjes waar we onze vis zelf kunnen uitkiezen. Het is nog maar net 12 uur en veel volk zit er niet met als gevolg dat iedereen ons toeroept dat ze de beste prijs voor ons willen geven. We kiezen er eentje uit en de visboer legt enkele vissen op een schaal: dorade, tong, gamba’s en inktvis. Achteraan in de hoek staat een weegschaal, alles wordt gewogen en een prijs wordt onderhandeld. Voor onze schaal betalen we 10 euro per persoon inclusief een tomaten slaatje, brood en drank. We zetten ons in het zonnetje terwijl onze vis op de gril wordt gelegd. Het is een simpele maaltijd maar eenvoud siert. De vis is hemels!


Essaouira wordt ook wel ‘Wind City of Africa’ genoemd maar vandaag hebben we geluk. Het is niet zo warm als gisteren, slechts een graad of 24 maar zo goed als windstil dus het is hier heerlijk zitten. Mensen trekken mensen aan en al snel zit het etablissement van onze visboer bijna helemaal vol. Een restaurantje in de stad is misschien sjieker maar hier is het des te authentieker en dat vinden blijkbaar veel toeristen. De locals kijken geamuseerd toe. 


Na de lunch gaan we de stad in. Van zodra we het oude centrum betreden, zijn we verliefd. Alle pittoreske straatjes en steegjes worden gekenmerkt door witte huisjes met prachtige houten deuren. Huisjes worden afgewisseld met winkels met kleurrijke waren en marktjes. Ik vind Marrakesh een prachtige stad en de soeks zijn geweldig maar heel eerlijk, je kan nergens kijken zonder bijna de winkel in gesleurd te worden. Dat is in Essaouira anders. De soeks is hier klein en overzichtelijk. Hier heerst nog rust, kijken mag. Daarnaast lopen er hier ook nog veel locals rond en zijn er ook nog heel veel winkeltjes met lokale producten. Sonja wordt verliefd op een handtas en ik raad haar aan niet te twijfelen want misschien vinden we het winkeltje nooit meer terug. We trekken ook nog even naar de kruidenafdeling op de plaatselijke lokale markt. Tussen de vele kruidenmelanges, zien we ook speciale kruiden om af te vallen, kruiden die werken als een soort viagra zowel voor mannen als voor vrouwen maar wij willen de gewone zoete paprika en komijn voor in onze keuken. Bovendien is ook het ijzerkruid om lekkere thee te zetten van prima kwaliteit. Sonja gaat naar huis met 3 volle pakjes voor slechts 6€. Missie volbracht!


De oude medina kenmerkt zich door zijn Portugese en Spaanse verleden, maar ook Franse architecten zijn hier werkzaam geweest.  Wat echt opvalt is de heerlijke, rustige sfeer die in de oude stad hangt; mensen zijn vriendelijk, niemand heeft haast en gemotoriseerd verkeer is niet toegestaan. Vooral dat laatste is een verademing! Enig minpuntje, er zijn redelijk wat bedelaars en dan hebben we het niet over de tientallen poezen die hier rondlopen. Die zijn in ieder geval allemaal stuk voor stuk goed verzorgd en hebben hier een echt prinsen leven: zachte kussens om op te slapen, duizenden handen die hen dagelijks knuffelen en eten in overvloed. 


Om ons dagje relaxed af te sluiten, zetten we ons nog een laatste keer op en gezellig terrasje voor iets lekkers: lemon munt voor Sonja en een appeltaartje voor mij, maar ik heb een excuus ... drie uur in de auto zitten zonder dat ik naar het toilet kan, is moeilijk voor mij dus nog vocht toevoegen aan mijn lijf is echt geen optie. 


Essaouira is voor mij een stukje hemel op aarde. Het stadje met de huisjes met blauwe luiken doet me denken aan de Griekse eilanden. Het heeft een heel eigen cachet. Blij dat we dit uitstapje hebben gemaakt. Khalid pikt ons rond half vier terug op en we rijden terug huiswaarts. Wakker is hij alvast maar ook heel prikkelbaar - er wordt wat af gevloekt in de auto. 


Eenmaal terug in Marrakech, trekken we de drukte weer in op zoek naar restaurant Foundouk. Gisteren zijn we het al tegengekomen maar het is toch weer zoeken want alle straatjes lijken hier echt op elkaar. Wanneer we het eindelijk gevonden hebben, staan we voor een gesloten deur. Woensdag is sluitingsdag en dat is best balen want vanavond was onze laatste kans. We moeten dus op zoek naar een andere plek en komen uit bij Le Bougainvillier. Hier geldt opnieuw eenvoud siert: een kleine gezellige patio met prachtige lampen en twee Marokkaanse mama’s in de keuken. Het eten is goedkoop en lekker! 


dinsdag 11 februari 2020

Marrakesh - de Médina

Na een goede nachtrust en alweer een lekker ontbijt, zijn we helemaal klaar om Ali Baba en de 40 rovers te trotseren. Tijd voor een wandeling door de oranjerode straten van de medina, de plek om de authentieke Arabische cultuur op te snuiven. 


Van zodra we onze riad verlaten, worden we onmiddellijk ondergedompeld in een bedwelmende Arabische sfeer. Het oosterse sprookjeslabyrint is een feest voor oor en oog. Het doet denken aan het decor van een Oosters sprookje waar geurende specerijen staan uitgestald, Perzische tapijten aan de wanden hangen en we veel leren slippers en tassen in alle kleuren van de regenboog zien. We ruiken de geur van saffraan, rozen en muskus maar jammer genoeg zijn er ook geurtjes die we zo snel mogelijk uit onze neus willen krijgen.


We worden er voortdurend aan herinnerd dat we ons in een overwegend islamitisch land bevinden, wanneer de oproep tot gebed vijf keer per dag de ether in gaat (vanaf 05:00 uur scherp!). Ongeacht onze eigen religieuze voorkeuren, houden we hier toch rekening mee. Niemand vraagt ​​ons om een ​​hoofddoek te dragen of deel te nemen aan islamitische rituelen want Marokko is behoorlijk gematigd maar we kleden ons toch deftig. Topjes, korte shorts en te onthullende kleding hebben we niet in onze koffer gestoken.


We wandelen gedecideerd naar het beroemde Djema El-Fna plein want dit gigantische stenen plein dat door de inwoners ook wel ‘la Place Folle’ (het gekke plein) genoemd wordt, is het kloppend hart van de oude stad. Het is een plein met een gruwelijk verleden, want tot de negentiende eeuw hing men er de misdadigers op. Het is hier dat elke ochtend rond 10 uur het Marokkaanse leven op gang komt. Marktkramers brengen hun eetwaar aan de man, waterverkopers gekleed in traditionele kledij verleiden dorstige toeristen, muziek van de vele straatmuzikanten vult het plein. We worden deel van de Marokkaanse drukte en duiken de soeks in. Soeks zijn kleine winkeltjes waar je echt alles kan kopen. Hoe dieper we in dit labyrint doordringen, hoe nauwer de overwelfde steegjes en hoe authentieker de producten worden. Of je nu Arabische lampen, theepotten, slippers, sjaals of een tajine als souvenir wil meenemen, de soeks zijn de ‘place to be’. Ons plan was om de wandelingen uit onze reisgids te doen om zo alle bezienswaardigheden tegen te komen. We leren al snel dat je in Marrakesh ab-so-luut geen bepaalde route moet trachten te volgen, om bij een bepaalde plek uit te komen. Dit werkt hier namelijk niet en het zorgt ervoor dat je belemmerd wordt in het verdwalen. En dat is wat je hier eigenlijk moet doen: verdwalen in de mooie straatjes. Het is een utopie te denken dat je in de medina zelf je dagindeling bepaalt, dat doet de medina voor jou.


We vinden het eigenlijk best leuk om ons volledig gedesoriënteerd te voelen en om te verdwijnen in het labyrint van traditionele winkeltjes. We genieten van de overdaad aan geuren en kleuren. We delen deze wervelende doolhof met ezels, fietsen, bromfietsen, stootkarren, massa’s mannen in djellaba’s en gesluierde vrouwen. 


Elke keer we een hoek omdraaien worden we opnieuw verrast. Het is echt een supermooie en inspirerende stad. De prachtige gebouwen, mozaïektegeltjes en zalmroze gekleurde muren, we komen ogen te kort. Sowieso heb ik al een voorliefde voor mozaïek en kleur dus het is niet heel gek dat ik me in Marrakesh volledig thuis voel!  De zon staat hoog aan de hemel en mede dankzij die zonnestralen die door het dak en de gekleurde doeken heenkomen, worden de straatjes mooi verlicht. In de medina is ongeveer elke straathoek een lust voor het oog.


Tijdens onze zoektocht naar de koranschool, komt er iemand ons vertellen dat de straat afgesloten is. Hij zal ons wel de juiste weg wijzen, zegt hij. We negeren hem en lopen gedecideerd verder. Bedanken en doorlopen is namelijk het beste wat je kan doen want het komt er bijna altijd op neer dat het je geld gaat kosten en dat het niets zal toevoegen aan je tijd in Marrakesh. We gaan dus lekker onze eigen weg maar hebben het gevoel rondjes te draaien, tot Sonja plots leest op haar stadsplan dat de school in restauratie is. Waarschijnlijk is het daarom dat we het niet vinden.


Al snel komen we bij Place Rahba Kedima, het Kruidenplein. Dit ligt in het hartje van de soeks en is de ideale plek om mensjes te kijken. Op dit oude plein werden vroeger slaven verhandeld. Nu zijn er vooral kruiden- en specerijenwinkeltjes waar je echt alles kan vinden. Tegen elke kwaal hebben ze hier een oplossing. Voor de koude winterdagen thuis verkopen ze midden op het plein zelfgebreide bontgekleurde mutsen. Geen kat die er met deze warme temperaturen aan denkt om er zich eentje aan te schaffen.


Even verderop arriveren we bij het fotografie museum. Met dit prachtige weer gaan we niet bewust musea opzoeken maar het fotografiemuseum wil ik toch graag even binnen. We betalen 50 dirham en dat is het meer dan waard. Het museum zelf is echt een pareltje. We treffen er foto’s van het oude Marokko aan, welke zijn verzameld door privéverzamelaars Patrick Menac’h en Hamid Mergani. Samen bezitten zij ruim 4.000 foto’s uit de periode 1870 tot 1950. Een deel van hun collectie wordt tentoongesteld in dit museum middels een vaste en wisselende collectie. Bovenop het dak is een heel gemoedelijk en schaduwrijk cafeetje met uitzicht over de medina van Marrakesh. We bestellen een muntthee en genieten van de eerste zonnestralen van de dag.


Na dit leuke rustmomentje, duiken we terug de hectische soeks in en komen we al snel bij de wolververs. Deze zijn te herkennen aan de strengen gekleurde wol die boven ons hoofd te drogen hangen. In sommige steegjes wordt er nog steeds geverfd. Zoals overal is het moeilijk om foto’s te maken. Mensen worden snel boos en dat is echt niet fijn. Ik laat het dus los en geniet gewoon van al wat ik zie, probeer alles op te slaan in mijn hoofd in plaats van op foto. 


In de smalle straatjes is het een drukte van jewelste en we trachten ons een weg te banen tussen de eindeloze stroom van roekeloze bromfietsers, ezelskarren en meedogenloze straatverkopers met hun kruiwagens. Soms voelt het echt een beetje benauwend aan. Je kunt er niet omheen, in Marrakesh wemelt het ook van de katten. In de medina struikelen we over de magere exemplaren met honger in de ogen maar ook dikke, goed verzorgde katten lopen voor onze voeten in de smalle straatjes. Kleine kittens liggen vaak tussen de kleding in de soeks te slapen. Stuk voor stuk vertederen ze ons maar we proberen ons te bedwingen om de beestjes uitgebreid te knuffelen want we gaan ervan uit dat de meeste luizen hebben.  Gelukkig worden, in tegenstelling tot sommige andere landen, de poezen in Marrakesh wel goed behandeld. Waarschijnlijk omdat de profeet Mohammed zelf ook heel erg van katten hield en ook omdat het de stad natuurlijk muizen- en rattenvrij houdt. 


Manu heeft ons aangeraden te lunchen bij L’Mida. Het is even zoeken maar plots zien we een bordje. Een steile trap brengt ons naar het mooie, zomerse dakterras met heel veel planten en een prachtige muurschildering. We worden hartelijk verwelkomd door een vriendelijke ober en krijgen een plekje toegewezen. Hij spreekt naast Frans ook vloeiend Engels en ziet er pico bello uit. De temperatuur bedraagt ondertussen 27 graden maar aan alles is gedacht, er zijn zelfs zonnehoedjes. Het eten is gewoonweg subliem en wanneer we merken dat ons Arabisch lievelingsdrankje ook op de kaart staat, kan onze dag al niet meer stuk. De citroen munt is even heerlijk als in Jordanië. 


Na de lunch wandelen we naar het zuidelijke deel van de medina. Het lijkt een gewone wijk maar hier zit de schoonheid in de details. De stoffige straten doen vaak niets vermoeden van de pracht en praal aan de andere kant van de muur. 


Kasbah is waarschijnlijk de tweede bekendste moskee in Marrakesh. Hij is een stuk kleiner en smaller dan zijn grote broer Koutoubia. Je kan deze moskee wel niet bezoeken, maar voor 70 dirham kunnen we wel een kijkje nemen bij de prachtige Saadi graftombes uit de late 16e eeuw. We wachten geduldig onze beurt af om in smalle nissen de twee schitterende gedecoreerde versierde mausolea te bewonderen. Niet langer dan een minuutje, want dan is het de beurt aan de volgende ongeduldige bezoeker. Ze zijn rijk versierd met marmer en mozaïek. Er zijn verschillende kamers en er is een grote hal die diende als gebedsruimte. De tombes bevinden zich zowel binnen als buiten en er liggen in totaal meer dan 4400 leden van de Saadi begraven in het mausoleum.  De tuin is een heerlijke oase met prachtige tegels en lijstwerk langs de muren. 


Na al dat slenteren zijn onze voetjes oververhit geraakt en besluiten we naar het hotel terug te keren om ons even op te frissen. Een half uurtje later wandelen we terug in de richting van het Djema El-Fna plein op zoek naar Bazaar Café. Uiteraard lopen we weer even compleet verloren maar, wie zoekt die vindt. We stijgen weer enkele verdiepingen naar het dakterras en krijgen een tafeltje met zicht op de Koutoubia moskee. Ook hier is het eten weer verrukkelijk. Een van mijn favoriete gerechten uit de Marokkaanse keuken is pastilla, een gerecht dat zoet en tegelijkertijd hartig is. Pastilla wordt gemaakt van een soort filodeeg en valt het best te vergelijken met een hartige taart. De vulling bestaat uit sappig kippenvlees, maar de bovenkant is bestreken met kaneel, poedersuiker en amandelen. Een bijzondere smaakcombinatie, maar wel érg lekker en hier is hij zoals hij moet zijn. Sonja is iets bescheidener en eet monkfish skewers met groentjes. 


Het was een vermoeiende dag en morgen moeten we weer vroeg uit de veren dus maken we het niet te laat. Rond acht uur wandelen we terug naar de riad. Het lijkt wel of alle vrouwen achter het fornuis staan want op dit uur van de dag, wanneer de zon verdwenen is, zijn het toch voornamelijk mannen die de straten bevolken.  We worden echter niet lastig gevallen en dat is toch een verademing. Ik had gedacht dat we echt belaagd zouden worden maar dat was dus vandaag alvast niet het geval. 



maandag 10 februari 2020

Ourika vallei

Ochtendstond heeft goud in de mond... Al heel vroeg worden we gewekt door het ochtendgebed. Ik hoor het in de verte, uit mijn ooghoek zie ik dat de klok 5 uur aangeeft dus draai ik me nog even om. Het lijkt niet veel later wanneer de wekker echt afgaat. We hebben deze om 7 uur gezet want Sonja zit graag lang in de badkamer op vakantie en ik vind alles best want dan kan ik nog wat soezen. Even is er lichte verwarring want de klok geeft aan dat het nog maar 6 uur is. Sonja is echter zeker dat er geen tijdsverschil is tussen België en Marokko. We zoeken het  even op. Toch gemakkelijk die wifi!  We hebben in ieder geval redelijk goed geslapen. Lamia had gezegd dat we vanaf half 9 konden ontbijten maar Mohammed de nachtwaker die we gisterenavond hebben ontmoet, zei dat we ook om 8 uur konden gaan als we dat wensten. Wanneer we de deur van onze kamer openen, is de patio en de ontbijtruimte nog helemaal donker ... Nog even op onze honger blijven zitten dus!


Het ontbijt is perfect! We worden vriendelijk verwelkomd door zowel Lamia als Mohammed. Vers fruitsap, muntthee, fruitsla met appel, kiwi, aardbei en banaan, Marokkaanse pannenkoekjes, vers gebakken brood met boter en confituur worden op tafel gezet. Ik had graag een eitje en ook dat is geen enkel probleem, met de glimlach wordt er een lekkere omelet gebakken. 


Het leuke aan Marrakesh is dat je de ene dag in het stof staat, de volgende dag berglucht opsnuift en dan weer de zee kan ruiken. Alvorens ons in de drukte van de medina te begeven, willen we ons eerst even acclimatiseren dus hebben we voor vandaag nog een rustig dagje in petto. Een uitstapje naar het nabijgelegen Atlasgebergte lijkt ons ideaal hiervoor. Om 9 uur worden we opgehaald door Khalid, onze gids en chauffeur voor vandaag, die ons naar de Ourika vallei zal brengen. Deze ligt aan de voet van het Atlasgebergte, op zo’n 1,5 uur rijden van Marrakesh. Hier liggen bergtoppen die reiken tot ruim 4000 meter hoogte. Ondanks de nabijheid van de stad, is deze groene vallei één van de best bewaarde in Marokko. Wijze Sonja klikt onmiddellijk de veiligheidsgordel vast want ‘ik ken die man nog niet, laat staan zijn rijstijl’, zegt ze. Al snel vernemen we dat dat een goed idee is. Khalid had gisteren een wild feestje en heeft best wel wat whiskey gedronken. Hij heeft slechts enkele uurtjes geslapen maar eerlijk is eerlijk, rijden kan hij wel. We voelen ons, ondanks het voortdurend geSMS achter het stuur toch redelijk veilig. 


Deze keer geen gekende muziek maar echte berber muziek. Wij vinden het de Max! Nog voor we de stad uit zijn, passeren we zwaar beladen fietsen bestuurd door oude mannetjes zonder veel tanden of evenwicht, bromfietsers beladen met allerlei materiaal en ezels die hele kruidenvoorraden voorttrekken. De mensen zijn stuk voor stuk gekleed in lange djellaba’s en sommigen hebben zelfs een dikke muts op hun hoofd ... ja het is nog winter in Marokko. Wij vinden de 24 graden echter een zalig temperatuurtje. 


We passeren de vruchtbare vlaktes van Haouz, met zijn boomgaarden van citrus en olijfbomen. We zien al snel de rivier van Ourika met op de achtergrond de besneeuwde toppen van de hoge atlas. We houden even halt aan een plaatselijke pottenbakkerij waar Khalid ons uitlegt dat iedere Marokkaan je hier in’t zak zal zetten ... ‘handmade is never handmade’! Ze zetten een mannetje aan de draaischijf, laten de pottenbakkersoven zien en leiden je dan richting winkeltje waar je prachtige beschilderde en geglazuurde exemplaren kan kopen, die zo van de fabriek komen. Ik laat me in ieder geval niet meer vangen. Ooit bracht ik zo een prachtig exemplaartje mee naar huis, er vast van overtuigd dat ik een koopje had gedaan. Later bleek diezelfde schaal in België slechts de helft te kosten. 

Na 34 km bereiken we het stadje Tnine Douar de l'Ourika. In dit stadje trekt de centrale markt elke maandag de bewoners van nabijgelegen dorpen. Zij kopen en verkopen dan hun kostbare gewassen, om in hun levensbehoeften te voorzien. Of ze komen gewoon voor een praatje en het laatste nieuws uit de regio.

De auto parkeren blijkt niet zo evident maar met een beetje hulp van de berbers, vinden we toch een plekje. Er hangt een zeer levendige en authentieke sfeer. Khalid neemt ons eerst mee naar de beenhouwers. Alles van het beest wordt gebruikt, zelfs de poten en de ingewanden. De geur gaan we jullie besparen. Gaia zou hier werk hebben! Eerst mogen we geen foto’s nemen maar Khalid is ook een berber en na wat gepalaver mag het plots wel. De markt is indrukwekkend, de mensen super vriendelijk. 


We stappen terug in de auto en verlaten de stad. De drukte vervaagt in rustige olijfboomplantages. Sonja heeft gelezen over de krachtige  eigenschappen van de arganolie en vraagt of we ergens kunnen stoppen. Ik moet dringend plassen na al die muntthee van deze morgen dus dat komt goed uit. De arganolie coöperatieve waar Khalid ons mee naartoe neemt, stelt gescheiden vrouwen en weduwes uit het dorp tewerk. We zien hen bezig en kunnen nadien in hun winkeltje de producten kopen. Ik weet wie er volgende week tien jaar jonger zal uitzien! Wat ik niet wist is dat arganolie ook in de keuken gebruikt wordt. We proeven de verschillende bereidingen: puur, een soort pasta (volgens Khalid de ‘Nutella Berber’) en twee soorten honing. Wat denken jullie dat ik gekocht heb? Achteraan de winkel is er nog een prachtige tuin volgens onze verkoopster, iedereen heeft recht op een opinie natuurlijk. Om haar te plezieren houden we dan maar even een korte fotoshoot. 


Het dorp van Setti Fatma is min of meer een verplichte stop bij een excursie naar de Ourika vallei. De wandelroute naar de zeven watervallen start vanaf hier. Khalid mag niet met ons mee want daar zijn speciale gidsen voor maar hij wil ons wel de weg wijzen, zegt hij, zodat we geen geld moeten uitgeven. Van zodra we uit de auto stappen, staan de gidsen er al maar wij zeggen, heel zelfverzekerd, dat we hier al vijf keer zijn geweest en de weg kennen. Hoe lang we precies onderweg zullen zijn, kan Khalid niet zeggen maar hij gaat een dutje doen dus we hebben geen haast. We wandelen over een houten brug, alvorens we de steile klim langs de oevers beginnen. We klimmen en klauteren over de rotsblokken, berggeiten zijn er niets tegen. De weg vinden, is niet zo moeilijk want deze leidt langs diverse winkeltjes waar ze allerlei handgemaakte spullen verkopen. Wanneer de winkeltjes stoppen, aanschouwen we een prachtig landschap. Af en toe passeren we een groep die aan de afdaling bezig is.


Bij de eerste waterval hebben we een adembenemend uitzicht op de vallei en de bergen van Yaghour. Het is ondertussen bijna 1 uur en we krijgen een hongertje. We besluiten niet hoger te klimmen en het bij deze waterval te houden. Bij het afdalen ga ik onderuit, boem patat met mijn kont op de harde ondergrond. Gelukkig hou ik er, buiten een stoffige jeans niets aan over.


Eenmaal terug beneden zoeken we een plekje in de zon naast het kabbelend beekje en eten we, hoe kan het ook anders, een tajine. Maar het is vooral het heerlijke brood waar ik niet kan afblijven. Er is wat verwarring omtrent de rekening want wij zijn ervan overtuigd dat onze lunch in de prijs van de uitstap zit maar dat blijkt niet het geval. Maar niet erg, ook hier op deze toeristische plek betalen we slechts 13€ per persoon. 


We halen Khalid uit een diepe slaap en trekken verder in de richting van de berberdorpjes. Al snel verdwijnt het groen en komen we in een eindeloos, bijna schaduwloos landschap van zandkoekkleurige golvende heuvels terecht. Hier is er geen WiFi en we vergeten even de wereld. Het is werkelijk een adembenemend landschap, bezaaid met rotsblokken, oases en eeuwige sneeuw die zich over de bergen heeft gedrapeerd. We zijn het er beide over eens, wat is het hier mooi en wat doet deze vakantie ons goed! De Berberdorpjes en valleien in het Hoge Atlasgebergte zijn echt uniek. Het leven van de lokale bevolking is daar in sommige opzichten nog haast middeleeuws met alle eenvoud zoals het bewerken van kleine terras akkertjes met een ploeg achter een muildier. Berbers waren de eerste inwoners van Marokko. Ze wonen vaak samen met een andere familie in een huis en delen samen een stuk grond. De meeste Berbers hebben een koe om in hun levensonderhoud te voorzien. Een auto hebben deze mensen niet. Zij doen alles met de ezel die ze hun ‘4 legs drive’ noemen. Hoe verder we de bergen intrekken, hoe kleurrijker het landschap terug wordt, het groen, rood en bruin steekt mooi af tegen de blauwe lucht dus we vragen Khalid om af en toe eens een fotostop in te lassen.


Na een lange dag genieten van de rust, keren we terug naar het hectische Marrakesh. Onderweg hebben we een klein oponthoud want een motorrijder werd aangereden. Wanneer we passeren, merken we op dat het er niet goed uitziet voor de arme man. Hij ligt op de grond in een grote plas bloed. We maken ons de bedenking dat hulp waarschijnlijk te laat zal komen. 


Aan de rand van de medina nemen we afscheid van Khalid, onze 28 jarige gids die ons vandaag super heeft begeleid. Bij aankomst in de Riad, maken we kennis met de eigenaar Manu die vandaag vanuit België is overgevlogen. Hij is vriendelijk maar afstandelijk, in tegenstelling tot de medewerkers die wel allemaal een warme persoonlijkheid hebben en ook veel oprechter overkomen. Nee, met Manu hebben we geen instant goed gevoel. De zon is nog steeds van de partij dus vleien we ons neer op het zonneterras boven in de riad om nog een lekkere muntthee te drinken en te genieten van de warmte. De vermoeidheid slaat toe en af en toe gaan de oogjes dicht, al zal de zoete geur van de waterpijp hier misschien ook voor iets tussen zitten. 


Om half acht trekken we naar het restaurant van onze riad waar we helemaal alleen in de watten worden gelegd door Mohammed. We drinken een cocktail maison, zonder alcohol uiteraard. Het zoete drankje gaat vlotjes naar binnen. De tajine die we hier eten is van een heel ander niveau als die van deze middag. Het vlees is zacht als boter en dat in combinatie met heerlijke kruiden en het lekkere Marokkaanse brood doet onze maagjes zingen van plezier. 


Het was een heerlijke dag en we kijken al uit naar morgen. Dan gaan we eindelijk verdwalen in de medina van Marrakesh.


zondag 9 februari 2020

Charleroi - Marrakesh

De Belgische winter zorgt opnieuw voor koud en guur weer maar daar gaan we de komende week hopelijk geen last van hebben. Vandaag ruilen we het rustige Vlaamse land in voor het chaotische Marrakesh, ook wel ‘de parel van Marokko’ genoemd. Ondertussen meer dan 16 jaar geleden was ik er voor het eerst. Geen enkele stad heeft sindsdien zo’n eerste verpletterende indruk op mij gemaakt. Het was liefde op het eerste gezicht en ik beloofde mezelf toen dat ik er ooit zou terugkomen. Ik kijk er dan ook enorm naar uit om de bruisende historische ‘rode stad’ aan de voet van het Atlasgebergte opnieuw te bezoeken. Ik weet dat het een smeltkroes is van Arabische, Afrikaanse en Berber-tradities en dat de stad alles heeft om de westerse toerist in vervoering te brengen: de Moors-Arabische architectuur, de prachtige paleizen, de wondermooie binnentuinen, de rode riads met hun blauwe deuren, de wirwar van smalle straatjes in de oude medina, de kleurrijke markten, de handelaars, muzikanten, slangenbezweerders en acrobaten. Bij de gedachte alleen al komen bij mij steevast romantische 1001-nacht beelden opborrelen.  Na het bekijken van het programma ‘met vier in bed’ waar O Riad werd voorgesteld, bleef deze prachtige riad door mijn hoofd spoken. Toen een vriendin van me ook nog eens laaiend enthousiast was over haar verblijf daar, waren we helemaal overtuigd. Een paar dagen later, was onze kamer geboekt!


Vroeg in de ochtend zet greta me af bij Sonja om van daaruit samen naar Charleroi te bollen. Eenmaal op de luchthaven wachten we geduldig tot we eindelijk het  winderige België kunnen verlaten. Een vertraging van een half uur maar toch landen we op Menara International Airport een half uur vroeger dan verwacht. Dat komt waarschijnlijk door de hevige storm die over Europa trekt  - we hebben wind mee! Tijdens de landing hebben we een schitterend uitzicht over de stad en de mooi besneeuwde bergtoppen van het Atlasgebergte op de achtergrond. Er staat een beperking op het aantal uren dat er gevlogen mag worden boven Marrakesh waardoor dus zo goed als alle toeristen op hetzelfde ogenblik landen. Soms veroorzaakt dit chaos en een meterslange wachtrij aan de douane maar dat is gelukkig vandaag niet het geval. Na amper twintig minuutjes wandelen we de indrukwekkende aankomsthal uit – Marrakesh here we come!



Eenmaal buiten gaan we op zoek naar onze chauffeur want die hebben we van tevoren reeds geboekt via onze accommodatie. We hadden namelijk geen zin om ons al onmiddellijk druk te maken over een lange taxi-onderhandeling. Hij is wat aan de late kant maar de zon schijnt, het is 25 graden en de lucht is hemelsblauw. Even wachten is dus geen straf. Uit de boxen schalt eighties muziek - het lijkt een beetje op radio nostalgie maar het is radio Atlantic. De chauffeur loodst ons moeiteloos door het extreem hectische verkeer. Gelukkig moeten we zelf niet rijden! Hier geldt duidelijk het ‘recht van de sterkste’. Voorrang wordt vaker genomen dan verleend, iedereen rijdt kris kras door elkaar en het lijkt wel of er geen rijbanen zijn. Wel valt het ons op dat er amper getoeterd wordt. We rijden langs de indrukwekkende stadsmuren naar één van de stadspoorten waar de auto aan de kant wordt gezet en we te voet verder moeten. O riad ligt namelijk midden in de medina. De smalle straatjes mogen dan wel autovrij zijn, maar geloof me, je moet er wel je hoofd bij houden. Scooters rijden ons rakelings voorbij. Meer dan eens moeten we opzij springen. 


We komen aan bij een onopvallend huis met een grote bruine deur die de sierlijke hand van Fatima als deurklopper heeft. Wanneer de deur opengaat, worden we hartelijk verwelkomd door de brede glimlach van Lamia. We zijn aangenaam verrast, in dit kleine paleisje gaan we in stijl overnachten. Dit traditioneel Marokkaanse huis met binnenplaats telt hooguit vijf kamers. De sfeer is authentiek en biedt een oase van rust. Het is er muis- en muisstil: we horen alleen nog maar vogeltjes fluiten. Wat een verademing na de bedrijvigheid op straat. De combinatie van de groenige kleuren en de overdosis aan prachtige Marokkaanse mozaïek tegeltjes doet mijn hart sneller slaan. Het contrast tussen de chaos in de medina en de hoeveelheid rust in deze riad, geeft ons een bijzonder prettig gevoel. Op de binnenplaats en het dakterras zijn verschillende gezellige zitplekjes waar we later wellicht lekker kunnen relaxen met een boekje onder de olijfbomen.  O Riad heeft een cool-chique uitstraling met een moderne twist. Het resultaat is even stijlvol als luxueus. Er hangt een relaxte sfeer en dat maakt deze riad in het hart van Marrakesh de perfecte get-away-bestemming.


Lamia brengt ons alvast een lekkere muntthee en een heerlijk assortiment zelfgemaakte koekjes. We zijn nog maar net in O Riad en we zijn nu al verkocht! Niet veel later openen we de deur van onze kamer Alaouite. Deze bevindt zich op de begane grond direct aan de patio. De kamer is klein en knus en is duidelijk met liefde ingericht. In de hoek een tweepersoonsbed dat strak tussen de muren staat. Er zijn twee kastjes, een tafeltje en een authentieke badkamer met een mooie koperen wasbak. We kleden ons snel om en wandelen in de richting van de nieuwe stad op zoek naar een restaurantje. Hier geen smalle straatjes, maar overzichtelijke, brede avenues met ontzettend veel palmbomen en cactussen. 


Al snel wordt duidelijk dat kaartlezen niet onze sterkste kant is maar uiteindelijk komen we wel waar we willen zijn. De place du 16 Novembre is een plek waar je niet omheen kan wanneer je in deze wijk rondloopt. Het lijkt wel een beetje op New York met de mega billboards. Er zijn veel hoge fonteinen en die zijn een ontmoetingsplaats voor de jongeren. Op de imposante Mohamed V boulevard zien we een restaurantje waar enkel Marokkanen zitten. Dat kan niet anders dan goed zijn. En gelijk hebben we! We eten een heerlijke tajine met kip en citroen voor slechts 5€. Wanneer we terugwandelen naar onze Riad verlicht de volle maan de stad. Marrakesh by night ... mooi, heel mooi. De palmbomen zijn verlicht en ook boven de straten hangen lichtjes. Het voelt allemaal heel sprookjesachtig. Eenmaal terug in de medina, vinden we zonder problemen de juiste straat. Ja we hebben goed opgelet daarstraks! 


Het was een lange en vermoeiende dag en we zijn blij wanneer we ons bedje zien.

zondag 29 december 2019

Damme

Paula en Achiel verrassen ons vanochtend met een versierd eitje, dat we lekker verorberen met zicht op de prachtige zonsopgang. Eigenlijk zijn we een beetje te laat want een half uurtje vroeger zag de lucht mooi rood. De mist hangt nog over de velden en het heeft iets sprookjesachtig. Enkele toeristen uit Madrid komen ons vervoegen en genieten net als wij van de heerlijke dingen op het buffet. 


Rond 10 uur nemen we afscheid van onze lieve vrienden en hun schaapjes en rijden we richting Damme. Daar parkeren we aan de gratis parking van de Damse Vaart Zuid en starten we onze wandeling richting centrum. Het is een stralende winterdag, de temperatuur is zacht en er is een flauw zonnetje. Op het wandelpad hebben we een prachtig zicht op de karakteristieke  toren van de Onze Lieve Vrouwekerk. Af en toe houden we halt bij een gedicht van  Remco Campert. Ik had er nog nooit van gehoord maar Annelies kent hem wel. 


Bij de Onze Lieve Vrouwekerk aangekomen, wandelen we er even rond. De robuuste kerk heeft een platte toren die het polderlandschap overheerst. Aangrenzend is er een oud kerkhof en mocht ik ooit begraven worden, dan heb ik mijn grafzerk al gevonden. Buiten op het kerkplein zien we een prachtig beeld van Charles Delporte, blik van licht. Het zijn twee vrouwenhoofden die naar de lucht staren. 


Even verderop stappen we binnen in restaurant Uilenspiegel voor een heerlijk soepje van butternut. Na de lunch stoppen we bij het Sint Janshospitaal waar momenteel een tentoonstelling is van bloemenkunst. Kerst door de ogen van Frederiek Van Pamel. Het zijn geen kleine werkstukken maar grootse en niet alledaagse stukken. De warme kleuren, de bijpassende muziek en belichting geven de verschillende ruimtes een unieke sfeer. 


De wandeling gaat verder in de richting van de Haringmarkt waar zich een klein ceramiek winkeltje bevindt, Terra Flamma. We worden er verwelkomd door een guitig meisje dat ons een beetje aan Pippi Langkous doet denken, niet in levende lijve maar in ceramiek. Ze hebben prachtige dingen maar goedkoop is het allemaal niet. Toch is het een adresje om te onthouden. 


We kuieren verder door de smalle straatjes, afgeboord met kleine huisjes. Aan de markt gekomen, kijkt Jacob van Maerlant uit over het statige stadhuis met aan zijn voeten een gerestaureerde middeleeuwse waterput. Hij was een schrijver die voornamelijk in de volkstaal schreef en in Damme overleed in 1292.


We steken de brug over de Damse Vaart over en hebben hier een prachtig uitzicht over de stadswallen. Wat verder wandelen we de weidse natuur in. We zien vooral knotwilgen en populieren die met hun stevige wortels in de aarde staan. De dominante zuidwestenwind heeft ze hun unieke karakter gegeven want ze staan scheef over de weg gebogen.  In deze tijd van het jaar zijn er belangrijke gasten uit het hoge noorden in Damme, namelijk de vriezeganzen. In grote getale trekken ze boven ons hoofd voorbij. Ze komen hier overwinteren. Beide genieten we van de weidsheid en de frisse lucht. Een mens zou dit meer moeten doen, zo een fikse wandeling in de natuur. Even wandelen we in stilte naast elkaar, verzonken in onze eigen gedachten. Af en toe is het wel een beetje drassig maar dat hoort erbij.


We klimmen op de met populieren begroeide oever van het Schipdonkkanaal, waarin vooral sterk vervuild water van de Leie zit. Parallel met dit kanaal bevindt zich er nog eentje, namelijk de Leopoldsvaart. Dit kanaal voert relatief zuiver oppervlaktewater af. Dit verklaart meteen de namen ‘den blinker’ en ‘de stinker’. In het land van Tijl Uilenspiegel wordt het stilaan frisser. De wind wakkert aan en we krijgen het koud. We stappen dus flink door langs de Damse Vaart opnieuw naar het centrum. We hebben zin in een pannenkoek dus stappen we binnen in tea room Ce-delicious. Wanneer we een blik op de menukaart werpen zien we heel veel taarten, wafels en ijs maar geen pannenkoeken. Omdat de lieve dame al aan ons tafeltje staat, besluiten we dan maar een warme chocolademelk te drinken. Voor mij de witte die, zo verwittigt ze me vriendelijk, heel erg zoet is. Klinkt als muziek in mijn oren dus doe maar! Annelies gaat voor de melkchocolade. 


We zijn terug een beetje verwarmd en gaan op zoek naar een plek waar we toch kunnen genieten van die pannenkoek. Het duurt even want het lijkt wel of alle toeristen plots de weg naar Damme gevonden hebben maar we hebben uiteindelijk dan toch geluk en vinden tea room Soetkin waar ze heerlijk verse pannenkoeken bakken. Eind goed, al goed! Met ons buikje gevuld, wandelen we terug naar de parking. We passeren nog de beeldengroep ‘Tijl met de twee spiegels’ waar Annelies nog even naar haar spiegelbeeld kijkt, aangestaard door enkele dieren die elk een deel van de samenleving voorstellen: de ezel (de dwaasheid), de uilen (de wijzen), de maraboes (de geestelijkheid) en de kikkers (het kwakende plebs). Op de andere oever staat de Schellemolen, gebouwd in 1867. Het is een prachtig plaatje om ons weekendje in het polderland af te sluiten. We rijden voldaan terug naar huis.